Schaamhaardracht

‘In welk blad heeft Arie Boomsma ooit met kleren op de foto gestaan?’ vroeg ik me deze week af. Er zijn weinig bekende Nederlanders van wie ik op de hoogte ben van diens schaamhaardracht. Maar van Arie weet ik dat. Ik heb (te) grote delen van zijn afgetrainde schaamstreek – met gemillimeterd schaamhaar – gezien. Om nog maar te zwijgen van zijn imposante borstkas. Of zijn gespierde rug met een grote tatoeage van een draak er op. Die lichaamsdelen heb ik onbedekt in diverse damesbladen zien staan.

Alle commotie over de zoveelste fotoreportage van Arie met te weinig kleren aan, snap ik niet. Dat de Evangelische Omroep er niet blij mee is dat het voor L’Homo (het eenmalige homoblad van de makers van Linda) is, daar kan ik inkomen. Maar door hem direct voor negentig dagen te schorsen wordt Arie flink aan het kruis genageld. Terwijl hij dat lichaamsdeel waarschijnlijk bedekt heeft gelaten.

Het lijkt mij waarschijnlijk dat Arie door de EO bewust is aangenomen vanwege zijn status als sekssymbool. Zijn alcoholvrije sixpack doet het ongetwijfeld goed bij de meisjes van de zondagschool. Arie’s imago is vakkundig gekuist door hem op een tranceconcert een donderpreek te laten houden.

In het televisieprogramma ‘Veertig Dagen Zonder Sex’ weet Arie zelfs aan dat soort vleselijke genoegens  een religieuze draai te geven. Het ontneemt mij ieder gevoel van lust, ondanks zijn donkere manen en volle lippen die regelmatig beeldvullend voorbij komen. Me daaraan zorgeloos verlekkeren, zonder dat ik me schuldig voel over zulke onzedige gedachten, is er niet meer bij.

Dan is het nog de vraag: waarom Arie en niet Andries? Niet met betrekking tot de fotoshoot voor L’Homo natuurlijk. Stel je voor: Andries liggend in zijn lange onderbroek met hemd in de branding van de zee op een zonnig strand. Bepaald niet zinderend homo-erotisch. De rillingen lopen mij over de rug bij de gedachte alleen al. Wat ik mij afvraag is waarom Arie wordt geschorst en Andries Knevel niet. Andries heeft God’s complete scheppingswerk in twijfel getrokken.

Arie heeft eigenlijk niets gedaan wat de EO-achterban niet van hem gewend is. Sterker nog, de vrouwen verafgoden Arie. Ik voorspel dat L’Homo het eerste homoblad wordt dat op de biblebelt gretig aftrek vindt. Arie heeft slechts een aantal homo’s, die gedoemd zijn om in de hel te boeten voor hun zonden, een plezier gedaan. Die goede daad valt vast te scharen onder een van de tien geboden.

Reusachtig

Na het concert van de IJslandse zangeres Emiliana Torrini in Paradiso, kon ik twee conclusies trekken: 1) er zijn weinig moderne opnametechnieken op haar cd gebruikt 2) bij lange, donkere basketballers valt Emiliana’s muziek niet in de smaak. Deze bevindingen zal ik hieronder verder toelichten.

Als het publiek niet uitzinnig had meegezongen en had geapplaudisseerd dan zou de opname van dit concert linea recta op cd kunnen worden uitgebracht. Emiliana en haar band maakten live helemaal waar wat op de cd al te horen was. De muzikanten speelden gepassioneerd en Emiliana haalde alle noten schijnbaar moeiteloos. Dat is precies waarom ik haar optreden erg geslaagd vond. En ook precies de reden dat ik nooit naar een concert van Madonna zal gaan.

