Dinky

‘Hoe noem je ons? Een ‘dinky’? Nog nooit van gehoord. Is dat een scheldwoord? O, een afkorting. Voor ‘double income, no kids’. Ja, dat klopt aardig.

Wat wil je daar eigenlijk mee zeggen? Dat wij het breed laten hangen, omdat we een paar keer per maand uit eten gaan? Kijk, dat jij zelden de deur uitkomt, omdat je thuis met twee huilbaby’s zit opgescheept, daar kan ik ook niets aan doen. Nee, geen wonder dat je geen oppas kunt vinden. Iedereen bedenkt zich twee keer voordat ze bij jullie gaan oppassen voor die paar rotcenten.

Inderdaad, wij kunnen spontaan naar La Grand Bouffe voor een viergangendiner. Moet ik me daar schuldig over voelen? Trouwens, wie roept er telkens dat je er zoveel voor terugkrijgt, die kinderen. Jij toch? Zeur dan niet zo over een avondje uit. Geniet lekker van je kroost. Of van de stilte, als je hen tegen tien uur ’s avonds eindelijk in bed hebt liggen.

Hoezo zijn onze vakanties extravagant? Wat denk je dat zo’n cruise langs vijf continenten kost? Ik kan je wel vertellen dat het stukken goedkoper is dan die drie weken van jullie, op zo’n overbevolkt bungalowpark. Ja, het scheelt enorm als je buiten de schoolvakanties reist. Hou op met dat zielige gedoe. Daar had je over na moeten denken voordat je aan kinderen begon.

Dus jij vindt drie auto’s decadent? Hoezo, nergens voor nodig? In de winter kan ik toch niet met de cabrio naar het werk? En ja, natúúrlijk zit er verwarming in; zonder dak is het best frisjes als het buiten vriest. Zeg, begin je nu ook nog te zeuren over uitlaatgassen? Kijk naar jezelf, jij pakt nog de auto om een pak luiers te halen.

Trouwens, mijn Lexus van de zaak is een hybride, hoor. Overdreven? Sinds die promotie rijd ik veel meer kilometers. Ja, die overuren hebben geholpen met carrière maken. Nee, jij kunt er ook niets aan doen dat het kinderdagverblijf om zes uur sluit. Maar de Lexus rijd ik dus alleen zakelijk. Vanwege de bijtelling, hè. Vandaar dat we de stationwagon aanhouden. Ja, als een soort boodschappenwagentje. Nee, voor drie auto’s is de dubbele garage inderdaad te klein. Natuurlijk hebben we die dubbele garage nodig! De cabrio hoort droog te staan. En heb jij enig idee hoe kaal de tuin eruit zag, zonder zandbak en schommel? Die garage is niets meer dan een veredelde schutting, hoor.

Waar we dat allemaal van doen? We hebben geen kinderen die constant uit hun kleren groeien. Dan houd je flink geld over, met twee inkomens.’

Dit stukje schreef ik voor Gay.nl

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Hygge

Als een boekhandel drie hoge stapels boeken over het Deense fenomeen hygge uitstalt, dan is er een nieuwe hype geboren. Voor de verandering liep ik eens voorop bij het spotten van deze trend. Mijn vriend heeft familie in Kopenhagen, en ik ben al jaren verrukt door hun knusse huizen, gevuld met strategisch geplaatste kaarsen, planten en designmeubels. Elke terugreis naar Nederland vulde ik met het plannen van onze emigratie naar Denemarken.

Hygge heet dus dat gelukzalige gevoel dat ik ervaar bij onze Deense familie. Geen idee hoe je het uitspreekt maar het boek geeft de volgende definitie van hygge: ‘een omhelzing zonder elkaar aan te raken’. In de praktijk komt het neer dat je je richt op het creëren van sfeer en het maken van mooie herinneringen. De benodigdheden zijn kaarsen, kussens, wollen truien met Scandinavische motiefjes en veel vrienden. En daar word je aantoonbaar gelukkiger van. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek van The Happiness Research Institute (een soort gezellige Deense evenknie van het Centraal Bureau voor de Statistiek). Deze authentieke Deense kunst van leven heeft een optimistische kijk op dingen. Zien we in Nederland de belastingen als iets dat je het liefst ontduikt, beschouwen de Denen het als het aanschaffen van levenskwaliteit. Een investering waar je wegen, riolering en een verzorgingsstaat voor terug krijgt.

