Vergrijzing

Als je mij zou vragen om een trendwatcher te beschrijven dan zou mijn antwoord niet bestaan uit een beschrijving van een grijzende vrouw met veel rimpels, met een gedateerd modelletje brilmontuur op en ouwelijke zwarte kleding aan.

Het was dus nogal schrikken toen ik dat in de Intermediair op de begeleidende foto zag staan, bij een artikel over de trends van de nabije toekomst. Ik vond het nogal schokkend dat zelfbenoemde trendy Nederlanders, mijzelf incluis, klakkeloos de voorspellingen volgen van een vrouw die het toonbeeld is van de allersufste trend in Nederland: de vergrijzing. Al zullen de meeste mensen niet weten dat een bejaarde ons voorschrijft wat jong en hip is.

Door de foto was ik nieuwsgierig geworden hoe Lidewij Edelkoort, de geïnterviewde trendwatcher, tot haar voorspellingen komt. Je zou verwachten dat een enorme generatiekloof haar gedachten in de weg staat om aan te voelen wat de trend onder jongeren zal worden. Maar haar vooruitziende blik klopt zo goed dat zij voor veel geld door multinationals wordt ingehuurd.

Haar werkwijze omschrijft zijzelf als een soort archeologie. Met allerlei brokstukken verklaart zij niet hoe de mensheid vroeger leefde, maar voorspelt zij de toekomstige manier van leven. De brokstukken die tot inspiratie leiden zijn kunstvoorwerpen, muziek of veel voorkomende gespreksonderwerpen. Op basis van haar intuïtie en associaties in haar onderbewustzijn komt zij dan tot het beschrijven van toekomstige trends. Op mij komt dat over als een moderne variant op de waarzeggerij.

Maar goed, ik was benieuwd aan welke trend ik ten prooi zal vallen dit jaar. Edelkoort denkt dat ‘mono’ de toekomstige ontwikkeling is. Monogamie is ‘in’. Al heb ik in mijn vriendenkring nooit gemerkt dat dat ‘uit’ is geweest. Volgens haar verlangen wij naar minder keuzes en meer soberheid. Weg met de glitter, glamour en strak design.

‘Nogal wiedes,’ dacht ik toen ik dat las in het artikel. We kunnen ons in de huidige kredietcrisis geen dure bling-bling meer veroorloven. Dan kun je maar beter massaal alsof doen dat je niet meer geïnteresseerd bent in overdadige luxe. Dat is precies wat Edelkoort verwacht, al beschrijft zij het in catchy termen als milieubewust, biologisch en kwaliteit.

Ineens begreep ik dat trendwatchen eigenlijk een redelijk simplistische wetenschap is. Je voorspelt gewoon precies het tegenovergestelde van wat nu populair is. Omdat een mens nou eenmaal altijd droomt van hetgeen hij niet heeft. Zodra hij zich dat maar kan veroorloven heb je een trend. Tja, zo kan ik het ook.

Gelul

Het tijdschriftenschap in de boekhandel geeft een gedetailleerd overzicht van de hokjesgeest van Nederland. Voor elke doelgroep wordt een apart blad gemaakt. Bij mij begint het enorm te jeuken als ik aan de beschrijving van zo’n doelgroep voldoe. Ik leef in de waan dat ik een uniek mens ben. Een tijdschrift voor en over mij alleen is natuurlijk niet haalbaar. Daarvoor is mijn fanbase niet groot genoeg. Een eigen magazine is alleen weggelegd voor sterren als Linda en Catherine. Al is Catherine Keyl een tamelijk uitgerangeerde televisiepresentatrice. Dat is dan ook het voornaamste thema van haar blad (hoe je er mee om moet gaan als het allemaal minder wordt).