Madonna gebruikt namelijk wèl al die hoogstaande opnametechnieken om haar hitgevoelige deuntjes op te leuken. Met als gevolg dat Madonna live niet als Madonna op cd klinkt. Dat gebrek aan zuivere zang compenseert zij volop met ingewikkelde danspasjes die veel lenigheid vergen en door zo nu en dan aan een kruis te gaan hangen. Maar voor lenige danspasjes kan ik ook naar het ballet. En in de kerk hangt er altijd iemand aan het kruis, zonder dat daar vals doorheen wordt gejengeld. Ik dwaal af.

Met mijn schamele lengte van een meter en achtenzeventig centimeter was ik een van de langste personen in het publiek. Dat was voor mij een vreemde gewaarwording omdat ik sinds ongeveer mijn dertiende jaar door mijn vrienden letterlijk word overschaduwd. Zelfs menig vriendin op hoge hakken kijkt op mij neer. Alle danoontjes en talloze boterhammen pindakaas ten spijt, is bij mij een groeispurt uitgebleven.

In de puberteit had ik graag geruild met iemand van twee meter (inclusief de bijbehorende frequente schedelbasisfracturen vanwege het stoten van je hoofd).  Inmiddels weet ik dat je met zo’n lengte gebukt door het leven gaat. Desondanks was het leuk om me voor de verandering eens reusachtig te voelen doordat ik tijdens het concert boven (bijna) iedereen uittorende.

Wat ik in het multiculturele hartje Amsterdam verder tamelijk uniek vond, was dat het publiek – op ’n enkele neger en Aziaat na – voornamelijk bestond uit blanke mensen. Nu weet ik dat IJslandse artiesten het vrijwel allemaal hekelen als hun muziek wordt omschreven als ‘feeëriek’ en/of sprookjesachtig. Voor het publiek dat Emiliana’s concert trok, gaat de term sprookjesachtig goed op: dwergen of gnomen zijn in prentenboeken zelden lang, donker en anatomisch geschikt voor basketbal.

Arie

Een van de truttigste beroepen voor de vrouw was de functie van omroepster. Ik vond het prettig om met een nieuwsgierig makende inleiding verleid te worden om een programma te gaan kijken dat ik nooit zelf zou hebben uitgezocht. De publieke omroepen hebben massaal afscheid genomen van deze functie.

Het waren bijna altijd vrouwen waren die de televisieprogramma’s, zittend naast een weelderig bloemstuk, aan- en afkondigden. Toegegeven, vroeger was er Hans van de Togt die als man jarenlang bij de Avro omroeper is geweest. Voor de mannenliefhebbers was hij met zijn vrouwelijke maniertjes geen reden om al watertandend voor de beeldbuis te gaan zitten.

Logischerwijs trok het mijn aandacht toen nota bene de commerciële omroep Veronica een mannelijke omroeper had aangenomen. Dat moet de doelgroep van de zender, niet-metroseksuele mannen met een afzichtelijke haardracht (lees: matjes) en dito bierbuik, vreemd hebben doen opkijken. Wellicht was het een wanhopige poging om meer vrouwen te laten mee kijken naar “De Grote Beurt” en andere vulgaire erotiek.

De omroeper was een ex-model die carrière wilde maken. Een baan als omroeper leek vast meer uitdagend omdat hij dan zelf zijn teksten mocht schrijven, in plaats van voorgekauwde teksten in een commercial opdreunen. Mij had een avondje Veronica nog nooit zo leuk geleken.  Een mannelijke schoonheid een zin van meer dan tien woorden geheel live fatsoenlijk laten uitspreken, dat moest geheid een afgang worden. Dus verschanste ik mij op de bank in mijn huiskamer met een glaasje fris en een zak chips voor een vermakelijke avond.

Bij zijn eerste aankondiging kwam zijn naam in beeld: Arie Boomsma. ‘Zijn suffige voornaam heeft hij niet mee,’ dacht ik. Gelukkig maakte zijn uiterlijk, zoals een model betaamt, dat minpuntje meer dan goed. Een gespierde torso, lange donkere manen, een verwaarloosd baardje en een paar mooie, volle lippen. Een vleesgeworden Jezus eigenlijk (al bleven de bijbehorende sandalen uit beeld). Tot mijn spijt was Arie’s carrière als omroeper geen lang leven beschoren.

