Doelgroep

Als ik de marketeers op filmgebied moet geloven, ben ik een man gevangen in het lichaam van een vrouw in de leeftijdscategorie zestien tot en met dertig. Want ik ben namelijk dol op films die gericht zijn op die doelgroep.

De verhaallijnen in die films zijn meestal niet al te ingewikkeld, de personages zijn ronduit doorzichtig, er gloort meestal romantiek aan de horizon en er is een gegarandeerde goede afloop. ‘Wat kan een zich mens nog meer wensen,’ dacht ik. Dat bleek ‘spanning en sensatie’ te zijn toen ik vorig jaar met een vriend naar de bioscoop ging.

Die avond zat ik opeens na lang en veel aandringen van die vriend om 19:05 uur in een bioscoopzaal om naar de film ‘Mirrors’ met Kiefer Sutherland te kijken. Op de folder van de bioscoop had de film, over vreemde krachten die spiegels gebruiken om door te dringen in een huis, intrigerend geleken. ‘Stukken minder gezapig dan de film die jij wilde zien,’ verzekerde mijn vriend me nog vooraf tijdens de commercials. Eigenlijk vond ik het stiekem goed dat ik naar een ander genre film ging kijken. Met al die romantische komedies en het zoveelste kostuumdrama had ik het soms gehad.

Vanaf het begin van de film zat ik er goed in. Ik kon volop meeleven in het verhaal van een werkloze, getraumatiseerde en voormalig geheim agent die, vanwege zijn nachtmerries na een schietincident, niet meer samenwoonde met vrouw en kinderen. Ik vond het een prachtige verhaallijn die in menig soap niet zou misstaan. Tot mijn grote tevredenheid werd het nog een tikkeltje dramatischer want hij moest, om zijn gezin te kunnen onderhouden, een baan nemen als bewaker in vervallen warenhuis. Duidelijk ver beneden zijn niveau maar het gezinsleven vraagt nu eenmaal offers.

Tot zover het eerste kwartier van de film.

Over de rest van de film kan ik weinig vertellen. Ik heb voor de prijs van € 9,50 het volgende anderhalf uur voornamelijk naar de binnenkant van mijn handen gekeken en naar de gilletjes van overige bioscoopbezoekers geluisterd. Na afloop bleek die zogenaamd stoere vriend het grootste deel van de film ook te hebben weggekeken.

Aangezien ik na het zien van deze thriller voor zestienplussers absoluut niet zou kunnen slapen, heb ik die vriend gedwongen om diezelfde avond nog een film te gaan kijken. Ditmaal eentje van mijn keuze: ‘Wild Child’, voor meisjes van zes jaar en ouder, met happy end.

Medeplichtig

Talloze beleidsnota’s en krantenartikelen worden gewijd aan de individualisering van de samenleving. Een vreselijke term. Maar ik kan me levendig voorstellen dat het zeer ernstig klinkt wanneer het op gedecideerde toon wordt uitgesproken door een overbezorgde rijksambtenaar met een aardappel in zijn keel.

Ik had verwacht dat het een politieke stunt uit de hoed van de ChristenUnie was. Die partij grijpt iedere kans om de ouderwetse sociale controle (een dominee die op huisbezoek komt om te praten over normen, waarden en voortplanting) weer in te voeren. Tot ik gisteren, tijdens het opruimen van oude kranten, me in deze trend heb verdiept.

Volgens een opinieartikel ben ik onderdeel van een ontwikkeling in de samenleving. Ik vind het meestal geruststellend om te lezen dat mijn gedrag ook door anderen wordt vertoond (en ik dus blijkbaar heel normaal ben). Toch maakte ik me zorgen want ik voldeed op verrassend veel punten aan de beschreven profielschets van een ‘geïndividualiseerde burger’. Ik ben namelijk a) niet op de hoogte van de namen van mijn buren, b) niet actief in het verenigingsleven. Dat was – tot nu toe – niet iets waarvan ik wakker lag. Maar ik ben blijkbaar ongemerkt medeplichtig aan allerlei misdaden doordat ik zo ernstig van de samenleving ben vervreemd.