Linda de Mol is volgens mij een beetje op zichzelf uitgekeken. Zij maakt om de haverklap een blad over een ander. Na de Gullit, de Matthijs en de Dinand zijn dan nu de verwijfde mannen van Nederland aan de beurt. Blijkbaar wilden Gerard, Gordon en Paul niet meewerken want het blad heet (heel saai) L’Homo. Dat de homo’s allang een eigen plank in het tijdschriftenschap hebben dat wist Linda vast niet.

Uit het voorwoord van L’Homo blijkt dat Linda een stereotiep beeld heeft van de gemiddelde homo. Zij dacht dat er in het homohuishouden op ieder nachtkasje een potje vaseline staat. En dat er binnen de homogemeenschap wordt gecommuniceerd met zakdoeken in alle kleuren van de regenboog, in een kontzak links of rechts. Maar de grootste giller vond ik dat Linda dacht dat homoseksuelen in types als Gordon of Leco de perfecte partner zien. Waar zij de expertise vandaan dacht te halen om een homoblad uit te geven, is mij een raadsel.

L’Homo bevat veel gelul. Behalve die van Arie. En dat is jammer want daarin was ik meer geïnteresseerd dan in de rest van het blad. Dat bevat namelijk meer van hetzelfde als waarmee de andere homoglossy’s worden gevuld. Dus fashionshoots met verwaand kijkende modellen in te dure kleding. Lijstjes met wannahaves waarvan je niet wist dat je ze wilde hebben (elektronische gadgets en seksspeeltjes). Een interview met Hans Kesting, lekker herkenbaar en stigmatiserend, omdat hij een hiv-positieve acteur is.

Positief aan L’Homo is dat de betuttelende toon van verdraagzaamheid omdat je de vrijheid moet krijgen om homo te zijn – waarin de Gaykrant grossiert – achterwege blijft. Maar ik heb de indruk dat dit tijdschrift vooral een inburgeringscursus in de homowereld is voor Linda zelf. Ik ben er namelijk geen steek wijzer van geworden.

Schaamhaardracht

‘In welk blad heeft Arie Boomsma ooit met kleren op de foto gestaan?’ vroeg ik me deze week af. Er zijn weinig bekende Nederlanders van wie ik op de hoogte ben van diens schaamhaardracht. Maar van Arie weet ik dat. Ik heb (te) grote delen van zijn afgetrainde schaamstreek – met gemillimeterd schaamhaar – gezien. Om nog maar te zwijgen van zijn imposante borstkas. Of zijn gespierde rug met een grote tatoeage van een draak er op. Die lichaamsdelen heb ik onbedekt in diverse damesbladen zien staan.

Alle commotie over de zoveelste fotoreportage van Arie met te weinig kleren aan, snap ik niet. Dat de Evangelische Omroep er niet blij mee is dat het voor L’Homo (het eenmalige homoblad van de makers van Linda) is, daar kan ik inkomen. Maar door hem direct voor negentig dagen te schorsen wordt Arie flink aan het kruis genageld. Terwijl hij dat lichaamsdeel waarschijnlijk bedekt heeft gelaten.

Het lijkt mij waarschijnlijk dat Arie door de EO bewust is aangenomen vanwege zijn status als sekssymbool. Zijn alcoholvrije sixpack doet het ongetwijfeld goed bij de meisjes van de zondagschool. Arie’s imago is vakkundig gekuist door hem op een tranceconcert een donderpreek te laten houden.

In het televisieprogramma ‘Veertig Dagen Zonder Sex’ weet Arie zelfs aan dat soort vleselijke genoegens  een religieuze draai te geven. Het ontneemt mij ieder gevoel van lust, ondanks zijn donkere manen en volle lippen die regelmatig beeldvullend voorbij komen. Me daaraan zorgeloos verlekkeren, zonder dat ik me schuldig voel over zulke onzedige gedachten, is er niet meer bij.

Dan is het nog de vraag: waarom Arie en niet Andries? Niet met betrekking tot de fotoshoot voor L’Homo natuurlijk. Stel je voor: Andries liggend in zijn lange onderbroek met hemd in de branding van de zee op een zonnig strand. Bepaald niet zinderend homo-erotisch. De rillingen lopen mij over de rug bij de gedachte alleen al. Wat ik mij afvraag is waarom Arie wordt geschorst en Andries Knevel niet. Andries heeft God’s complete scheppingswerk in twijfel getrokken.