Arie bleek stiekem in de here (helaas enkelvoud) te zijn en dook op bij de Evangelische Omroep. Daar presenteerde hij opeens de EO-jongerendag en programma’s als ’40 dagen zonder sex’. Een beetje opportunistisch als je het mij vraagt, als je daarvoor zonder enige vorm van schaamrood op de kaken, softporno hebt aangekondigd. Hij zal wel met terugwerkende kracht van gewetenswroeging last hebben gehad. Met zijn goddelijke uitstraling en die voornaam is hij, met collega’s als Henk Binnendijk en Andries Knevel, helemaal op zijn plek.

Voornemen

Niets feestelijks heeft oudejaarsavond in mijn ogen. Ik probeer er nog wat van te maken met familie, vrienden, een sjoelbak en zompige oliebollen maar het blijft een avondje doelloos klokkijken totdat het eindelijk twaalf uur is. Het geeft mij een beklemmend gevoel, alsof ik in een besloten sekte het nabije einde der tijden zit af te wachten.

Na twaalven wens je iedereen een gelukkig nieuwjaar toe. Daarna mag je de straat op om door de buurjongen aangestoken voetzoekers te ontwijken terwijl je zijn ouders begroet. Er zijn betere manieren te bedenken om de avond door te brengen.

De volgende ochtend, na het uitslapen van de roes van de champagne en nog doof van al het vuurwerk, begint het nieuwe jaar voor mij met de nodige irritatie. Ik verbaas me er over dat bij de start van het jaar mensen om mij heen van alles (maar vooral zichzelf) willen veranderen. Zij stoppen die dag met roken, met eten én nemen die dag een abonnement op de sportschool. Omringd door zoveel chagrijnige gezichten van mensen die zichzelf en de directe omgeving volstrekt onnodig aan het kwellen zijn, roept de start van het nieuwe jaar bij mij bepaald geen positief gevoel op.

Met alle nieuwjaarsborrels met lekkere hapjes, buffetten en glazen champagne in het vooruitzicht lijkt mij het juist lastig om op dieet te gaan of geen sigaret meer op te steken. Het hogere jaartal maakt ons blijkbaar overmoedig met al onze voornemens. Je vraagt je af waarom wij niet vaker van jaar wisselen.

Op 1 januari kondigen vrienden met veel bombarie aan wat hun goede voornemens zijn. Ik heb het gevoel dat zij van mij verwachten dat ik daar heel enthousiast op reageer. Ik voel er weinig voor om als een soort cheerleader ieder grammetje gewichtsverlies of shagje minder van een passende yell te voorzien.

Zonder als zo’n zwevende goeroe met van die voor de hand liggende levensfilosofieën te willen klinken, wil ik graag opmerken dat iedereen met een beetje wilskracht prima direct (bijvoorbeeld op 5 juni) met een voornemen kan beginnen. Hoef je niet meer maanden van tevoren te vissen naar aanmoedigingen van anderen die het helemaal niet nodig vinden dat je op dieet gaat of afkickt van de nicotine of XTC.

Als iedereen zich voorneemt om te stoppen met stoppen op nieuwjaarsdag dan wordt oudejaarsavond een stuk minder beladen. Misschien lukt het dan om het nieuwe jaar daadwerkelijk gelukkig te beginnen.

Opzegging

De mogelijkheid tot liposuctie sust een beetje mijn geweten. Ondanks dat voel ik me schuldig over het feit dat ik al in geen weken in de sportschool ben geweest. Het doel dat ik voor ogen had, vijf kilo afvallen en een blokjesbuik, heb ik niet bereikt.