Door de desinteresse voor de eigen leefomgeving van burgers blijft, volgens het opinieartikel, veel huiselijk geweld onopgemerkt. Een blokje aan de zijkant van het artikel gaf schokkende cijfers weer over het geweld in huiselijke kring. Bij het lezen van een quote van een Oostenrijkse politiewoordvoerder, die verklaarde dat Jozef Fritzl eerder was ontmaskerd als de buren beter hadden opgelet, sloeg de angst mij om het hart.

Ik sla nauwelijks acht op de bezigheden van mijn buren. Ze kunnen, zonder dat ik het heb opgemerkt, een ingewikkeld stelsel van ondergrondse bunkers hebben aangelegd. Of zomaar een van de kinderen hebben ingevroren. Ik voorspel dat hele volksstammen in de toekomst voor een soort collectief schuldgevoel moeten worden behandeld in therapeutische gespreksgroepen, of op televisie door Dr. Phil.

Door mijn schuldgevoel heb ik momenteel een overmatige drang om mijn buren in de gaten te houden. Gewapend met een verrekijker en een vogelboek ter vermomming, houd ik hen nauwlettend in de gaten. Voorlopig heb ik nog geen bastaardkinderen gespot of een van de buren op buitenissige tuinierspraktijken betrapt. Maar tegenwoordig ken ik mijn buren bij hun voornaam. Zo heeft mijn schuldgevoel tenminste iets positiefs opgeleverd. En kan ik voorlopig weer rustig slapen.

Bedbeslommeringen

Er circuleert in de media al maanden een gerucht over het bestaan van een sextape van Britney Spears en haar ex-partner Adnan Ghalib. Britney had hem ontmoet toen hij voor haar huis stond te fotograferen. Als superster verliefd worden op een paparazzifotograaf terwijl haar complete privé-leven op straat lag door de roddelbladen, dat vond ik heel romantisch.

Natuurlijk wist iedereen van tevoren dat dit hedendaagse liefdessprookje gedoemd was te mislukken. Een fotograaf laat zo’n buitenkans om de relatie uit te buiten, door familiekiekjes te verkopen aan de pers, niet liggen. Mijn voorgevoel klopte want Britney bleef tijdens de relatie wekenlang voorpaginanieuws.  De fotograaf heeft met het op de gevoelige plaat vastleggen van Britney’s privé-leven waarschijnlijk een klein fortuin verdiend. Zijn vermogen zal met nog een paar miljoen zijn gegroeid sinds Britney de originele sexvideo van hem heeft opgekocht.

Gelukkig zijn Britney’s bedbeslommeringen mij bespaard gebleven. Ik ben namelijk al meerdere malen ongewenst geconfronteerd met verschillende schaamstreken van beroemdheden. Het uitgemergelde lichaam van een half ontklede Amy Winehouse, een ontsnapte tepel van Lily Allen en de onthaarde schaamlippen van Britney, ik heb ze allemaal mogen aanschouwen. Je gaat bijna terugverlangen naar de tijd dat een wilde bos schaamhaar nog in de mode was.

Ik ben godzijdank geen bekende Nederlander want mijn homevideos zijn een stuk minder interessant dan die van Paris Hilton en Rick Salomon. Al zouden fotografen hun handen vol hebben aan het voor het nageslacht vastleggen van mijn modeflaters. Ik heb altijd een ‘badhairday’ en mijn smaak in kleding laat het dagelijks afweten. De wereld hoeft niet massaal met mij mee te leven als er een openbare verkoop van mijn inboedel nodig is om mijn creditcardrekening af te betalen. Kijkend naar de roddelbladen is het een luxe dat alle smerige details binnenskamers blijven als ik het niet ‘tot de dood ons scheidt’ volhoud met een partner.

