Zurigheid

Vroeger stond ik in mijn vriendenkring bekend om mijn valse nichtenhumor. Qua uiterlijke schoonheid of studieresultaten blonk ik niet uit. Mijn onopvallendheid compenseerde ik ruimschoots door op feestjes luidruchtig vileine grappen over anderen te maken. Het soort grappen waarvan Geer en Goor hun handelsmerk hebben gemaakt.

Die humor was geboren uit onzekerheid, een eigenschap waar de meeste tieners mee behept zijn. Ik kan je verklappen dat als gevalletje ‘boy next door’, het bepaald niet goed is voor je zelfvertrouwen als je omringd bent met de stereotype homoseksuelen met afgetrainde lijven, compleet met modellengezichtje en een perfect gemodelleerd kapsel naar de allerlaatste trend. Ik begreep maar al te goed dat zelfs als ik elke dag fanatiek in de gewichten hing en gorilla-achtige spierbundels ontwikkelde, er op die imposante borstkas nog altijd mijn eigen doorsnee hoofd zat. Een hoofd met genoeg rimpels, puistjes en rare trekken om onzeker over te zijn. Dus maakte ik volop grappen die leeghoofdige ‘poedernichten’ met hun queeste om voor eeuwig strak en beeldig te blijven. Tot op de dag van vandaag maak ik volop grappen waarmee ik anderen belachelijk maak.

Pas geleden ontdekte ik waarom ik eigenlijk zulke harde grappen maak. Ik kwam tot dat inzicht na het lezen van een interview met Erwin Olaf in L’Homo. Erwin vertelt dat hij merkte dat hij steeds grimmiger werd, en dat hij dit deed zodra hij het gevoel had gepest te worden. Mijn gewoonte om gemene grappen te maken heb ik ontwikkeld toen ik gepest werd op de middelbare school. Met een grap ten koste van een ander leidde ik slinks de aandacht van mijzelf af. Mijn valse nichtenhumor maakt van mij – bij vlagen – een regelrechte pestkop.

Het is vreemd dat ik tegenwoordig dat zelfverdedigingsmechanisme tegen pesterijen nog gebruik, want ik word nooit gepest. Uiterlijkheden zijn steeds onbelangrijker voor me. Dat is een van de voordelen van ouder worden: je legt je neer bij het vel dat gaat steeds meer hangen, en de kaalheid op je hoofd die alleen nog gecompenseerd wordt door lange haren in je neus en oren. Desondanks, zit ik beter in mijn vel dan ooit. Dus bedacht ik me, dat het ongepast is om me nog langer te gedragen als een oude, verbitterde man. Er is geen reden meer voor zoveel zurigheid. Ik heb me voorgenomen om minder valse grappen te maken. Het uiterlijk verval mag dan zijn ingetreden, ik ben nooit te oud om te leren.

Gerelateerd

Geef een reactie

You have to agree to the comment policy.

12 reacties

  1. Ik ben blij dat ik altijd wel een antwoord klaar heb. Als het moet lul ik de tram uit de rails. Maar ik probeer wel steeds vaker vooral vriendelijke dingen te zeggen. Het lukt nog niet altijd, ik ben nog in training, hè? Maar het uitgangspunt is goed. Niet zuur worden, hoor!

  2. Je bent goed bezig, Paul.
    Aan de andere kant. Aanval is de beste verdediging, zeggen ze. Dat is wat ons doet overleven. Maar er zijn er ook die niet aanvallen, en dat zijn meestal degenen die gepest worden (sprak de ervaringsdeskundige). Wat ‘iliveformydreams.com’ zegt, je bent nooit te oud om te leren. Ik leer steeds beter om zurig te zijn, maar een echte pester wordt ik nooit. Zit niet in me. Ik weet wat het kan veroorzaken.

  3. Er is niks mis met een beetje zelfspot natuurlijk maar eçht zuur worden…. niét doen! Maar het klopt, een mens is npooit te oud om te leren en ik leer nog dagelijks terwijl ik toch zelfs niet meer in de buurt kom van de dertig …. of de veertig…. of eh…. laat maar zitten;-)

    1. René, ik beschouw mezelf als een mondig persoon maar heb juist meer bewondering voor degenen die hun mond weten te houden. Als er dan iets door hen gezegd wordt, doet het er echt toe.