Arie heeft eigenlijk niets gedaan wat de EO-achterban niet van hem gewend is. Sterker nog, de vrouwen verafgoden Arie. Ik voorspel dat L’Homo het eerste homoblad wordt dat op de biblebelt gretig aftrek vindt. Arie heeft slechts een aantal homo’s, die gedoemd zijn om in de hel te boeten voor hun zonden, een plezier gedaan. Die goede daad valt vast te scharen onder een van de tien geboden.

Reusachtig

Na het concert van de IJslandse zangeres Emiliana Torrini in Paradiso, kon ik twee conclusies trekken: 1) er zijn weinig moderne opnametechnieken op haar cd gebruikt 2) bij lange, donkere basketballers valt Emiliana’s muziek niet in de smaak. Deze bevindingen zal ik hieronder verder toelichten.

Als het publiek niet uitzinnig had meegezongen en had geapplaudisseerd dan zou de opname van dit concert linea recta op cd kunnen worden uitgebracht. Emiliana en haar band maakten live helemaal waar wat op de cd al te horen was. De muzikanten speelden gepassioneerd en Emiliana haalde alle noten schijnbaar moeiteloos. Dat is precies waarom ik haar optreden erg geslaagd vond. En ook precies de reden dat ik nooit naar een concert van Madonna zal gaan.

Madonna gebruikt namelijk wèl al die hoogstaande opnametechnieken om haar hitgevoelige deuntjes op te leuken. Met als gevolg dat Madonna live niet als Madonna op cd klinkt. Dat gebrek aan zuivere zang compenseert zij volop met ingewikkelde danspasjes die veel lenigheid vergen en door zo nu en dan aan een kruis te gaan hangen. Maar voor lenige danspasjes kan ik ook naar het ballet. En in de kerk hangt er altijd iemand aan het kruis, zonder dat daar vals doorheen wordt gejengeld. Ik dwaal af.

Met mijn schamele lengte van een meter en achtenzeventig centimeter was ik een van de langste personen in het publiek. Dat was voor mij een vreemde gewaarwording omdat ik sinds ongeveer mijn dertiende jaar door mijn vrienden letterlijk word overschaduwd. Zelfs menig vriendin op hoge hakken kijkt op mij neer. Alle danoontjes en talloze boterhammen pindakaas ten spijt, is bij mij een groeispurt uitgebleven.

In de puberteit had ik graag geruild met iemand van twee meter (inclusief de bijbehorende frequente schedelbasisfracturen vanwege het stoten van je hoofd).  Inmiddels weet ik dat je met zo’n lengte gebukt door het leven gaat. Desondanks was het leuk om me voor de verandering eens reusachtig te voelen doordat ik tijdens het concert boven (bijna) iedereen uittorende.

Wat ik in het multiculturele hartje Amsterdam verder tamelijk uniek vond, was dat het publiek – op ’n enkele neger en Aziaat na – voornamelijk bestond uit blanke mensen. Nu weet ik dat IJslandse artiesten het vrijwel allemaal hekelen als hun muziek wordt omschreven als ‘feeëriek’ en/of sprookjesachtig. Voor het publiek dat Emiliana’s concert trok, gaat de term sprookjesachtig goed op: dwergen of gnomen zijn in prentenboeken zelden lang, donker en anatomisch geschikt voor basketbal.

Arie

Een van de truttigste beroepen voor de vrouw was de functie van omroepster. Ik vond het prettig om met een nieuwsgierig makende inleiding verleid te worden om een programma te gaan kijken dat ik nooit zelf zou hebben uitgezocht. De publieke omroepen hebben massaal afscheid genomen van deze functie.

