Stijlbreuk

Vorig jaar had ik me vurig voorgenomen om L’Homo nooit meer te kopen. Dit jaar voelde ik me verplicht tot aankoop omdat de Gay Krant failliet is. L’Homo is het enige doelgroepblad dat er voor mij is overgebleven. Gelukkig komt het blad maar één keer per jaar uit. Ik moet er niet aan denken om het maandelijks te lezen, want voor een homoglossy heeft het verdomd weinig allure.

Dat is vooral de schuld van Johannes Rypma, de matig getalenteerde rockzanger uit Friesland, die door onterecht uitzinnige tienermeisjes de finale van The Voice of Holland werd in gestemd.  Zo’n boerenkinkel kun je uit de klei trekken en in een verleidelijke pose op een zonnig strand leggen, echt kloppen doet zo’n plaatje niet. Alsof je een bikinishoot met Doutzen Kroes situeert in een boerenkeet met varkensmest op de achtergrond. De styling van Johannes helpt ook niet. Zijn helblonde haar is gecombineerd met gebleekte jeans, cowboylaarzen en kruisjeskettinkjes. De Billy-Idollook dus. En die is niet voor niets als sinds de late jaren tachtig uit de gratie geraakt.

Het hoofdartikel is een twaalf pagina’s tellend diepte-interview met Kees Tol. Op zich heb ik niets tegen Kees Tol. Toch vraag ik me af of de redactie echt niemand anders kon vinden. Iemand die meer in het leven heeft bereikt dan deelnemer zijn in ‘Wie is de Mol’ bijvoorbeeld. En zijn bekendheid verder te danken heeft aan de reallife-soap ‘De Zomer Voorbij’, waarin hij op vakantie gaan met bekende Volendamse vrienden die wel getalenteerd zijn, zoals Nick, Simon en Jan. Maar uit het interview blijkt dat Kees een van de vijf homo’s uit Volendam is. In het blad komt het thema ‘vissersmannen’ vaker terug dus dan is het redelijk logisch dat Kees gevraagd is. Het woord ‘palingsound’ krijgt een heel andere lading met zo’n Volendamse homo. Dus ik prijs me gelukkig dat Kees niet kan zingen.

Het blad is behalve het visgerelateerde thema vooral gevuld met cliche’s. Frans Molenaar en Joop Braakhekke mogen vertellen dat zij ‘nooit meer strak en beeldig’ worden. Het benadrukt maar weer eens het stereotype beeld dat homo’s ijdeltuiten zijn met een obsessie voor jong blijven. Op bladzijde 33 is er opeens een vreemde stijlbreuk: een foto van een biefstuk. Was er iemand vergeten om een blik bockworsten in te kopen? Of is dit een uiting van het out-of-the-box denken van de redactie? Ik word bijna nieuwsgierig naar de L’Homo van volgend jaar.

Geef een reactie

You have to agree to the comment policy.