Het boek bevat een handig hygge-manifest. Zo gaat regel 4 over gelijkheid in de huishouding. ‘Doe karweitjes samen,’ adviseert de schrijfster. Ik denk dat mijn levensgeluk er op vooruit gaat als mijn vriend voortaan helpt om zijn borstharen uit het douche-putje te pulken. Essentieel in tijden van verkiezingen is de regel over wapenstilstand: ‘Geen gedoe. We hebben het een andere keer wel over politiek.’

Verder schrijft het boek voor dat je veel geurende taarten bakt, liefst in grote gezelschappen. In het weekend kook ik vaak met vrienden. Mijn voorliefde voor hartige taarten lijkt me helemaal in de hygge-trend passen. Al jaren zoek ik een geschikt argument om de ongezellige halogeenverlichting uit onze woonkamer te verjagen. Laat dit handboek nu net kaarslicht aanbevelen voor een warm en huiselijk gevoel. De door mijn vriend zo geliefde, en de door mij gehate, open haard mag dan blijven. Een open haard staat namelijk hoog op het lijstje van hyggeligheid.

Ik zie potentie om ons Nederlandse huis hyggelig te maken. Het is een kwestie van wat extra kussens en kaarsen kopen, en het bellen van de schoorsteenveger.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Worst

De HEMA verandert volgens mij steeds meer in een kopie van de Action en de Big Bazar, en dat vind ik geen verbetering. Het assortiment van deze succesformules is zo spotgoedkoop dat het onmogelijk van goede kwaliteit kan zijn. Ik verdenk deze winkelbedrijven er van dat ze alle aanbiedingen onder malafide omstandigheden laten produceren. Een fleecevest voor de bodemprijs € 6,95 is enkel mogelijk als deze door kinderhandjes in elkaar is genaaid. Gelukkig maken de ketens dat goed door goedkope knutselspulletjes aan bevoorrechte westerse kinderen te verkopen. Als kinderloze man heb ik dus niets bij de Action of de Big Bazar te zoeken. En doordat de HEMA wanhopig probeert te concurreren met deze wanstaltige prijsvechters, merk ik dat ik er steeds minder vaak kom.

Voor de wekelijkse boodschappen sloeg ik de HEMA altijd over, omdat de vernieuwingsdrang van de HEMA de versafdeling heeft overgeslagen. Tenminste, op wat hippe flesjes wortelmangosap en een biologisch roseetje na. Verder verkoopt de HEMA vooral verse vleeswaren, en de onvermijdelijke rookworst. Oninteressant voor een vegetariër als ik. Niettemin kwam ik vroeger meerdere keren per jaar bij de HEMA. Meestal kwam ik er om groots in te slaan. Dekbedovertrekken, tafelkleden theedoeken, handdoeken en vaatdoekjes kocht ik allemaal daar. Ook voor boxershorts, sokken en basic t-shirts was de HEMA mijn favoriete adres. Ik heb stellig de indruk dat HEMA mij graag vaker in de winkel zag dan voor dergelijke onregelmatige inkopen. Daarvoor hanteerden ze alleen een vreemde vorm van klantenbinding.

