Migrantenkind

Een goed getimed relletje is best handig op z’n tijd. Vlak voor mijn vertrek naar Marokko recenseerde Sylvia Witteman het laatste boek van de Marokkaanse schrijver Mano Bouzamour, ‘Bestsellerboy’ getiteld. Na de ronduit vernietigende recensie is het zeer de vraag of het boek zijn titel gaat waarmaken. Witteman suggereert dat de boeken van Bouzamour alleen uitgegeven worden omdat hij een ‘migrantenkind tussen twee culturen is’. Op Twitter kwam Sylvia Witteman dit op felle kritiek te staan. Maar Mano mag haar dankbaar zijn. Door dit relletje heeft hij ten minste twee extra boeken, aan mij, verkocht.

Mijn voornemen was om tijdens de vakantie om boeken van schrijvers met Arabische wortels te gaan lezen. Dat leek me een goede manier om een indruk te krijgen van de Arabische cultuur. Het bleek alleen lastig om aansprekende boeken van Marokkaanse schrijvers te vinden. Ten arren moede bestelde ik ‘Eus’ van Özcan Akyol en ‘Wees onzichtbaar’ van Murat Isik. Beiden hebben een Turkse achtergrond. Strikt genomen valt Turkije buiten de Arabische wereld, geloof ik. Alleen het opgroeien tussen twee culturen is iets dat Turken en Marokkanen gemeen hebben. En alleen ongeïnformeerde Nederlanders scheren Marokko en Turkije over één kam. Maar goed, dankzij Sylvia Witteman nam ik nu twee boeken van Mano Bouzamour mee naar Marokko. Een schrijver die echt met één been in de Arabische cultuur staat.

Alhoewel, Bouzamour is in Amsterdam geboren. En in zijn beide boeken is de cultuurclash van een vernederlandste jongen met zijn Marokkaanse roots de rode draad. De boeken lijken autobiografische elementen te bevatten. De hoofdpersoon etaleert een haast fundamentalistische hekel aan de ‘lulkoekimam’. Hij spijbelt van de moskee in plaats van school, haalt zijn VWO-diploma en dweept met klassieke pianomuziek. Hij is duidelijk geen doorsnee kutmarokkaan.

Bovendien heeft Mano weinig op met zijn Arabische wortels of het islamitische geloof. ‘God is de echo van je eigen stem,’ verwoordt hij het ergens diepzinnig. Verder is zijn schrijfstijl overigens zo platvloers dat het bijna poëtisch wordt.

Bijna.

Want zinnen als ‘haar kut kwijlde als een babymond’ en ‘ze gebruikten mijn wasbord als krabpaal’ zijn toch vooral heel ranzig. Een zin als ‘haar clitje was hard als een druivenpitje’ vind ik eerder lachwekkend dan hoogstaande literatuur. Al krijg ik het beeld van ‘mijn geknevelde eikel stak boven de elastische band van mijn boxershort uit alsof hij mij gedag wilde zeggen’ nooit meer van mijn netvlies.

Dit soort beeldend beschreven ranzigheid past volgens mij helemaal in de traditie van de grote Nederlandse romanciers, als Jan Wolkers en Jan Cremer. Die grossierden ook in dergelijke vunzigheid. Ja, als Mano Bouzamour buiten Nederland was geboren dan had je kunnen spreken van een geslaagde inburgering.

Dit was het laatste stukje naar aanleiding van mijn vakantie naar Marokko.  

Meld je aan voor mijn nieuwe nieuwsbrief! Ik blik maandelijks terug op de gepubliceerde stukjes. Je hoort welke onderwerpen ik over aan het schrijven ben. En ik deel welke blogposts van andere bloggers ik de moeite waard vind. Rechts onderaan de pagina vind je het aanmeldformulier. 

Gerelateerd

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

6 reacties

  1. Ik heb echt totaal niks met Oosterse schrijvers. Ooit de Vliegeraar en Duizend Schitterende Zonnen gelezen, maar buiten het feit dat het zeker niet slecht geschreven was, voelde ik er niks bij. En dat is voor mij toch wel een belangrijk criterium.