Lustobject

De allermooiste videoclip ooit gemaakt is van “Untitled (How Does It Feel)” van D’Angelo. Ik vind het nogal onzinnig dat iemand een titelloos liedje een subtitel geeft maar dat heb je met artistieke figuren. Ondanks dat er geen prachtige locaties, bijzondere decors of special effects voor gebruikt zijn, vind ik de clip briljant. Of misschien is er één special effect: de zanger D’Angelo zelf.

Elke keer als ik vroeger de openingstonen op MTV hoorde dan werd mijn blik onmiddellijk naar het televisiescherm gezogen. Het openingsshot van de videoclip bestaat uit een close-up van het gezicht van D’Angelo. Hij heeft een goede kop. En ik vind hem het prototype donkere man die met zijn ingevlochten haar toch een stoere uitstraling houdt. Wanneer hij de eerste zin begint te playbacken, onthult hij een sexy spleetje tussen zijn voortanden. Hij kijkt met z’n zwoele bruine ogen verleidelijk de camera in, bevochtigd zijn volle lippen met zijn tong terwijl hij zingt dat hij ‘alles kan geven waarnaar je verlangt’. Op zo’n moment verlang ik naar heel veel dingen.

Naarmate het liedje voortkabbelt bleef ik gebiologeerd kijken omdat de camera tergend langzaam uitzoomt. Er verschijnt een paar gespierde schouders in beeld, die hintten op een afgetraind lichaam. Op zijn imposante borstkas rust een goudkleurige ketting met een kruis eraan. Die ketting suggereert dat D’Angelo geen ‘player’ is zoals de meeste soulzangers (die volgens de roddelsites continu vreemdgaan), maar ondertussen zingt D’Angelo over allerlei dingen die God verboden heeft.

Als het beeld nog verder is uitgezoomd, voorbij een gespierde blokjesbuik, en slechts op enkele centimeters boven zijn (vast ook zeer imposante) geslachtsdeel, blijft de camera stil hangen. Het is overduidelijk dat D’Angelo poedelnaakt voor de camera staat. Dat hij het ook warm krijgt van zijn suggestieve teksten dat blijkt uit de shots van de zweetdruppels die op zijn voorhoofd parelen.

Vrijwel alle grote muziekbladen bejubelen D’Angelo als hedendaagse soullegende. De zanger zelf haat het om een lustobject te zijn, toch heb ik op basis van zijn uiterlijk blind zijn platen Voodoo en Black Messiah gekocht. Ik wilde zijn soulvolle stem beminnen. Er was alleen ‘n klein probleempje: ik vond zijn muziek slaapverwekkend. Er zijn aardige meerstemmige koortjes. Vaak zit er best een lekker ritme in, maar nergens kan ik een melodie herkennen.

Ik had dolgraag gepronkt met mijn goede smaak in muziek. Helaas heb ik alleen een goede smaak in mannen.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Mansplaining

Nog even over dat boek met feministische essays. Op papier zijn er misschien gelijke rechten, maar nou de praktijk nog. Ook in Nederland krijgen vrouwen vaak minder betaald als mannen voor gelijke werkzaamheden. Goed, soms draven de feministes een tikkeltje door in hun verwachtingen. Als je parttime wilt werken om de kinderen uit school te halen dan is het onmogelijk om een multinational te besturen. Dat heeft niets met feminisme te maken. Voor het leiden van een multinational werkt een man ook fulltime.

Maar ik vind het belachelijk dat we na een aanranding serieus discussiëren over of een vrouw het heeft uitgelokt. Het is dat er weinig mannen aangerand worden, dat zou misschien heel goed zijn voor de emancipatie in het algemeen, maar ik kan me nauwelijks voorstellen dat de lengte van zijn korte broek de meetlat kan zijn voor mogelijke uitlokking. Het is goed dat vrouwen daarover schrijven want er schort er nog veel aan de erkenning van vrouwen, vind ik.