Ondanks dat ik het voor de sterren vreselijk gênant vindt dat hun leven op straat ligt, smul ik er zelf ook van. Ik vond het fijn om op een sexvideo te ontdekken dat Pamela Anderson putten in haar bilpartij heeft en dat Fred Durst grijs wordt. Ik was geshockeerd om op de sextape van Colin Farrell te ontdekken dat piemels van twintig centimeter echt bestaan. De huwelijkscrisis en boedelscheiding van Madonna en Guy Ritchie leidt mooi mijn aandacht af van mijn eigen relatieproblemen.

Eigenlijk is het voor mij enorm geruststellend dat, ondanks al het geld en schoonheid, de sterren doodgewone mensen blijken te zijn.

Plattelandsmentaliteit

Soms ben ik de plattelandsmentaliteit in Nederland helemaal zat. Aangezien ik ben opgegroeid in steden in Friesland die de stadsrechten qua inwonersaantal en uitgaansleven niet waard zijn, ben ik best wat gewend. In die dorpen werd er neergekeken op de import-Nederlanders die in de Friese nieuwbouwwijken neerstreken. Maar laatst verbaasde ik me zelfs in Amsterdam – toch de stad met de meeste nationaliteiten ter wereld – over het dorpse sfeertje van vreemdelingenhaat, achterklap en een overdosis sociale controle.

Op een Amsterdams terras was ik in een gesprek over buitenlanders in Nederland verwikkeld. ‘Door de islamisering van Nederland zal de Sinterklaasviering verdwijnen,’ zei een vriend op verhitte toon. Dat was weer eens een lekkere ouderwetse uitspraak over buitenlanders. Ik schoot honend in de lach over zoveel onwetendheid. Op boze toon werd mij verteld dat ik als homo zomaar de kans liep om in de vijver van het Vondelpark gegooid te worden door een Marokkaan. Terwijl ik het zelf ook aanstootgevend vind dat sommige homo’s in het openbaar seks hebben. Ik wilde grappend uitroepen dat de stadsparken juist ten onder gaan aan de seksualisering van de samenleving. Gezien de eerdere reprimande hield ik maar mijn mond.

Op zulke momenten verlang ik naar New York. Vooral naar de ‘easy-going’ omgangsvormen waarmee ik word aangestoken wanneer ik daar ben. Ondanks honderden verschillende nationaliteiten gaat het samenleven in die stad goed. Elke gemeenschap krijgt de ruimte voor eigen gewoonten in een eigen wijk. Met Manhattan als smeltkroes van al die verschillende gewoonten (vooral in culinair opzicht).

Zoveel tolerantie zou je van een conservatief land als Amerika niet verwachten. Feit is dat ze in Amerika in het koesteren van de eigen afkomst meer verdraagzaam zijn dan in Nederland. Dus de eerste persoon die uitroept dat Nederland zo’n multiculturele samenleving heeft, ga ik keihard in het gezicht uitlachen. Dat kun je niet met een stalen gezicht beweren in een land met een inburgeringscursus met strikvragen over welk huwelijkscadeau gepast is als je geen uitnodiging hebt voor de plechtigheid (ondanks mijn Nederlandse nationaliteit weet ik daar geen antwoord op).

Niet dat ik een heilige ben, zelf ben ik uitermate intolerant als het gaat om brallende voetbalfans. Dus vluchtte ik een avond dat het Nederlands elftal speelde naar New York door de film Sex and the City in de bioscoop te gaan bekijken. Misschien zet ik met die New Yorkse mentaliteit van ‘live and let live’ de nieuwe toon in het bekrompen Nederland.

Alfamannetjes

Met het Europees Kampioenschap voetbal in het vooruitzicht, ga ik een zware maand tegemoet. Wat een heteroseksuele man heeft met het Eurovisie Songfestival dat heb ik met voetbal. Ik snap niet wat er boeiend aan is. En ik begrijp de spelregels niet. Na tientallen keren uitleg over wanneer een speler buitenspel staat, is het mij nog steeds niet duidelijk. Het is verwarrend omdat zo’n speler zich gewoon binnen de lijnen van het speelveld bevindt en dan toch buitenspel kan zijn. Taalkundig gezien is ‘buitenspel’ een krankzinnige term voor een spelregel, vind ik.