Het waren bijna altijd vrouwen waren die de televisieprogramma’s, zittend naast een weelderig bloemstuk, aan- en afkondigden. Toegegeven, vroeger was er Hans van de Togt die als man jarenlang bij de Avro omroeper is geweest. Voor de mannenliefhebbers was hij met zijn vrouwelijke maniertjes geen reden om al watertandend voor de beeldbuis te gaan zitten.

Logischerwijs trok het mijn aandacht toen nota bene de commerciële omroep Veronica een mannelijke omroeper had aangenomen. Dat moet de doelgroep van de zender, niet-metroseksuele mannen met een afzichtelijke haardracht (lees: matjes) en dito bierbuik, vreemd hebben doen opkijken. Wellicht was het een wanhopige poging om meer vrouwen te laten mee kijken naar “De Grote Beurt” en andere vulgaire erotiek.

De omroeper was een ex-model die carrière wilde maken. Een baan als omroeper leek vast meer uitdagend omdat hij dan zelf zijn teksten mocht schrijven, in plaats van voorgekauwde teksten in een commercial opdreunen. Mij had een avondje Veronica nog nooit zo leuk geleken.  Een mannelijke schoonheid een zin van meer dan tien woorden geheel live fatsoenlijk laten uitspreken, dat moest geheid een afgang worden. Dus verschanste ik mij op de bank in mijn huiskamer met een glaasje fris en een zak chips voor een vermakelijke avond.

Bij zijn eerste aankondiging kwam zijn naam in beeld: Arie Boomsma. ‘Zijn suffige voornaam heeft hij niet mee,’ dacht ik. Gelukkig maakte zijn uiterlijk, zoals een model betaamt, dat minpuntje meer dan goed. Een gespierde torso, lange donkere manen, een verwaarloosd baardje en een paar mooie, volle lippen. Een vleesgeworden Jezus eigenlijk (al bleven de bijbehorende sandalen uit beeld). Tot mijn spijt was Arie’s carrière als omroeper geen lang leven beschoren.

Arie bleek stiekem in de here (helaas enkelvoud) te zijn en dook op bij de Evangelische Omroep. Daar presenteerde hij opeens de EO-jongerendag en programma’s als ’40 dagen zonder sex’. Een beetje opportunistisch als je het mij vraagt, als je daarvoor zonder enige vorm van schaamrood op de kaken, softporno hebt aangekondigd. Hij zal wel met terugwerkende kracht van gewetenswroeging last hebben gehad. Met zijn goddelijke uitstraling en die voornaam is hij, met collega’s als Henk Binnendijk en Andries Knevel, helemaal op zijn plek.

Voornemen

Niets feestelijks heeft oudejaarsavond in mijn ogen. Ik probeer er nog wat van te maken met familie, vrienden, een sjoelbak en zompige oliebollen maar het blijft een avondje doelloos klokkijken totdat het eindelijk twaalf uur is. Het geeft mij een beklemmend gevoel, alsof ik in een besloten sekte het nabije einde der tijden zit af te wachten.

Na twaalven wens je iedereen een gelukkig nieuwjaar toe. Daarna mag je de straat op om door de buurjongen aangestoken voetzoekers te ontwijken terwijl je zijn ouders begroet. Er zijn betere manieren te bedenken om de avond door te brengen.

De volgende ochtend, na het uitslapen van de roes van de champagne en nog doof van al het vuurwerk, begint het nieuwe jaar voor mij met de nodige irritatie. Ik verbaas me er over dat bij de start van het jaar mensen om mij heen van alles (maar vooral zichzelf) willen veranderen. Zij stoppen die dag met roken, met eten én nemen die dag een abonnement op de sportschool. Omringd door zoveel chagrijnige gezichten van mensen die zichzelf en de directe omgeving volstrekt onnodig aan het kwellen zijn, roept de start van het nieuwe jaar bij mij bepaald geen positief gevoel op.