Het boek dat ik las, van de schrijfster Rebecca Solnit, staat bol van de voorbeelden waarin vrouwen heel anders behandeld worden dan mannen. ‘Mannen leggen me altijd alles uit’ is het meest bekende essay omdat het online tot commotie leidde. Rebecca Solnit beschrijft dat zij op ‘n feestje met de gastheer in gesprek raakt over een boek over de ‘industrialistering van het dagelijks leven’. Ze probeert hem duidelijk te maken dat zij de schrijfster is van het bewuste boek, maar de man onderbreekt haar en oreert op badinerende toon over haar eigen boek. Pas na vier keer herhalen dringt het tot de gastheer door dat hij met de schrijfster zelf staat te praten. Dan blijkt dat hij het boek nooit heeft gelezen maar alleen ergens een recensie heeft gezien. Op internet herkenden veel vrouwen de ongefundeerde zelfoverschatting van mannen, die vrouwen laatdunkend de mond snoeren door hen het gevoel te geven dat zij nergens verstand van hebben. ‘Mansplaining’ noemen die feministes dat.

Tijdens een etentje bracht ik dit typisch mannelijke gedrag verontwaardigd ter sprake omdat ik over de arrogantie van dergelijke mannen wilde discussiëren.
‘Jij bent anders ook zo’n betweter hoor,’ onderbrak mijn vriend mij meteen. ‘Jij leest ons continu de les als je een half artikel van de Correspondent hebt gelezen.’
Hij had gelijk.
‘Maar ik doe dat ook bij mannen,’ bracht ik er sputterend tegenin. Daarna hield ik maar wijselijk mijn mond.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Kleinburgerlijk

Wat is Nederland ieder jaar gezellig kleinburgerlijk als de Gay Pride in aantocht is. Gelukkig maar dat ik een relletje op z’n tijd best gezellig vind.

Dit jaar drukte de gemeente Amsterdam op voorhand alle feestvreugde in de Reguliersdwarsstraat de kop in. De gemeente waarschuwde te gaan ingrijpen als er in de Reguliersdwarsstraat – historisch gezien toch de homohoofdstraat van Nederland – een spontaan straatfeest zou ontstaan. Zogenaamd om ‘overcrowding’ te voorkomen.

In de Reguliersdwarsstraat doen ze het ook nooit goed! Vorig jaar was er nog commotie omdat er geen feest werd georganiseerd. ‘Reguliersdwarsstraat wil geen homostraat meer zijn,’ kopte Het Parool toen nog rellerig. De ondernemers vertelden toen aan die krant dat zij zich niet meer op de homoseksuele ‘incrowd’ wilden richten. Zelfs de directeur LHBTI-emancipatie van de Gay Pride was in 2016 positief over het afschaffen van de homofeesten in de Reguliersdwarsstraat. ‘Het is een teken dat het goed gaat met de emancipatie van homoseksuelen,’ verklaarde zij toen zelfs. Als dat werkelijk waar is dan vraag ik me af waarom de Gay Pride in 2017 doorgaat?

Met een afgelasting van de Canal Parade zou een groepje centrumbewoners in Amsterdam namelijk heel blij zijn, verwacht ik. Zij spanden dit jaar, wederom, een rechtszaak aan vanwege de ‘onduldbare overlast’ van de Gay Pride. Ik heb smakelijk gelachen toen ik hoorde dat deze buurtbewoners zich hadden verenigd in een wijkcentrum met de toepasselijke naam d’Oude Stadt. Ik vind het namelijk van een ouderwetse mores getuigen als je je in een wereldstad als Amsterdam durft te verzetten tegen geluidsoverlast. Het wijkcentrum d’Oude Stadt heeft de rechtszaak inmiddels gelukkig verloren.

Ik raad die boze bewoners overigens aan om naar Lemelerveld te verhuizen. Allereerst zijn de huizen in Lemelerveld een stuk aantrekkelijker geprijsd dan in hartje Amsterdam. Ten tweede voelen ze zich vast thuis tussen andere klagende dorpsbewoners. Door de aanwezigheid van een heuse rodeopiemel was een bezorgde bewoner bang dat een Lemelerveldse Gay Pride ‘losbandigheid en sensatie’ zou propageren. En door een onvoordelige samenloop van omstandigheden is de Pride voorlopig uitgesteld. Dit jaar ben je als inwoner van Lemelerveld dus gegarandeerd vrijgesteld van herrie schoppende homo’s.