Ben ik de enige die het een tikkeltje stompzinnig vindt dat twintig spelers gedurende negentig minuten alleen maar achter een bal aan hollen? Voordat de voetballiefhebbende lezers beginnen te grinniken, ik heb het bewust niet over eenentwintig spelers. Een goede keeper staat rustig in het doel te wachten totdat er voetbal in zijn buurt komt. Zoveel kennis van de voetbalsport heb ik nog net. Het meest rare aan het spel vind ik dat als zo’n voetballer dan – na eindeloos rondrennen op dat voetbalveld – eindelijk in balbezit is, dat hij de bal zo snel mogelijk weer kwijt probeert te raken. Enfin, ik heb dus weinig op met de voetbalsport.

Wat mij mateloos irriteert aan de voetbalsupporters is dat er na een wedstrijd wordt gezegd dat ‘wij’ hebben gewonnen. ‘Wat hebben al die onderuitgezakte, corpulente televisiekijkers dan precies aan de wedstrijd bijgedragen?’ vraag ik me dan af.  Natuurlijk steunen sommige supporters hun voetbalclub hebben al jaren. Voor de spelers zal het toejuichen vast en zeker goed zijn om in een winning mood te komen. Maar zelfs dan is er geen reden om de overwinning op het conto van de supporters te schrijven. Vreemd genoeg wordt er na het verliezen van de wedstrijd meteen weer in de zij-vorm gesproken over het voetbalteam. Door dit soort ‘wij/zij-denken’ begrijp ik fenomenen als de Tweede Wereldoorlog opeens een stuk beter.

Als ik zelf al een wedstrijd ga kijken dan kijk ik het voor de spelers: van die heerlijke, bronstige alfamannetjes met afgetrainde kuiten en dijen. Fijn kijkvoer, als je het mij vraagt. Zulke afgetrainde lichamen kan ik ook zien in een leuke actiefilm. Waarschijnlijk breng ik dus veel avonden door in de bioscoop. Dat is namelijk een ander voordeel van het EK: alle hooligans en hangjongeren zitten thuis voor de televisie. Heb ik zo’n bioscoopzaal  – misschien op een enkele zonderling na – helemaal voor mijzelf.

Koninginnedag

Jaag de Koningin een met oranje vlaggetjes versierde winkelstraat in, laat haar oud-Hollandsch zaklopen, bezorg Hare Majesteit een voedselvergiftiging met een zwartgeblakerde hamburger en het is Koninginnedag! Er is een rommelmarkt in de stad waarop je volledig beduimelde bouquetreeksen van jaargang 17 kunt kopen. Opgeluisterd door een blokfluitend kind die een valse variant van Vader Jacob speelt en daar graag geld voor wil zien. Dat is niet mijn idee van een feestdag. Ik wil mijn betaalde vrije dag op 30 april subiet inleveren als in ruil daarvoor Koninginnedag wordt afgeschaft.

Begrijp me niet verkeerd, de monarchie hoeft niet te verdwijnen. Ik vind het Koninklijk Huis namelijk iedere belastingcent die daaraan wordt gespendeerd dubbel en dwars waard. Niet zozeer vanwege de politieke en ceremoniële functie die de Koningin heeft. Maar vanwege het hoge amusementgehalte van de Koninklijke familie. Want je kunt over geen enkele andere familie zo leuk speculeren als over de Oranjes.  Over de affaires rondom Greet Hofmans en Lockheed worden dertig jaar na dato nieuwe boeken gepubliceerd. Prinses Juliana en Prins Bernhard zijn nog steeds nieuwswaardig, dat is best knap als je al jaren dood bent. Dat doen showbizzkoppels zoals Adam Curry en Patricia Paay hen vast niet na, die zijn na hun dood direct vergeten.