Het abonnement op de sportschool heb ik, voordat ik me weer zou bedenken, inmiddels opgezegd. Dat ene moment van daadkracht is de enige kracht die de sportschool mij heeft opgeleverd. Mijn spiermassa en conditie zijn er beide niet op vooruit gegaan. Mijn sportinstructeur verwijt mij dat ik me onvoldoende heb ingezet, wat deels de waarheid is. Er zijn verzachtende omstandigheden die het opzeggen van de sportschool rechtvaardigen, die ik vertel aan iedereen die het maar horen wil.

Ik snap namelijk niet waarom de sportinstructeurs altijd zo blijmoedig zijn. Als ik vermoeid, badend in het zweet en met flinke spierpijn in het vooruitzicht uit de sportschool kom, ben ik vooral chagrijnig. Bovendien is het voor een van 8 tot 5 werkende kantoorklerk, zoals ik, sport lastig in te passen in de dagroutine. Voor het werk sporten is onmogelijk door de zweetplekken die de hele ochtend zichtbaar zullen zijn onder mijn oksels. Ik geef het na 100 meter op de loopband op als ik op een lege maag na het werk ga sporten. En met een volle maag krijg ik braakneigingen van de penetrante zweetlucht die laat op de dag in zo’n sportschool hangt (zo weet ik uit ervaring).

Ik kan nog talloze andere redenen opsommen om niet meer naar de sportschool te gaan. Zo schreeuwen de instructeurs van de groeplessen altijd zo hard dat ik na afloop last heb van suizende oren. En schaam ik me voor de blikken vol medelijden van krachtpatsers met gespierde bovenarmen vol tatoeages, als ik met een ingewikkeld apparaat mijn schriele borstkas probeer te verbreden. Het buikspierkwartier dat altijd stiekem langer duurt dan beloofd. De douche die je moet delen met allerlei wildvreemde mensen. Ik kan dus niet zonder gêne spiernaakt douchen als ik naast zweterige mannen met enorme bierbuiken sta. En het is tamelijk onzinnig om te gaan hardlopen en fietsen in een bedompte sportschool, als je dit ook in de frisse buitenlucht en vrije natuur kan doen.

Hoe ik mezelf – zonder het abonnementsgeld als stok achter de deur – aan het sporten krijg, dat moet ik nog bedenken. Ach, denken is ook sport.

Midlifecrisis

Soms word ik opeens overvallen door levensvragen zoals of het door mij vertoonde gedrag nog wel bij mijn leeftijd past. In tal van mijn jeugdherinneringen komt namelijk een plaatsvervangend gevoel van schaamte voor, vanwege het malle gedrag van mijn vader. In de realiteit waarschijnlijk gevolgd door een wanhopig uitgeroepen: ‘Doe eens normaal, man!’. Mijn zussen en ik hebben soms gesuggereerd dat hij zich gelijktijdig met ons in de puberteit bevond. We waren te jong om het begrip ‘midlifecrisis’ te kennen.

Omdat ik me heb voorgenomen om niet op mijn vader te gaan lijken, evalueer ik tegenwoordig mijn eigen gedrag.  Er is alle reden toe dat ik mij zorgen te maken nu ik ouder word. Waar ik als puber vrijwel ieder moment me bewust was van wat wel en niet kon (volgens de ongeschreven voorschriften van een door alle tieners alom gerespecteerde gedragscode), betrap ik mijzelf de laatste tijd op een ‘wat-kan-het-mij-allemaal-schelen’-gevoel. Psychologisch gezien zal mijn gedrag ongetwijfeld geheel te verklaren zijn. Er zijn namelijk boeken volgeschreven over de dertigersdip, een soort vroegtijdige midlifecrisis omdat je al een partner, huis en baan hebt en dus nergens meer naar hoeft te streven en verder leven eigenlijk zinloos is.

