Rolmodel

Het was een fijne flashback naar 2004 toen ik Jake Shears op de cover van het Engelse blad Attitude zag staan. Jake en ik, wij gaan ‘way back’.

Meteen vanaf de eerste single van zijn band Scissor Sisters was ik fan, omdat de homoseksualiteit schaamteloos duimendik op hun muziek en image lag. Destijds kwamen popartiesten – hallo, George Michael – alleen uit voor hun seksuele geaardheid als ze tijdens het cruisen uit de kast werden getrokken door een undercover politieagent.

Een openlijk homoseksuele band vond ik weer eens wat anders. Hun album Night Work beschouw ik zelfs als de ultieme homo-erotische soundtrack. Het album staat vol vunzige dancemuziek en teksten die gaan over de vuige kantjes van de gayscene.
‘Does everybody know right now exactly where you are?’ zingt Jake in het liedje Sex and Violence. Iedereen die ooit een anonieme seksdate op een afgelegen plek heeft gehad, begrijpt precies welke spanning hij bezingt. Die fijne plaat staat al jarenlang bij mij in de kast te verstoffen, sinds het stiller is geworden rond de Scissor Sisters.

Maar Jake Shears is dus terug. In z’n eentje dit keer. Vooruitlopend op zijn eerste soloalbum gaf hij alvast een interview aan Attitude. Wat bleek? Sinds Jake de podiumoutfits van de Scissor Sisters – meestal bestaande uit spandex en pailletten – had uitgetrokken, was hij zich gaan kleden als een doorsnee heteroseksuele, blanke man. Hij verwondert zich erover dat op datingsapps ‘geen mietjes’ de norm is geworden. En dat veel gays hun mannelijkheid etaleren met spierbundels, stoerheid en onopvallende H&M’pjes. De zanger vraagt zich hardop af waarom gays onbewust degenen waarvan we fundamenteel verschillen – heteroseksuelen – tot rolmodel verkiezen.

Dat vind ik een goede vraag. Eentje waar ik niet direct een antwoord op heb.

Wel ben ik het roerend eens met Jakes pleidooi. Binnen de gayscene is er meer aandacht voor de beauty dan voor de brains. Daar doe ik zelf, met een personal trainer, keihard aan mee. Natuurlijk, een mooie buitenkant doet het goed op Instagram. Toch telt voor mij iemands binnenkant minstens even zwaar mee. Op een lichaam raak je vanzelf een keertje uitgekeken. Om elkaar dan te blijven boeien is het verdomd handig dat je een goed gesprek kunt voeren.

Ja, die Jake. Een man met een goed lijf. Met de stem van een mietje. En hij heeft nog iets zinnigs te zeggen ook. Ik vind hem een beter rolmodel voor de gayscene dan welke heteroseksueel dan ook.

Dit stukje schreef ik voor Gay.nl

Joggingsbroek

Elk geschiedenisboek beschrijft dat in Griekenland de wieg stond voor de westerse beschaving, ik voorspel alvast dat het einde van die beschaving begint in Ierland. Deze stelling durf ik te poneren sinds ik enkele weken in Ierland vertoeft heb. In elke uithoek van het eiland vind je voldoende stijlvolle kledingwinkels waar je, in theorie, een fatsoenlijke outfit kunt kopen. In theorie want, vanwege voor mij onbegrijpelijke redenen, kiezen de Ieren er massaal voor om in een slobberige joggingsbroek de deur uit te gaan.

Ik hoor je denken: ‘Paul, jij hebt zelf ook weleens zo’n uitgelubberde joggingsbroek aan?’ Ja, daar heb je gelijk in. Thuis draag ik regelmatig een joggingsbroek. Bij voorkeur als ik alleen ben. Vrijwel nooit als mijn vriend, of andere mensen in de buurt zijn. Een uitgelubberde joggingsbroek verandert ieder mens in een onaantrekkelijk, seksloos wezen. Daarom snap ik er niets van dat de Ieren ongegeneerd in zo’n outfit de straat op gaan.

Denk niet dat ik dit aftandse modefenomeen alleen gezien heb in een afgelegen achterstandswijk. De uitgelubberde joggingsbroek draagt een Ier overal en bij elke gelegenheid. In Dublin’s Temple Bar hadden diverse mannen een joggingsbroek aan tijdens een avond stappen. In Cork durfden vrouwen in zo’n armoedige joggingsbroek de meest luxueuze winkels binnen te stappen. In Kilgarvan, en ik verzin dit niet, stuitte ik op een begrafenisstoet waar meerdere mensen in joggingsbroek achter een doodskist liepen. Het absolute toppunt was in Derry waar ik in een restaurant bediend werd door een jongen in een zwarte joggingsbroek. Het was geen Michelin-materiaal, maar zelfs in een middelmatig restaurant verwacht ik chiquer geklede bediening.

