Oor

Vraag een toerist waarvoor hij naar Amsterdam reist en je krijgt antwoorden in de orde van tulpen, de Hollandse meesters, wiet en de Wallen. Die laatste twee zijn waarschijnlijk de belangrijkste redenen voor het bezoek aan Nederland. Maar het is verstandig om, als je er dan toch bent, wat musea te bezoeken. Dan zijn de vakantiefoto’s (of een selectie daarvan) ook geschikt om aan je ouders te laten zien.

Omdat ik niet opgewonden raak van schaars geklede vrouwen die goed uitgelicht zijn, sla ik de Wallen meestal over. Ook voor wiet hoef ik niet naar Amsterdam. De enige keer dat ik wiet heb gerookt, merkte ik er bar weinig van. Gelukkig houd ik ervan om urenlang rond te dwalen in musea dus is er voor mij genoeg te beleven in Amsterdam. Dat heb ik als puber ontdekt toen ik het Rijksmuseum bezocht om research te doen voor een werkstuk voor het vak Geschiedenis. Daarvoor moest ik een werkstuk schrijven over een facet van de historie van Nederland. Het leek mij voor de geschiedenisleraar prettig dat tenminste één werkstuk niet over de Tweede Wereldoorlog zou gaan. Daarom, en omdat ik een berekenende puber was die dacht dat het een hoger cijfer zou opleveren, schreef ik een werkstuk over Rembrandt. Eerst wilde ik het over Van Gogh doen maar door het afgesneden oor leek me dat te deprimerend. Sindsdien heb ik het Van-Goghmuseum angstvallig vermeden.

Tijdens mijn laatste bezoek aan Amsterdam ontkwam ik er niet aan. Vrienden van mij wilden naar het Van-Goghmuseum dus ging ik mee. Het bleek dat Vincent tijdens zijn leven als kunstenaar nooit is begrepen. Ik begreep waarom. Zo zien de gezichten van de geschilderde mensen op het schilderij  ‘De Aardappeleters’ er aardappelachtig uit. Trok dit mislukte schilderij werkelijk honderdduizenden toeristen per jaar? Het schilderen zal als uitlaatklep therapeutisch zijn geweest voor van Gogh, goed onder de knie heeft hij de schildertechnieken nooit gekregen. Alleen de schilderijen met bloemen erop vond ik aardig.

Mijn conclusie was dat Vincent van Gogh een verdienstelijk schilder van bloemetjesbehang was geweest. ‘Moet je dan niet minstens één meesterwerk hebben geproduceerd om een eigen museum te verdienen?’ vroeg ik me hardop af. ‘Cultuurbarbaar,’ siste een vriend mij boos toe. Ik voelde me net zo onbegrepen als Vincent zich als schilder moet hebben gevoeld.

De volgende keer in Amsterdam, ga ik toch maar aan de wiet. Of naar de Wallen.

2 reacties op “Oor”

  1. rietepietz schreef:

    De keuze tussen Rembrandt of van Gogh is niet zo moeilijk, je maakte de enig juiste keuze al heb ik toch wel iéts met van Gogh. Maar Rembrandt zou zéker meer recht hebben op een eigen museum…dat hij volgens mij nog steeds niet heeft.

  2. Daan Kusen schreef:

    “But, to me Van Gogh is the finest painter of them all. Certainly the most popular, great painter of all time. The most beloved, his command of colour most magnificent. He transformed the pain of his tormented life into ecstatic beauty. Pain is easy to portray, but to use your passion and pain to portray the ecstasy and joy and magnificence of our world, no one had ever done it before. Perhaps no one ever will again. To my mind, that strange, wild man who roamed the fields of Provence was not only the world’s greatest artist, but also one of the greatest men who ever lived.” – Quote uit de Doctor Who-aflevering ‘Vincent and the Doctor’ waar ik het nogal mee eens ben.

Geef een reactie

You have to agree to the comment policy.