Persoonlijk vind ik het jammer dat deze oostelijke Gay Pride is afgelast. In vergelijking met Amsterdam, valt er hier in het oosten namelijk nog iets te winnen qua homo-emancipatie. En eerlijk gezegd was ik ook benieuwd naar die rodeopiemel. Die heb ik in Amsterdam helaas nog nooit gezien.

Dit stukje schreef ik voor Gay.nl

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Praatpaal

Het is een cultuurshock als Nederland voorgoed veranderd is na twee weken vakantie in Frankrijk.

Direct nadat we Nederland inreden viel me op dat iedere ANWB-praatpaal was ingepakt met een witte hoes. De praatpalen zijn buiten dienst gesteld. ‘Die akelige voortgang ook,’ dacht ik. De praatpaal was vroeger een knalgeel baken van hoop. Bij een autopech was de ANWB altijd dichtbij. Op mijn geromantiseerde herinnering valt natuurlijk af te dingen: het was altijd onduidelijk of de dichtstbijzijnde praatpaal zich terug of verderop bevond. En met je smartphone veilig vanachter een vangrail de wegenwacht bellen is stukken praktischer. Maar toch, een diepgeworteld gevoel van weemoed overviel mij. Tot ik me herinnerde dat er alweer nieuwe praatpalen zijn.

Tijdens mijn vakantie had ik namelijk de podcast ontdekt. Omdat ik me realiseerde dat ik wantrouwig ben over gadgets, besloot ik de podcast over nieuwe media van Alexander Klöpping en Ernst-Jan Pfauth te beluisteren. Deze mannen zijn ‘entrepreneurs’ die in elke technische ontwikkeling een lucratief businessplan zien. Omdat zij achter de geweldige initiatieven Blendle en De Correspondent zitten, vertrouw ik hun oordeel.

In een van hun podcasts spraken ze dus over praatpalen voor thuisgebruik. Een ‘big deal’ volgens Ernst-Jan. Subtiele objecten ter grote van een stompkaars, die je in elke kamer ergens neerzet. Aan zo’n praatpaal stel je vragen waarop een virtuele assistent dan antwoord geeft. Dat klinkt als science fiction maar dat is dus de keiharde realiteit. Om het vertrouwd te maken, hebben die virtuele assistenten mensachtige namen. Zoals ‘Alexa’ van Amazon of ‘Siri’ van Apple. Alleen de praatpaal van Google heeft een ongezellige naam (Google). Neem je al die verschillende praatpalen in huis dan heb je nieuwe huisgenoten om tegenaan te praten. Een onbedoeld wapen tegen de oprukkende eenzaamheid.

Om een vraag te stellen, spreek je zo’n praatpaal aan met ‘Okay Google’. Er gaat dan een lampje branden zodat je weet dat hij luistert. Feitelijk luistert zo’n praatpaal je de hele dag af. Ook wanneer je sex hebt op de slaapkamer. De mannen probeerden de luisteraar gerust te stellen met een ingewikkelde uitleg over dat een chip pas na het uitspreken van ‘Okay Google’ de informatie naar de cloud stuurt om een antwoord te formuleren. Ik vond het verontrustend. Nergens in de podcast sluiten de mannen uit dat de Amerikaanse geheime dienst stiekem meeluistert.

‘Fucking eng,’ concludeert Alexander.

Zelfs voor entrepreneurs gaat de technische vooruitgang soms te snel.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Thijmen

Al sinds vorig jaar probeer ik stug geen vlogs te kijken. Dat is best lastig want tout bekend Nederland is aan het vloggen geslagen. Arjen Lubach. Domien Verschuren. Gerard Joling vlogt over zijn taakstraf, die hem is opgelegd vanwege het veroorzaken van een verkeersongeval. Ja, zelfs Shane Kluivert (de jongste zoon van Patrick) heeft zijn eigen kookkanaal op YouTube. En al die vlogs, waar ik heel nieuwsgierig naar ben, heb ik dus nooit gevolgd.

