Kleinburgerlijk

Wat is Nederland ieder jaar gezellig kleinburgerlijk als de Gay Pride in aantocht is. Gelukkig maar dat ik een relletje op z’n tijd best gezellig vind.

Dit jaar drukte de gemeente Amsterdam op voorhand alle feestvreugde in de Reguliersdwarsstraat de kop in. De gemeente waarschuwde te gaan ingrijpen als er in de Reguliersdwarsstraat – historisch gezien toch de homohoofdstraat van Nederland – een spontaan straatfeest zou ontstaan. Zogenaamd om ‘overcrowding’ te voorkomen.

In de Reguliersdwarsstraat doen ze het ook nooit goed! Vorig jaar was er nog commotie omdat er geen feest werd georganiseerd. ‘Reguliersdwarsstraat wil geen homostraat meer zijn,’ kopte Het Parool toen nog rellerig. De ondernemers vertelden toen aan die krant dat zij zich niet meer op de homoseksuele ‘incrowd’ wilden richten. Zelfs de directeur LHBTI-emancipatie van de Gay Pride was in 2016 positief over het afschaffen van de homofeesten in de Reguliersdwarsstraat. ‘Het is een teken dat het goed gaat met de emancipatie van homoseksuelen,’ verklaarde zij toen zelfs. Als dat werkelijk waar is dan vraag ik me af waarom de Gay Pride in 2017 doorgaat?

Met een afgelasting van de Canal Parade zou een groepje centrumbewoners in Amsterdam namelijk heel blij zijn, verwacht ik. Zij spanden dit jaar, wederom, een rechtszaak aan vanwege de ‘onduldbare overlast’ van de Gay Pride. Ik heb smakelijk gelachen toen ik hoorde dat deze buurtbewoners zich hadden verenigd in een wijkcentrum met de toepasselijke naam d’Oude Stadt. Ik vind het namelijk van een ouderwetse mores getuigen als je je in een wereldstad als Amsterdam durft te verzetten tegen geluidsoverlast. Het wijkcentrum d’Oude Stadt heeft de rechtszaak inmiddels gelukkig verloren.

Ik raad die boze bewoners overigens aan om naar Lemelerveld te verhuizen. Allereerst zijn de huizen in Lemelerveld een stuk aantrekkelijker geprijsd dan in hartje Amsterdam. Ten tweede voelen ze zich vast thuis tussen andere klagende dorpsbewoners. Door de aanwezigheid van een heuse rodeopiemel was een bezorgde bewoner bang dat een Lemelerveldse Gay Pride ‘losbandigheid en sensatie’ zou propageren. En door een onvoordelige samenloop van omstandigheden is de Pride voorlopig uitgesteld. Dit jaar ben je als inwoner van Lemelerveld dus gegarandeerd vrijgesteld van herrie schoppende homo’s.

Persoonlijk vind ik het jammer dat deze oostelijke Gay Pride is afgelast. In vergelijking met Amsterdam, valt er hier in het oosten namelijk nog iets te winnen qua homo-emancipatie. En eerlijk gezegd was ik ook benieuwd naar die rodeopiemel. Die heb ik in Amsterdam helaas nog nooit gezien.

Dit stukje schreef ik voor Gay.nl

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Praatpaal

Het is een cultuurshock als Nederland voorgoed veranderd is na twee weken vakantie in Frankrijk.

Direct nadat we Nederland inreden viel me op dat iedere ANWB-praatpaal was ingepakt met een witte hoes. De praatpalen zijn buiten dienst gesteld. ‘Die akelige voortgang ook,’ dacht ik. De praatpaal was vroeger een knalgeel baken van hoop. Bij een autopech was de ANWB altijd dichtbij. Op mijn geromantiseerde herinnering valt natuurlijk af te dingen: het was altijd onduidelijk of de dichtstbijzijnde praatpaal zich terug of verderop bevond. En met je smartphone veilig vanachter een vangrail de wegenwacht bellen is stukken praktischer. Maar toch, een diepgeworteld gevoel van weemoed overviel mij. Tot ik me herinnerde dat er alweer nieuwe praatpalen zijn.