Voor iemand met een forser postuur die overstapt op een gezondere levensstijl, is het handig dat er sportkleding in XXL-formaat verkrijgbaar is. Maar iemand moet de Ieren uitleggen dat de joggingbroek of trainingsbroek met een reden zijn vernoemd naar sportieve activiteiten. Sportkleding voelt ontzettend comfortabel als compensatie voor de afschuwelijke lijdensweg die sporten nu eenmaal is. Het is nooit de bedoeling geweest dat sportkleding ook als comfortabele vrijetijdskleding fungeert. Een ontwerper streeft voor vrijetijdskleding meestal een betere uitstraling na, dan die van een verslonsde joggingsbroek.

Hopelijk komen de Ieren snel tot het inzicht dat hun nationale klederdracht – de joggingsbroek – voor de meeste gelegenheden volstrekt ongepast is. Anders raad ik sportfabrikanten aan om de verkoop in Ierland acuut stil te leggen. Een begrafenisstoet is ’n verkeerd uithangbord voor welk sportief merk dan ook.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Dadbod

Houd ik me eindelijk gedisciplineerd aan een strak sportregime en eetpatroon om mijn zwembandje te laten slinken, kom ik zojuist tot het inzicht dat ik door te sporten nooit het ideale figuur krijg. Sterker nog, daarvoor moet ik op dagelijkse basis bier gaan drinken en barbecueën. De ‘dadbod’ is namelijk weer sexy.

Voor degenen die nooit een krant openslaan of de trending topics op Twitter volgen, en dus dit nieuwe, revolutionaire schoonheidsideaal hebben gemist: de ‘dadbod’ is een mannenlichaam dat het midden houdt tussen een sixpack en een bierbuik. Een man mag schaamteloos met zijn ontblote bovenlichaam pronken, mits er voldoende vlees losjes om zijn botten hangt.

Ik kon me voorstellen dat deze zogenaamde hype gewoon bedacht was door een snuggere man, wiens lijf de strijd met de zwaartekracht had verloren. En die uit pure wanhoop zijn vollere figuur tot ideale lichaamsbouw probeert te verheffen. Maar nee, deze hype is ontstaan door de noodkreet van een 19-jarige vrouw, Mackenzie Pearson, die in een artikel voor een onbeduidend universiteitsblaadje uitlegde waarom meiden van de dadbod houden. Zij omschrijft de dadbod-man als iemand die regelmatig naar de sportschool gaat en dat combineert met een dieet van veel bier en fastfood.

Vervolgens werd dat bewuste artikel een half miljoen keer online gedeeld. Ik vermoed vooral door mannen die graag verlost zijn van slopende series sit-ups, en hun eigen sixpack graag inruilen voor een gekoeld sixpack bier. Al begrijp ik best waarom vrouwen snakken naar een zacht buikje om op te liggen na een lange werkdag. Uit persoonlijke ervaring weet ik dat zo’n sixpack er verdomd leuk uitziet maar bij het knuffelen oncomfortabel hard en bonkig aanvoelt.

Toch lijkt het me voorbarig als mannen nu hoopvol hun sportschoolabonnement opzeggen om vetkwabben te kweken. Zo’n buikje is misschien goed voor je liefdesleven, maar ook slecht voor je hart. Bovendien waaien hypes meestal hard over. Voor je het weet koop je volgend jaar gewoon weer een Mens Health om binnen vier weken in een zwembroek te passen. Als het werkelijk je droomfiguur is dan kun je erop wachten tot jouw lijf vanzelf vervalt in een dadbod. Want op enkele Hollywoodsterren na, ken ik namelijk geen vijftigplussers met een blokjesbuik.

Ik ben nog altijd smoorverliefd op een slanke man met kleine zijkwabjes, waar ik graag tegenaan kruip of zachtjes in knijp. Zijn doorsnee mannenlijf is volgens mij de gezonde middenweg tussen hartenzeer en hartklachten.