Ongeveer 3 maanden nadat ik voor de laatste keer voor ruim honderd euro aan onderkleding had gekocht bij de HEMA, vielen de eerste gaten in de t-shirts. Voor de boxershorts gold hetzelfde: bij de naden vielen er gaten in, plus het elastiek aan de bovenkant begon te rafelen. Dat was ik niet gewend als trouwe HEMA-klant, dus stuurde ik een bericht naar de klantenservice. ‘Wij vinden het zeer spijtig om te horen dat de onderbroeken sneller slijten dan gebruikelijk is,’ schreef de HEMA. Men beloofde plechtig het door te geven aan de ‘verantwoordelijke afdeling’. Ze boden geen enkele vorm van compensatie aan. Ik verwachtte geen geld terug, maar een beetje korting op een volgende aankoop had ik aardig gevonden.

De HEMA is mij als vaste klant kwijt. Voortaan koop ik nieuw keukentextiel bij dat andere noodlijdende Nederlandse winkelbedrijf: de Blokker. Voor mijn ondergoed zoek ik nog een geschikte winkel. Eentje waar het ondergoed niet naar rookworst ruikt.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Help

Sommige gezegden zijn zo clichématig dat je geneigd bent om ze niet meer serieus te nemen. Maar sinds ik bij mijn vriend ben ingetrokken, ben ik er achtergekomen dat liefde toch echt blind maakt. Vooral voor achterstallig onderhoud.

Het leek me vooraf erg idyllisch om samen met mijn vriend in zijn jaren ’30 huis te wonen. Ik zag ons al knus op de bank zitten in het opgeknapte huis, in het zonlicht dat door de glas-in-lood ramen op de paneeldeuren viel. Dat samenwonen had ik beter kunnen uitstellen tot  mijn vriend klaar was met klussen. Of in elk geval totdat het huis zich – naar mijn bescheiden mening – in bewoonbare staat bevond. Het vooruitzicht op samenwonen had mijn vriend misschien kunnen motiveren om sneller door te werken. Toen ik eenmaal bij hem in woonde, kwam er van klussen niets meer terecht. Hij vond het plotsklaps een betere tijdsbesteding om samen lusteloos televisie te kijken dan, ik noem maar een dwarsstraat, de badkamer af te maken.

Ik kan je vertellen dat het voor mij lastig was om te overleven in een jarenlange verbouwing. Bij vrieskou moest ik voor een warme douche helemaal vanaf de slaapkamer boven naar de bijkeuken op de benedenverdieping lopen. Door de enkele beglazing in de woonkamer, was de warmte van de houtkachel eerder bittere noodzaak dan een vorm van luxe. Als je, net zoals ik, van jezelf al een koukleum bent dan zijn dat heftige ontberingen. Alleen de stroomvoorziening sloot feilloos aan op de erbarmelijke staat van ons huis. Zette ik de waterkoker aan terwijl de televisie op stand-by stond, sloegen telkens de stoppen door.

Vorig jaar heb ik tijdens een aflevering van ‘Help, mijn man is klusser!’ gedreigd om de hulp van John Williams in te roepen. Niet dat mijn vriend daar intrapte. Hij weet dat ik me niet aangetrokken voel tot donkere mannen. Niettemin heeft hij zich gerealiseerd, dat met al die onvoltooide projecten, ik alle reden had om op John’s brede schouders publiekelijk uit te huilen. Hij is daarna wonderbaarlijk snel genezen van wat hij ‘klusmoeheid’ noemde.

Als ik nog troost wil zoeken bij John Williams dan moet ik me inmiddels gaan haasten. Volgende week komt de stoffeerder langs om de trap te bekleden. En daarna is het huis ongeveer klaar. Gelukkig kon ik niet voorzien dat de verbouwing negen jaar zou duren, want dan was ik nooit gaan samenwonen met mijn lieve vriend.

Domino-effect

Bij ons thuis belooft het nog een witte kerst te worden, ondanks de sneeuwloze weersvoorspelling voor de komende paar dagen. Dat komt allemaal doordat ik drie weken geleden in Den Haag was om de hoogbejaarde oma van mijn vriend te bezoeken. Om onduidelijke redenen belandde ik in een meubelboulevard bij station Holland Spoor en kocht daar binnen twee minuten een nieuwe eettafel. Normaal gesproken denk ik iets langer na over het aanschaffen van dure meubels. Onze NORDEN-eettafel uit de collectie van de IKEA was al zolang een dissonant in onze huiskamer. En na een uitputtend queeste naar een geschikte eettafel, van exact zeven jaar, 3 maanden, 12 dagen en 6 uur, was dit de allereerste tafel waar mijn vriend gematigd enthousiast op reageerde. Ik kon niet anders dan direct mijn pinpas te voorschijn halen.