Tijdens mijn vakantie had ik namelijk de podcast ontdekt. Omdat ik me realiseerde dat ik wantrouwig ben over gadgets, besloot ik de podcast over nieuwe media van Alexander Klöpping en Ernst-Jan Pfauth te beluisteren. Deze mannen zijn ‘entrepreneurs’ die in elke technische ontwikkeling een lucratief businessplan zien. Omdat zij achter de geweldige initiatieven Blendle en De Correspondent zitten, vertrouw ik hun oordeel.

In een van hun podcasts spraken ze dus over praatpalen voor thuisgebruik. Een ‘big deal’ volgens Ernst-Jan. Subtiele objecten ter grote van een stompkaars, die je in elke kamer ergens neerzet. Aan zo’n praatpaal stel je vragen waarop een virtuele assistent dan antwoord geeft. Dat klinkt als science fiction maar dat is dus de keiharde realiteit. Om het vertrouwd te maken, hebben die virtuele assistenten mensachtige namen. Zoals ‘Alexa’ van Amazon of ‘Siri’ van Apple. Alleen de praatpaal van Google heeft een ongezellige naam (Google). Neem je al die verschillende praatpalen in huis dan heb je nieuwe huisgenoten om tegenaan te praten. Een onbedoeld wapen tegen de oprukkende eenzaamheid.

Om een vraag te stellen, spreek je zo’n praatpaal aan met ‘Okay Google’. Er gaat dan een lampje branden zodat je weet dat hij luistert. Feitelijk luistert zo’n praatpaal je de hele dag af. Ook wanneer je sex hebt op de slaapkamer. De mannen probeerden de luisteraar gerust te stellen met een ingewikkelde uitleg over dat een chip pas na het uitspreken van ‘Okay Google’ de informatie naar de cloud stuurt om een antwoord te formuleren. Ik vond het verontrustend. Nergens in de podcast sluiten de mannen uit dat de Amerikaanse geheime dienst stiekem meeluistert.

‘Fucking eng,’ concludeert Alexander.

Zelfs voor entrepreneurs gaat de technische vooruitgang soms te snel.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Thijmen

Al sinds vorig jaar probeer ik stug geen vlogs te kijken. Dat is best lastig want tout bekend Nederland is aan het vloggen geslagen. Arjen Lubach. Domien Verschuren. Gerard Joling vlogt over zijn taakstraf, die hem is opgelegd vanwege het veroorzaken van een verkeersongeval. Ja, zelfs Shane Kluivert (de jongste zoon van Patrick) heeft zijn eigen kookkanaal op YouTube. En al die vlogs, waar ik heel nieuwsgierig naar ben, heb ik dus nooit gevolgd.

Maar nu lag ik in Frankrijk naast het zwembad essays te lezen over feminisme, en zocht ik een goed excuus om het boek weg te leggen. Op mijn tijdlijn op Twitter werden de vakantievlogs van ene Thijmen aangeraden. Ik was op vakantie met vrienden. Hij was op vakantie met vrienden. Zoiets schept toch een band. Het was de lichtvoetige afleiding die ik zocht middenin een relaas over de ‘wereldwijde verkrachtingscultuur’.

De eerste vlog – met de titel ‘#1 Kloten in het vliegtuig’ – begint zoals elke vakantie van drie twintigers die naar Spanje vliegen. Het inchecken op Schiphol duurt lang en ze drukken in het vliegtuig wat knopjes in. In de tweede vlog weigert een discotheek hen binnen te laten, wat uitmondt in een gevecht met een beveiliger. Tussendoor gaan ze jetskiën, kussen ze nog wat meisjes en belanden met een opblaaspop in het zwembad. Allemaal normale vakantiebezigheden voor jongens van die leeftijd, maar daarna escaleert het vrij snel.

De titels van Thijmen’s vakantievlogs beschrijven zijn belevenissen als de hoofdstukken van een spannende pageturner:
#11 We hebben onze vlucht gemist… (GROOT PROBLEEM)
#12 We moeten langer blijven…
#17 PROJECT X FEEST IN VILLA
#19 Al onze spullen zijn gestolen… (op strand geslapen)
#20 INBREKEN IN VILLA
#21 RUZIE MET VILLA BAAS (+ OPROEP)
#23 Paspoorten terugstelen bij ORGANISATIE

Dit is precies het soort thriller dat ik graag lees tijdens een vakantie. Elke dag zat ik trouw om 16:00 klaar voor Thijmen’s nieuwe vlog. Dat het laden van de video via de krakkemikkige Franse internetverbinding uren duurde, had ik er graag voor over.