Bij mij gingen de alarmbellen af toen ik in de gaten kreeg dat ik zo’n dertiger met een dip was. Voor je het weet besluit je dat je er maar beter het beste van kunt maken (altijd een slecht idee). En dan sta je opeens zonder gêne de Kabouter-Plop-dans te doen op de dansvloer van de plaatselijke tienerdiscotheek terwijl je wezenloos wordt aangestaard door een groepje verbijsterde pubers. Goed, zover is het bij nog niet gekomen maar ik voel dat soort dingen aankomen.

Het heeft zijn therapeutische waarde bewezen om dan te denken aan plaatsvervangende schaamte die ik voelde voor mijn vader’s gedrag. Wanneer ik mijzelf vergelijk met het beeld dat ik als vijftienjarige had van een normale dertigplusser dan levert dat verrassende inzichten op. In mijn tienerjaren dacht ik dat ik  tot op hoge leeftijd mij zou kleden volgens de laatste mode. Vandaag de dag trek ik me niets meer aan van de modetrends en ga alleen nog af op mijn eigen smaak. Ik ben nog minstens zo luidruchtig als in mijn pubertijd terwijl dat gedrag mij het allermeeste aan mijn vader stoorde. Hoog tijd om dat sentimentele lied over vaders van Stef Bos op te zoeken, dat spreekt me waarschijnlijk nu ook pas aan.

Doelgroep

Als ik de marketeers op filmgebied moet geloven, ben ik een man gevangen in het lichaam van een vrouw in de leeftijdscategorie zestien tot en met dertig. Want ik ben namelijk dol op films die gericht zijn op die doelgroep.

De verhaallijnen in die films zijn meestal niet al te ingewikkeld, de personages zijn ronduit doorzichtig, er gloort meestal romantiek aan de horizon en er is een gegarandeerde goede afloop. ‘Wat kan een zich mens nog meer wensen,’ dacht ik. Dat bleek ‘spanning en sensatie’ te zijn toen ik vorig jaar met een vriend naar de bioscoop ging.

Die avond zat ik opeens na lang en veel aandringen van die vriend om 19:05 uur in een bioscoopzaal om naar de film ‘Mirrors’ met Kiefer Sutherland te kijken. Op de folder van de bioscoop had de film, over vreemde krachten die spiegels gebruiken om door te dringen in een huis, intrigerend geleken. ‘Stukken minder gezapig dan de film die jij wilde zien,’ verzekerde mijn vriend me nog vooraf tijdens de commercials. Eigenlijk vond ik het stiekem goed dat ik naar een ander genre film ging kijken. Met al die romantische komedies en het zoveelste kostuumdrama had ik het soms gehad.

Vanaf het begin van de film zat ik er goed in. Ik kon volop meeleven in het verhaal van een werkloze, getraumatiseerde en voormalig geheim agent die, vanwege zijn nachtmerries na een schietincident, niet meer samenwoonde met vrouw en kinderen. Ik vond het een prachtige verhaallijn die in menig soap niet zou misstaan. Tot mijn grote tevredenheid werd het nog een tikkeltje dramatischer want hij moest, om zijn gezin te kunnen onderhouden, een baan nemen als bewaker in vervallen warenhuis. Duidelijk ver beneden zijn niveau maar het gezinsleven vraagt nu eenmaal offers.

Tot zover het eerste kwartier van de film.

Over de rest van de film kan ik weinig vertellen. Ik heb voor de prijs van € 9,50 het volgende anderhalf uur voornamelijk naar de binnenkant van mijn handen gekeken en naar de gilletjes van overige bioscoopbezoekers geluisterd. Na afloop bleek die zogenaamd stoere vriend het grootste deel van de film ook te hebben weggekeken.

Aangezien ik na het zien van deze thriller voor zestienplussers absoluut niet zou kunnen slapen, heb ik die vriend gedwongen om diezelfde avond nog een film te gaan kijken. Ditmaal eentje van mijn keuze: ‘Wild Child’, voor meisjes van zes jaar en ouder, met happy end.