Gelul

Het tijdschriftenschap in de boekhandel geeft een gedetailleerd overzicht van de hokjesgeest van Nederland. Voor elke doelgroep wordt een apart blad gemaakt. Bij mij begint het enorm te jeuken als ik aan de beschrijving van zo’n doelgroep voldoe. Ik leef in de waan dat ik een uniek mens ben. Een tijdschrift voor en over mij alleen is natuurlijk niet haalbaar. Daarvoor is mijn fanbase niet groot genoeg. Een eigen magazine is alleen weggelegd voor sterren als Linda en Catherine. Al is Catherine Keyl een tamelijk uitgerangeerde televisiepresentatrice. Dat is dan ook het voornaamste thema van haar blad (hoe je er mee om moet gaan als het allemaal minder wordt).

Linda de Mol is volgens mij een beetje op zichzelf uitgekeken. Zij maakt om de haverklap een blad over een ander. Na de Gullit, de Matthijs en de Dinand zijn dan nu de verwijfde mannen van Nederland aan de beurt. Blijkbaar wilden Gerard, Gordon en Paul niet meewerken want het blad heet (heel saai) L’Homo. Dat de homo’s allang een eigen plank in het tijdschriftenschap hebben dat wist Linda vast niet.

Uit het voorwoord van L’Homo blijkt dat Linda een stereotiep beeld heeft van de gemiddelde homo. Zij dacht dat er in het homohuishouden op ieder nachtkasje een potje vaseline staat. En dat er binnen de homogemeenschap wordt gecommuniceerd met zakdoeken in alle kleuren van de regenboog, in een kontzak links of rechts. Maar de grootste giller vond ik dat Linda dacht dat homoseksuelen in types als Gordon of Leco de perfecte partner zien. Waar zij de expertise vandaan dacht te halen om een homoblad uit te geven, is mij een raadsel.

L’Homo bevat veel gelul. Behalve die van Arie. En dat is jammer want daarin was ik meer geïnteresseerd dan in de rest van het blad. Dat bevat namelijk meer van hetzelfde als waarmee de andere homoglossy’s worden gevuld. Dus fashionshoots met verwaand kijkende modellen in te dure kleding. Lijstjes met wannahaves waarvan je niet wist dat je ze wilde hebben (elektronische gadgets en seksspeeltjes). Een interview met Hans Kesting, lekker herkenbaar en stigmatiserend, omdat hij een hiv-positieve acteur is.

Positief aan L’Homo is dat de betuttelende toon van verdraagzaamheid omdat je de vrijheid moet krijgen om homo te zijn – waarin de Gaykrant grossiert – achterwege blijft. Maar ik heb de indruk dat dit tijdschrift vooral een inburgeringscursus in de homowereld is voor Linda zelf. Ik ben er namelijk geen steek wijzer van geworden.