Ondertussen speculeerden verschillende twitteraars over de echtheid van Thijmen’s vlogs. Men vroeg zich af hoe iemand na een nacht slapen op het strand, een vlog monteert en zonder internetverbinding dat op YouTube publiceert. Niemand leverde doorslaggevend bewijs waaruit onomstotelijk bleek dat Thijmen z’n vlogs in scene had gezet.

Of die vlogs nou echt of nep waren, dat was mij om het even. Ik was benieuwd of Thijmen ooit nog thuis ging komen.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

PrEP

Toen een kennis naar San Francisco verhuisde, regelde hij, nog voordat hij vaste woonruimte had, een recept voor de hiv-preventiepil PrEP. ‘No more condoms,’ schreef hij op Instagram opgetogen bij een foto van het doktersrecept.

‘Wat is er mis met een condoom?’ vroeg ik. In de reacties onder de foto ontstond vervolgens een vinnige discussie, met als voornaamste conclusie dat ik een domme vraag had gesteld. De kennis in kwestie ontvriendde me daarna op Instagram en ik was die onplezierige discussie rondom PrEP-gebruik snel weer vergeten.

Echter, zoals het met bijna alle ontwikkelingen in Amerika gaat – zie ook de Pumpkin Spice Latte of Ariana Grande – waait het uiteindelijk over naar Europa. En zo is de PrEP-discussie hier alsnog aangekomen. Het Aidsfonds roept op om PrEP gratis te verstrekken. Een Engels experiment met PrEP-gebruik rapporteert een flinke daling nieuwe hiv-geïnfecteerden. Dat klinkt veelbelovend. Toch zie ik een virusje onder het gras.

Dat virusje heet syfilis. Uit hetzelfde experiment blijkt dat onder de PrEP-gebruikers het aantal syfilis-besmettingen gelijk blijft, terwijl je syfilis grotendeels met een condoom kunt voorkomen. Dat vergt alleen een ongemakkelijk gesprekje met je bedpartner, want verder zijn condooms gemakkelijk verkrijgbaar in elke supermarkt. Ze zijn goedkoop, beschikbaar in allerlei formaten en indien gewenst zijn er zelfs condooms met aardbeiensmaak. Al smaken verse aardbeien beter, dat geef ik toe.

Helaas blijkt PrEP voor sommige gebruikers een excuuspil voor onbeschermde seks. Voordat je roept dat deze uitspraak stigmatiserend is, en uitgaat van stereotypen over homoseksuelen: ik baseer mijn oordeel op uitspraken van menig openhartig PrEP-gebruiker in de media. Zij vertellen over hun vele wisselende contacten en de behoefte om zonder angst onveilige seks te hebben.

Een schrijnend voorbeeld stond in de laatste L’HOMO onder de weinig subtiele titel ‘Mijn jaar als PrEP-slet’. Ter illustratie een paar quotes: ‘Beschermd door mijn dagelijkse pil voelde ik me één groot chemisch condoom’. En: ‘In mijn jaartje PrEP heb ik mijn hele bingokaart aan seksueel overdraagbare aandoeningen bij elkaar gespeeld’. Noem mij braaf, voor mijn part zelfs preuts, maar het gratis verstrekken van PrEP (kosten: 18 euro per dag) komt op mij over als een subsidie op sletterigheid.

Bovendien vergt het best wat lef om onbeschermde seks te hebben met deze PrEP-gebruikers. Als een sekspartner het namelijk onnodig vindt om zichzelf met een condoom te beschermen tegen allerlei soa’s, durf je er dan op te vertrouwen dat diezelfde persoon consequent z’n pilletje slikt?

Maar goed, dat is ongetwijfeld een domme vraag.

Dit stukje schreef ik voor Gay.nl

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Nepnieuws

Soms lig ik wakker omdat ik pieker over wereldproblemen. De opwarming van de aarde, hongersnood, dat werk. Telkens als deze ingewikkelde problemen me boven het hoofd dreigen te groeien, dan pas ik een fijne, moralistische campagneslogan uit de jaren negentig toe van Postbus 51: ‘een beter milieu begint bij jezelf’.