Maar nu lag ik in Frankrijk naast het zwembad essays te lezen over feminisme, en zocht ik een goed excuus om het boek weg te leggen. Op mijn tijdlijn op Twitter werden de vakantievlogs van ene Thijmen aangeraden. Ik was op vakantie met vrienden. Hij was op vakantie met vrienden. Zoiets schept toch een band. Het was de lichtvoetige afleiding die ik zocht middenin een relaas over de ‘wereldwijde verkrachtingscultuur’.

De eerste vlog – met de titel ‘#1 Kloten in het vliegtuig’ – begint zoals elke vakantie van drie twintigers die naar Spanje vliegen. Het inchecken op Schiphol duurt lang en ze drukken in het vliegtuig wat knopjes in. In de tweede vlog weigert een discotheek hen binnen te laten, wat uitmondt in een gevecht met een beveiliger. Tussendoor gaan ze jetskiën, kussen ze nog wat meisjes en belanden met een opblaaspop in het zwembad. Allemaal normale vakantiebezigheden voor jongens van die leeftijd, maar daarna escaleert het vrij snel.

De titels van Thijmen’s vakantievlogs beschrijven zijn belevenissen als de hoofdstukken van een spannende pageturner:
#11 We hebben onze vlucht gemist… (GROOT PROBLEEM)
#12 We moeten langer blijven…
#17 PROJECT X FEEST IN VILLA
#19 Al onze spullen zijn gestolen… (op strand geslapen)
#20 INBREKEN IN VILLA
#21 RUZIE MET VILLA BAAS (+ OPROEP)
#23 Paspoorten terugstelen bij ORGANISATIE

Dit is precies het soort thriller dat ik graag lees tijdens een vakantie. Elke dag zat ik trouw om 16:00 klaar voor Thijmen’s nieuwe vlog. Dat het laden van de video via de krakkemikkige Franse internetverbinding uren duurde, had ik er graag voor over.

Ondertussen speculeerden verschillende twitteraars over de echtheid van Thijmen’s vlogs. Men vroeg zich af hoe iemand na een nacht slapen op het strand, een vlog monteert en zonder internetverbinding dat op YouTube publiceert. Niemand leverde doorslaggevend bewijs waaruit onomstotelijk bleek dat Thijmen z’n vlogs in scene had gezet.

Of die vlogs nou echt of nep waren, dat was mij om het even. Ik was benieuwd of Thijmen ooit nog thuis ging komen.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

PrEP

Toen een kennis naar San Francisco verhuisde, regelde hij, nog voordat hij vaste woonruimte had, een recept voor de hiv-preventiepil PrEP. ‘No more condoms,’ schreef hij op Instagram opgetogen bij een foto van het doktersrecept.

‘Wat is er mis met een condoom?’ vroeg ik. In de reacties onder de foto ontstond vervolgens een vinnige discussie, met als voornaamste conclusie dat ik een domme vraag had gesteld. De kennis in kwestie ontvriendde me daarna op Instagram en ik was die onplezierige discussie rondom PrEP-gebruik snel weer vergeten.

Echter, zoals het met bijna alle ontwikkelingen in Amerika gaat – zie ook de Pumpkin Spice Latte of Ariana Grande – waait het uiteindelijk over naar Europa. En zo is de PrEP-discussie hier alsnog aangekomen. Het Aidsfonds roept op om PrEP gratis te verstrekken. Een Engels experiment met PrEP-gebruik rapporteert een flinke daling nieuwe hiv-geïnfecteerden. Dat klinkt veelbelovend. Toch zie ik een virusje onder het gras.

Dat virusje heet syfilis. Uit hetzelfde experiment blijkt dat onder de PrEP-gebruikers het aantal syfilis-besmettingen gelijk blijft, terwijl je syfilis grotendeels met een condoom kunt voorkomen. Dat vergt alleen een ongemakkelijk gesprekje met je bedpartner, want verder zijn condooms gemakkelijk verkrijgbaar in elke supermarkt. Ze zijn goedkoop, beschikbaar in allerlei formaten en indien gewenst zijn er zelfs condooms met aardbeiensmaak. Al smaken verse aardbeien beter, dat geef ik toe.

Helaas blijkt PrEP voor sommige gebruikers een excuuspil voor onbeschermde seks. Voordat je roept dat deze uitspraak stigmatiserend is, en uitgaat van stereotypen over homoseksuelen: ik baseer mijn oordeel op uitspraken van menig openhartig PrEP-gebruiker in de media. Zij vertellen over hun vele wisselende contacten en de behoefte om zonder angst onveilige seks te hebben.