De jonge garde van de Koninklijke familie doet haar best om de oude affaires te laten vergeten. Met als voorlopig hoogtepunt de door Peter R. De Vries gemaakte aflevering van Spoorloos, waarin Mabel ongevraagd werd herenigd met een oude bodyguard van haar ex-partner annex drugsbaron Klaas Bruinsma. Sinds het interview met Prinses Margarita en Edwin de Roy van Zuydewijn in de HP / De Tijd is gepubliceerd, stel ik me regelmatig voor, als er een kabinet valt of zo, dat Beatrix stampvoetend van frustratie door het paleis loopt. Eigenlijk is dat niet zo bijzonder, vele anderen uitten hun woede door te stampvoeten. Maar zulk menselijk gedrag verwachtte ik niet van een statige Koningin. Het allerliefst zie ik de glamour van het Koninklijke leven, zoals bij de sprookjesachtige huwelijksceremonie van Maxima en Willem-Alexander.

Het programma van Koninginnedag is ieder jaar weer weinig glamoureus. De gouden koets staat gewoon op stal, de Koningin verplaatst zich lopend door een willekeurige stad, langs allerlei saaie optredens en activiteiten. Dat is een teleurstelling voor mij en honderdduizenden andere televisiekijkende royalty-watchers. Daarom kunnen we Koninginnedag best afschaffen. Want dat zaklopen is helemaal niet goed voor de versleten knieën van de Koningin.

Teenslipper

Mijn vader heeft mij behoorlijk effectief opgevoed. Ik heb me nog steeds niet los geworsteld van zijn invloed. Ik ben me er dagelijks – rond etenstijd – van bewust dat ik één van de vroegere huisregels overtreed. Na een vermoeiende werkdag van acht uur heb ik geen zin meer in urenlang kokkerellen om een voedzame maaltijd op tafel te zetten. Dat los ik op door een kant-en-klaar-maaltijd de magnetron in te schuiven. Met zo’n magnetronmaaltijd plof ik dan op de bank voor de televisie. ‘Eten doen we met elkaar aan tafel,’ hoor ik dan mijn vader met een vermanende stem zeggen in mijn achterhoofd. Maar alleen aan de grote eettafel zitten is nogal ongezellig. Daarom eet ik meestal in het gezelschap van Daphne en Albert (van RTL Boulevard).

Eerder keek ik soms naar het NOS Journaal maar dat trek ik niet goed omdat ik in de jaren tachtig ben opgegroeid. Dan ben je van de kinderen-voor-kinderen-generatie en maak je je druk om alles dat riekt naar oneerlijkheid. Als zevenjarige was ik al tegen het doodknuppelen van zielige zeehondjes en bont in het algemeen. ’s Avonds kon ik niet slapen vanwege de zure-regen-problematiek. Nog steeds ben ik behept met een extreme begaanheid met alles wat er op de wereld gaande is. Het voelt dus niet goed om met het bord op schoot geïnformeerd te worden over een hongersnood. Bovendien eindigt het NOS Journaal iedere avond met een cliffhanger waar de scriptschrijvers van Goede Tijden, Slechte Tijden een voorbeeld aan kunnen nemen. Voor je het weet zit je dan iedere avond gespannen voor de buis om te zien hoe die oorlog verloopt. Daarom kijk ik tegenwoordig alleen nog naar het jaaroverzicht van het nieuws in december dan weet je tenminste meteen de afloop.

Gelukkig is RTL Boulevard een stuk lichtvoetiger. Naast Daphne en Albert is er altijd een derde persoon in de uitzending aanwezig. Meestal een deskundige in een onderwerp waarvan ik niet wist dat je je daarin kunt verdiepen. Tijdens het avondmaal word je dan bijgepraat over het wel en wee van het Nepalese koningshuis. En krijg je de tien restaurants voorgeschoteld waar je de meeste kans maakt om een bekende Nederlander tegen het lijf te lopen. Of een indringende reportage van vijf minuten over de invloed van de teenslipper op het Nederlandse modebeeld. Oftewel onderwerpen waar ik weinig van opsteek maar waarvan ik ook niet wakker kan liggen.