Laatst heb ik deze methodiek nog toegepast op het fenomeen nepnieuws. Ik ben schuldig aan het verspreiden van nepnieuws, want ik vertel soms leugentjes om bestwil. Eerlijk gezegd ben ik er van overtuigd dat iedereen dat doet. Ter waterdichte bewijsvoering haal ik graag een gespreksvoorbeeld aan:
Iemand: ‘Hoe gaat het?’
Jij: ‘Goed!’
Nooit hoor je iets over huwelijksproblemen, of over dat iemands bestaan als ZZP’er minder rooskleurig is dan verwacht. Zoiets verzwijgen we, denk ik, allemaal in een terloops gesprek. Ergens verspreiden we dus allemaal een soort van nepnieuws. Niemand die dat controleert, tenzij je toevallig de president van Amerika bent die liegt over contacten met de Russen. Het enige dat ik kan doen tegen de verspreiding van nepnieuws, is breken met mijn gewoonte en eerlijker te zijn. Daarom biecht ik mijn grootste leugen op.

Ik ben geen vegetariër.

Mijn vriend is vegetariër. Uit luiheid eet ik vegetarisch omdat ik het zat ben om gescheiden te koken. Ondertussen fulmineer ik tegen vleeseters over de schadelijke effecten van de intensieve veehouderij. En ik lees hen de les over dat herkauwende koeien 18% van de schadelijke broeikasgassen de atmosfeer in ruften. En dat minder vlees eten dus dé oplossing is voor de opwarming van de aarde. Als ik op dreef ben dan krijgen ze er een preek over dierenleed bij. En dat terwijl ik tot een paar jaar geleden in restaurants nog doodleuk vlees en vis bestelde.

Of mijn lijf zich tegen mijn inconsequente gedrag keerde, of het was gewoon karma, geen idee, maar inmiddels verdraagt mijn maag geen vlees of vis meer. En daarbij, omdat ik gewend raakte aan de zachte structuur van tofu, ging het kauwen op een taai biefstuk me tegenstaan. Ik eet vegetarisch tegen wil en dank.

Bij hoge uitzondering eet ik soms het allerlekkerste stukje vlees ter wereld: een frikandel. Daarover voel ik me, geïndoctrineerd door het gedachtegoed van mijn vriend, behoorlijk schuldig. Ik praat het goed met het argument dat een frikandel bestaat uit restvlees, dat anders toch wordt weggegooid. Niet opeten vind ik nog zieliger voor die geslachte dieren.

Ik ben hypocriet, dat is het echte nieuws.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Homojaren

Sinds kort ben ik pensioengerechtigd. Althans, in homojaren. Mijn werkgever verwacht me nog jarenlang op kantoor. Het omrekenen naar homojaren is binnen mijn vriendenkring een running gag.

Een hondenjaar staat gelijk aan zeven levensjaren. Voor de berekening van de homojaren bestaat geen exacte formule. Volgens mijn (onnauwkeurige) calculaties wegen de levensjaren tot 25 jaar mee met factor 1. De levensjaren tussen van 25 tot en met 30 met factor 2. Factor 3 telt voor alles daarboven.

Het begrip ‘homojaren’ is natuurlijk een symptoom voor de fixatie op uiterlijk in de gayscene. Die heb ik jarenlang, van voor én achter de bar, intensief geobserveerd. In alle eerlijkheid heb ik er een nare bijsmaak aan overgehouden. ‘Nieuw vlees!’ schreeuwde een stamgast toen er een zestienjarige jongen schuchter voor het eerst een homobar binnenstapte. Dat was ongetwijfeld grappig bedoeld, maar tussen de regels door werd er gezegd dat de rijpere figuren over hun uiterste houdbaarheidsdatum waren. De jongste bezoekers hanteerden een leeftijdsgrens voor hun liefdesleven. Boven de dertig? Dan was je afgeschreven. Natuurlijk probeerden de dertigers soms een jong blaadje te versieren. Dat leverde vooral sneue taferelen op: de jagers hadden niet meer de conditie om hun jonge prooi te kunnen vangen. Ik ben daarom met uitgaan vervroegd met pensioen gegaan.