Eenmaal weer thuis droomde ik alvast van een kerstdiner aan de nieuwe eettafel, die vlak voor de kerstdagen zou worden bezorgd. Ik dacht, met de aanschaf van de eettafel, klaar te zijn met het restylen van de huiskamer, om verder lang en gelukkig te leven. Wat ik nog niet wist: er komen donkere strepen op een witte muur als een eettafel daar jarenlang tegenaan staat. Daar kwam ik pas afgelopen weekend achter, toen ik de aftandse NORDEN-tafel alvast naar de garage wilde verbannen. Afgelopen zaterdag begon ik aanvankelijk met het witten van één enkel muurtje.

En toen ontstond er een vervelend domino-effect. Bij die ene witte muur staken de andere witte muren en het plafond opeens geel af. De houten inbouwkasten met ingewikkelde sierlijsten in onze huiskamer, leken opeens ook niet meer egaal gebroken-wit van kleur te zijn. Er zat niets anders op om het geplande kerstshoppen te verplaatsen naar de verfafdeling van de Praxis. De rest van het weekend stond ik stug de huiskamer te schilderen. Op zondagmiddag moest ik toegeven dat in mijn slakkentempo de huiskamer nooit voor de kerstdagen zou zijn gewit. Ik was wanhopig.

Het was tijd voor alarmfase 63. Ik plaatste een paniekerige advertentie op de site Werkspot, met een waarheidsgetrouwe schets van mijn probleem: een praktisch onbewoonbare huiskamer met de kerstdagen in zicht. Sinds vanmorgen schildert een held onze huiskamer, en hij zegt telkens vastberaden dat het voor de kerstdagen af is.

Bij ons in huis wordt het naast een witte kerst eveneens een psychedelische kerst. Van het opsnuiven van zulke verse verfdampen worden we zeker een beetje high.

Cocoonen

Hordes mensen gaan er vrijwillige naar toe, en beschouwen het als vrijetijdsbesteding op paas- of pinksterdagen, sommigen gaan zelfs zover het een ‘dagje uit’ te noemen, maar ik krijg een instant-depressie van woonboulevards en tuincentra. Daarom probeer ik dat soort complexen zoveel mogelijk te mijden.

Toch kon ik niet langer ontkomen aan een bezoek aan zo’n deprimerend tuincentrum. Mijn vriend heeft namelijk, na jarenlang zeuren van mijn kant, er eindelijk mee ingestemd om onze tuin een extreme make-over te geven. Hij gaf zelfs akkoord om de boel vol te storten met beton. Sierbeton noemde de tuinarchitect het goedmoedig. Als tegenprestatie wilde mijn vriend dat de tuin gezelliger gemaakt werd met een tuinset, als dat nog lukte met die overdaad donkergrijs beton.

Vroeger had ik dergelijke verzoeken kunnen afdoen met het excuus dat ik niet kon uitrusten in de tuin. De tuin bestond uit een dichtbegroeid stukje land van zes bij twaalf meter. Er was door de dichte begroeiing helemaal geen plek voor een tuinset. En al was er plaats geweest, ik was er nooit gaan zitten. Staren naar het achterstallig tuinonderhoud is niet mijn idee van relaxen. Doordat onze tuin nu geheel onderhoudsvrij is, stond mijn vriend er op om samen een tuinset te gaan uitzoeken.