Met alle nieuwjaarsborrels met lekkere hapjes, buffetten en glazen champagne in het vooruitzicht lijkt mij het juist lastig om op dieet te gaan of geen sigaret meer op te steken. Het hogere jaartal maakt ons blijkbaar overmoedig met al onze voornemens. Je vraagt je af waarom wij niet vaker van jaar wisselen.

Op 1 januari kondigen vrienden met veel bombarie aan wat hun goede voornemens zijn. Ik heb het gevoel dat zij van mij verwachten dat ik daar heel enthousiast op reageer. Ik voel er weinig voor om als een soort cheerleader ieder grammetje gewichtsverlies of shagje minder van een passende yell te voorzien.

Zonder als zo’n zwevende goeroe met van die voor de hand liggende levensfilosofieën te willen klinken, wil ik graag opmerken dat iedereen met een beetje wilskracht prima direct (bijvoorbeeld op 5 juni) met een voornemen kan beginnen. Hoef je niet meer maanden van tevoren te vissen naar aanmoedigingen van anderen die het helemaal niet nodig vinden dat je op dieet gaat of afkickt van de nicotine of XTC.

Als iedereen zich voorneemt om te stoppen met stoppen op nieuwjaarsdag dan wordt oudejaarsavond een stuk minder beladen. Misschien lukt het dan om het nieuwe jaar daadwerkelijk gelukkig te beginnen.

Opzegging

De mogelijkheid tot liposuctie sust een beetje mijn geweten. Ondanks dat voel ik me schuldig over het feit dat ik al in geen weken in de sportschool ben geweest. Het doel dat ik voor ogen had, vijf kilo afvallen en een blokjesbuik, heb ik niet bereikt.

Het abonnement op de sportschool heb ik, voordat ik me weer zou bedenken, inmiddels opgezegd. Dat ene moment van daadkracht is de enige kracht die de sportschool mij heeft opgeleverd. Mijn spiermassa en conditie zijn er beide niet op vooruit gegaan. Mijn sportinstructeur verwijt mij dat ik me onvoldoende heb ingezet, wat deels de waarheid is. Er zijn verzachtende omstandigheden die het opzeggen van de sportschool rechtvaardigen, die ik vertel aan iedereen die het maar horen wil.

Ik snap namelijk niet waarom de sportinstructeurs altijd zo blijmoedig zijn. Als ik vermoeid, badend in het zweet en met flinke spierpijn in het vooruitzicht uit de sportschool kom, ben ik vooral chagrijnig. Bovendien is het voor een van 8 tot 5 werkende kantoorklerk, zoals ik, sport lastig in te passen in de dagroutine. Voor het werk sporten is onmogelijk door de zweetplekken die de hele ochtend zichtbaar zullen zijn onder mijn oksels. Ik geef het na 100 meter op de loopband op als ik op een lege maag na het werk ga sporten. En met een volle maag krijg ik braakneigingen van de penetrante zweetlucht die laat op de dag in zo’n sportschool hangt (zo weet ik uit ervaring).

Ik kan nog talloze andere redenen opsommen om niet meer naar de sportschool te gaan. Zo schreeuwen de instructeurs van de groeplessen altijd zo hard dat ik na afloop last heb van suizende oren. En schaam ik me voor de blikken vol medelijden van krachtpatsers met gespierde bovenarmen vol tatoeages, als ik met een ingewikkeld apparaat mijn schriele borstkas probeer te verbreden. Het buikspierkwartier dat altijd stiekem langer duurt dan beloofd. De douche die je moet delen met allerlei wildvreemde mensen. Ik kan dus niet zonder gêne spiernaakt douchen als ik naast zweterige mannen met enorme bierbuiken sta. En het is tamelijk onzinnig om te gaan hardlopen en fietsen in een bedompte sportschool, als je dit ook in de frisse buitenlucht en vrije natuur kan doen.

Hoe ik mezelf – zonder het abonnementsgeld als stok achter de deur – aan het sporten krijg, dat moet ik nog bedenken. Ach, denken is ook sport.