Bodyscan

Dat krijg je ervan als de overheid amusement wegbezuinigd bij de Publieke Omroep. Je moet wat als omroepbestuurder om kijkers te trekken voor een wetenschappelijk televisieprogramma. Dus deed de NCRV een noodgreep door Katja Schuurman Bodyscan te laten presenteren. Ik vond het een verrassende keuze om zo’n seksbom te vragen voor een wetenschapsprogramma over gezondheid. De imposante wetenschappelijke carrière van Katja bestaat slechts uit het halen van haar VWO-diploma en het uit haar hoofd leren van de onnavolgbare scripts van Goede Tijden, Slechte Tijden.

De site over Katja’s Bodyscan gaf mij iets meer duidelijkheid. Op de site staat het als volgt omschreven: ‘Katja Schuurman stelt haar lichaam ter beschikking aan de wetenschap om antwoord te krijgen op vragen’. Het informeren van onwetende televisiekijkers over gezondheid, dat bleek slechts bijzaak te zijn. Inmiddels heb ik alle afleveringen gekeken, en het levert intrigerende televisiebeelden op.

Zo onderzoekt Katja in een aflevering of je je pijngrens kunt verleggen. Speciaal daarvoor gaat zij in een bad gevuld met ijsklontjes liggen. Ik waarschuw je alvast voor een spoiler, dat houdt ze maar liefst twee minuten vol. Toch vind ik het niet overtuigend dat Katja dit doet op de nationale televisie uit naam van de wetenschap. Elke heteroseksuele man zal het met me eens zijn dat het twee minuten onafgebroken tonen van Katja met harde tepels in een a-modieus badpak ook onder het kopje ‘amusement’ valt te scharen. Frustrerend is dat Katja die er na 3 slapeloze dagen en nachten nog beeldschoon uitziet. Bij mij zouden mijn wallen na zo’n slaapgebrek een extra onderkin vormen.

In alle eerlijkheid heb ik veel opgestoken van Katja’s Bodyscan. Zoals dat mensen die vaker per dag hun tanden poetsen minder kans hebben op dementie. Mijn vriend die meekijkt weet helaas dat je tijdens seks meer endorfinen aanmaakt waardoor je pijngrens hoger wordt. Hoofdpijn is dus geen geldig excuus meer als ik onder een robbertje geslachtsverkeer wil uitkomen. Dat is lastig want ik weet ook dat ik eigenlijk langer moet slapen om permanent geheugenverlies te voorkomen. Of ik moet ter verbetering van mijn geheugen dagelijks dertig minuten sporten. Van alle leefregels zou ik bijna gestrest raken, als ik niet wist dat stress een voorname oorzaak is van dat beginnende zwembandje dat zich rond mijn middel ontwikkelt.

Amusement of niet, het programma staat bol van nuttige feitjes die ik liever niet had geweten. En nu ga ik nog maar een keertje extra mijn tanden poetsen.

Hypocriet

Ik doe echt mijn best om zoveel mogelijk van het wereldkampioenschap voetballen in Brazilië te missen. Na jarenlange training ben ik daarin heel bedreven geworden. De televisie staat uit tijdens de gehele periode dat er wordt gevoetbald. Dus ook op de dagen waarop het Nederlands elftal niet speelt, want dan wordt er namelijk eindeloos elke pass in een wedstrijd geanalyseerd in de ellenlange nabeschouwingen, of al gespeculeerd in de vele voorbeschouwingen. Speelt het Nederlands elftal dan verschansen mijn vriend en ik ons in een lege bioscoop. Het kan ook gebeuren dat we de enige eters in een restaurant zijn. Verder zoek ik zoveel mogelijk het gezelschap op van vrienden die ook niet snappen wanneer een speler buitenspel staat. Dan weet ik tenminste zeker dat er niet over voetbal wordt gesproken.

Ondanks al deze voorzorgsmaatregelen, krijg ik meer mee van het wereldkampioenschap voetbal dan ooit tevoren. Dat is allemaal de schuld van mijn vrienden op Facebook en Twitter. Ik dacht vooral omringd te zijn door intelligente mensen die zich afvragen waarom het leuk is om 22 mannen achter een bal te zien aanrennen. En die het onbegrijpelijk vinden dat een sterspeler van een stom balspelletje in een paar jaar meer geld verdient, dan een briljante wetenschapper die zijn werkende leven wijdt aan het genezen van kanker. Maar blijkbaar veranderen mijn vrienden online in fanatieke voetbal-hooligans, die ik me had voorgesteld als figuren met een imposante bierbuik, waarbij het nogal potsierlijk was dat uitgerekend zij zich luidkeels uitspreken over iets dat met lichaamsbeweging te maken heeft. Mijn beeld van hooligans, en helaas ook mijn beeld van sommige vrienden, is voorgoed veranderd.