Dus stonden we op een zonnige zaterdag in een dichtbevolkt tuincentrum op de tuinmeubelafdeling. Ik had een uitgebreide selectieprocedure uitgedacht om het meest geschikte tuinmeubel te vinden. Eerst begon ik met een inspectie van het uiterlijk van de tuinmeubels. Ik wilde per definitie geen tuinset van wit plastic. Dat vond ik te doorsnee voor onze uitzonderlijke tuin.

Een minimalistische houten tuinbank past prachtig in onze strakke tuin. Na slechts tien minuten proef-zitten voelde ik al een lichte hernia opzetten, en moest ik toegeven dat het onmogelijk was om te loungen op een dergelijk spartaans meubel. Toen ik na het uitproberen van tientallen stoelen tussen de jengelende kinderen bijna aan mijn tuincentrumtax zat, spotte ik het perfecte tuinmeubel.

Het was een appelvormige cocon van gevlochten stengels, met een opening aan de voorkant. Met z’n tweeën konden we er languit in liggen. Zoals het werkt met een extreme make-over, was het tuinmeubel was extreem prijzig. Met deze aankoop kon ik voorkomen dat nog vele zaterdagen doorgebracht werden in die naargeestige tuincentra. In plaats daarvan kon ik voortaan in onze eigen tuin urenlang loungen, of cocoonen, zoals ik het liever noem. Dat comfort is ook veel waard.

Asfaltvibe

‘Als het mogelijk was dan liet ik mijn tuin asfalteren,’ riep ik regelmatig over onze tuin.

Om voor mij ondoorgrondelijke redenen, wilde mijn vriend een groene tuin, met allerlei planten waarvan hij de benaming helemaal niet kent. Want op het vlak flora en fauna is hij net zo onderontwikkeld als ik. Niet gehinderd door enige kennis van zaken, probeerde hij de beplanting terug te snoeien tot de bedoelde proporties. Totdat hij vorig jaar, eindelijk, de ondraaglijke herhaling van het tuinieren zat raakte. Hij besloot om een heuse tuinman in te huren.

Ik had de hoop op een onderhoudsvrije tuin al bijna opgegeven (soms moet je in een relatie de ander ook eens zijn zin geven), toch leek dit me een geschikt moment om het gevoelige onderwerp nogmaals aan te snijden. Eerst probeerde ik hem voor te rekenen dat we de kosten van het aanleggen van een onderhoudsvrije tuin heel snel terugverdienden door de besparing op onderhoudskosten. Helaas raakte mijn vriend daardoor alleen verder overtuigd van het feit dat ik niet kan rekenen.

Ik had echter nog een troef in handen om hem te overtuigen om de tuin minder groen te maken. Tijdens een van de vele sessies van manisch googelen op onderhoudsvrije tuinen (vooral op momenten dat het onkruid me boven het hoofd groeide) was ik op het concept ‘sierbeton’ gestuit.

Sierbeton, het klinkt nogal tegenstrijdig. Ook ik was niet direct overtuigd. Na het zien van enkele foto’s van strakke, minimalistische tuinen was ik om. Omdat mijn vriend en ik – zoals elk mens dat in een koophuis naar tevredenheid woont – vaak gezamenlijk rondkijken op Funda, weet ik van welke bouwstijl hij houdt. Grote lofts met strakke, haast industriële vloeren van beton. Met dat in mijn achterhoofd, liet ik hem een site zien met foto’s van tuinen met sierbeton. De garantie dat onkruid geen wortel kan schieten op sierbeton, gaf uiteindelijk de doorslag.

Dus stond er vorige week een cementwagen voor ons huis. Onze tuin is volgestort met beton, op enkele toekomstige grasperkjes na. Ik schrok alleen toen het beton was opgedroogd. In plaats van het beloofde donkergrijs, is het beton in onze tuin gitzwart van kleur. De aannemer zegt dat de kleur door het zonlicht nog lichter wordt. Daarover heb ik zo mijn twijfels. Ergens denk ik dat ik door de goden gestraft wordt voor het vernietigen van zoveel natuurschoon, met een toepasselijke asfaltvibe in mijn achtertuin.