Toch begeef ik me tegenwoordig weer in een andere gayscene: de sportschool. Als mijn gaydar nog goed functioneert, zijn daar opvallend veel soortgenoten van rond de veertig in de weer met ingewikkelde sporttoestellen. Niks mis mee, kun je denken. Alleen viel me op dat iedereen de toestellen waarmee je conditie opbouwt vermijdt, terwijl de gewichten favoriet zijn. Mijn conclusie: al dat gezwoeg in de sportschool draait meer om uiterlijk dan een gezonde levensstijl. En ik doe, tot mijn eigen schaamte, dus mee aan dat ijdele gedoe.

Gelukkig biedt Google altijd uitkomst zodra je je afvraagt of je abnormaal bent. Ik kwam terecht op Homidlife, een blog voor midlifehomo’s, met schrijnende artikelen over veertigers die alle dancefeesten aflopen. Op het blog staan enge woorden als ‘haartransplantatie’ en ‘liposuctie’. Het beschrijft mannen van middelbare leeftijd – en dit gaat dus over mij – die hun lichaam oppompen in de sportschool. ‘Wees de eerste van je vrienden die dit leuk vindt’, stond er bij de advertentie voor de Facebook-pagina van Homidlife. Ouder worden, zelfs in homojaren, daar leg ik me bij neer. Alleen dat ik als eerste van mijn vrienden een midlifecrisis heb, daar moet ik van bijkomen.

Dit stukje schreef ik voor Gay.nl

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Gaymer

Laatst reageerde ik nog lacherig op de uitbreiding van de doelgroep van het COC van LHBT naar LHBTI (en soms ook Q). ‘Het COC heeft extra minderheden nodig om zichzelf relevant te houden,’ grapte ik. Met een homohuwelijk en hetero’s die de gaypride meevieren, waan je je bijna in een wereld waar je voor niets meer de barricades op hoeft te gaan. Of je gaat je richten op luxeproblemen, zoals het eisen van gelijke rechten in de fictieve gamewereld, zoals ik ergens op Blendle las.

Tot die virtuele wereld houd ik afstand, vooral omdat ik eens tijdens het spelen van Largo Winch twee Xbox-controllers kapot heb gegooid. De gamewereld was er sindsdien blijkbaar weinig op vooruitgegaan. In de meeste videogames is het hoofdpersonage nog altijd een witte heteroseksuele man. Een groep ‘gaymers’ pleit – met succes – voor meer diversiteit in videogames. In bijvoorbeeld het Vikingspel Skyrim zijn homoseksuele relaties mogelijk. Juist de Vikingen lijken mij bij uitstek blanke heteroseksuele mannen met heteroseksuele relaties. Blijkbaar ben ik de enige met zo’n benepen hokjesgeest.

De gaymers roemen The Sims, een soort simulatie van het menselijk leven. Binnen The Sims is het homohuwelijk ingevoerd. En door een heuse ‘gender-update’ kun je zelfs als transgender door het leven gaan. Een mannelijke ‘Sim’ kan jurkjes of hoge hakken aan. Voor vrouwen zijn er lage stemmen en extra stoere loopjes. Ik vind het allemaal een tikkeltje stereotiep maar het is een begin.

De grote vraag is zo’n personage veilig over straat kan (of de zee op, in het geval van ’n Viking). Durft hij hand in hand te lopen met z’n partner? Loopt zo’n personage ook een blokje om als er in de schemering een groepje mannen ergens doelloos rondhangt, zoals LHBT’ers in het echt ook doen? Zijn er anderen met een betonschaar op zak? Zomaar wat vragen die in mij opkwamen tijdens het lezen van het krantenartikel.

Na het incident in Arnhem ben ik alerter op straat. Laatst fietste ik in het donker alleen door de stad en voelde ik me ineens onveilig. Zonder aanleiding, want in Enschede heb ik nooit geweld meegemaakt. Mijn vriend toont al jaren liever geen affectie in het openbaar. Zijn voorzichtigheid is nu ook naar mij overgeslagen. Tijdens computerspelletjes toonde ik vroeger lef omdat ik over oneindig veel levens beschikte. In de realiteit ben ik me er bewuster van dat het door één onbezonnen voorbijganger zomaar ‘game over’ kan zijn.

Dit stukje schreef ik voor Gay.nl

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.