Een schrijnend voorbeeld stond in de laatste L’HOMO onder de weinig subtiele titel ‘Mijn jaar als PrEP-slet’. Ter illustratie een paar quotes: ‘Beschermd door mijn dagelijkse pil voelde ik me één groot chemisch condoom’. En: ‘In mijn jaartje PrEP heb ik mijn hele bingokaart aan seksueel overdraagbare aandoeningen bij elkaar gespeeld’. Noem mij braaf, voor mijn part zelfs preuts, maar het gratis verstrekken van PrEP (kosten: 18 euro per dag) komt op mij over als een subsidie op sletterigheid.

Bovendien vergt het best wat lef om onbeschermde seks te hebben met deze PrEP-gebruikers. Als een sekspartner het namelijk onnodig vindt om zichzelf met een condoom te beschermen tegen allerlei soa’s, durf je er dan op te vertrouwen dat diezelfde persoon consequent z’n pilletje slikt?

Maar goed, dat is ongetwijfeld een domme vraag.

Dit stukje schreef ik voor Gay.nl

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Nepnieuws

Soms lig ik wakker omdat ik pieker over wereldproblemen. De opwarming van de aarde, hongersnood, dat werk. Telkens als deze ingewikkelde problemen me boven het hoofd dreigen te groeien, dan pas ik een fijne, moralistische campagneslogan uit de jaren negentig toe van Postbus 51: ‘een beter milieu begint bij jezelf’.

Laatst heb ik deze methodiek nog toegepast op het fenomeen nepnieuws. Ik ben schuldig aan het verspreiden van nepnieuws, want ik vertel soms leugentjes om bestwil. Eerlijk gezegd ben ik er van overtuigd dat iedereen dat doet. Ter waterdichte bewijsvoering haal ik graag een gespreksvoorbeeld aan:
Iemand: ‘Hoe gaat het?’
Jij: ‘Goed!’
Nooit hoor je iets over huwelijksproblemen, of over dat iemands bestaan als ZZP’er minder rooskleurig is dan verwacht. Zoiets verzwijgen we, denk ik, allemaal in een terloops gesprek. Ergens verspreiden we dus allemaal een soort van nepnieuws. Niemand die dat controleert, tenzij je toevallig de president van Amerika bent die liegt over contacten met de Russen. Het enige dat ik kan doen tegen de verspreiding van nepnieuws, is breken met mijn gewoonte en eerlijker te zijn. Daarom biecht ik mijn grootste leugen op.

Ik ben geen vegetariër.

Mijn vriend is vegetariër. Uit luiheid eet ik vegetarisch omdat ik het zat ben om gescheiden te koken. Ondertussen fulmineer ik tegen vleeseters over de schadelijke effecten van de intensieve veehouderij. En ik lees hen de les over dat herkauwende koeien 18% van de schadelijke broeikasgassen de atmosfeer in ruften. En dat minder vlees eten dus dé oplossing is voor de opwarming van de aarde. Als ik op dreef ben dan krijgen ze er een preek over dierenleed bij. En dat terwijl ik tot een paar jaar geleden in restaurants nog doodleuk vlees en vis bestelde.

Of mijn lijf zich tegen mijn inconsequente gedrag keerde, of het was gewoon karma, geen idee, maar inmiddels verdraagt mijn maag geen vlees of vis meer. En daarbij, omdat ik gewend raakte aan de zachte structuur van tofu, ging het kauwen op een taai biefstuk me tegenstaan. Ik eet vegetarisch tegen wil en dank.

Bij hoge uitzondering eet ik soms het allerlekkerste stukje vlees ter wereld: een frikandel. Daarover voel ik me, geïndoctrineerd door het gedachtegoed van mijn vriend, behoorlijk schuldig. Ik praat het goed met het argument dat een frikandel bestaat uit restvlees, dat anders toch wordt weggegooid. Niet opeten vind ik nog zieliger voor die geslachte dieren.

Ik ben hypocriet, dat is het echte nieuws.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.