Ineens ben ik op de hoogte rare manoeuvres door gephotoshopte plaatjes van Robben en Van Persie. En ken ik de opstelling en wissels van de wedstrijd door berichten als “godverdomme Sneijder, wordt het biet eens tijd dat je in het toernooi bent gegroeid?”, “VAN PERSIE ERUIT NU METEEN” en “jaaaaaa Krullllllllll!!!”, inclusief gepast gebruik van capslock en authentieke typefouten. Bij het doornemen van een kleine bloemlezing uit de onophoudelijke stroom aan voetbalgerelateerde statusupdates, had ik wederom het inzicht dat voetbalfans hypocriet zijn. Is er geen vertrouwen in de goede afloop van een wedstrijd, dan gaan “zij” verliezen. Bij winst hebben “wij” de wedstrijd gewonnen.

Bij een volgend voetbaltoernooi op Europees of wereldniveau moet ik, naast de televisie, dus voortaan ook Twitter en Facebook vermijden. Dat bespaart me tijd, en vooral heel veel irritatie.

E-reader

De voorbereiding voor onze jaarlijkse zon- en leesvakantie in Turkije was tot nu toe altijd nogal stressvol. Waar mijn vriend voor een twee weken durende vakantie aan vijf-en-driekwart boeken genoeg heeft, ligt mijn leestempo iets hoger. Ik verslind gemiddeld per dag 350 tot 400 pagina’s. Behalve lezen doen we verder vrijwel niets, nou ja, op eten, drinken, slapen en eindeloos insmeren met zonnebrandcrème na dan. Ik heb dus ongeveer anderhalf boek nodig om de dag door te komen.

‘Dat is slechts een kwestie van genoeg boeken inpakken,’ hoor ik je denken. De beperkende factor is alleen dat ik van de luchtvaartmaatschappij maximaal twintig kilo aan bagage mag meenemen. Het is toch wel handig als ik ook een schone onderbroek en wat sokken meeneem. Bijbetalen voor extra bagage wilde ik niet, want ik had net een fortuin uitgegeven aan die nieuwe boeken. Dus eindigde het inpakken altijd met het ritueel waarbij mijn vriend herhaaldelijk met een koffer op de weegschaal ging staan om te controleren of mijn bagage onder het maximumgewicht bleef. Met tussendoor veel in- en uitpakmanoeuvres waarbij ik een dikke roman voor een dunnere omruilde.

Voor de afgelopen vakantie had ik dit terugkerende probleem handig opgelost: eindelijk heb ik een e-reader aangeschaft. Niet meer eindeloos wikken en wegen welke boeken ik wilde kopen. Ik kon gewoon onbeperkt boeken aanschaffen zonder na te denken hoeveel t-shirts ik daarvoor thuis moest laten. Daardoor schoot ik bij de inkopen flink uit met mijn pinpas. Bij het kopen van boeken op internet had ik ineens een andere, meer avontuurlijke boekenfilosofie.

Zo kocht lukraak ik het boek ‘Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt)’ van Ivo Victoria, omdat ik ooit een sympathiek interview met de schrijver had gelezen. Misschien had ik de titel beter moeten lezen voordat ik het boek kocht. Dan had ik opgemerkt dat het boek over wielrennen gaat. Een onderwerp waar ik dus helemaal niet van houd. Dapper begon ik mijn vakantie met dit boek. Het verhaal greep me totaal niet. Telkens hield ik mezelf voor dat aan het einde het allemaal op z’n plek zou vallen, zoals met sommige andere boeken. Maar na twee, lange dagen en het doorworstelen van honderdvijfennegentig bladzijden, concludeerde ik dat het boek van begin tot eind ronduit saai was.

Gelukkig stonden er nog tientallen andere – hopelijk mooiere – boeken op mijn e-reader. En ook had ik ruim genoeg kleren ingepakt.

Watjes

Ieder WK of EK doe ik mijn best om alle wedstrijden te missen. Dat lukt meestal heel aardig doordat ik nauwelijks televisie kijk. Ik heb de gewoonte ontwikkeld om tijdens zulke langslepende sportevenementen veel naar de bioscoop te gaan. Dit jaar zijn er weinig films die in de bioscoop worden vertoond die ik de moeite waard vond. Bovendien vonden veel wedstrijden tijdens de voorrondes plaats tijdens werktijd. Omdat ik het heel ongezellig vond dat ik alleen op de afdeling zat terwijl mijn collega’s in de kantine de wedstrijd live bekeken, ben ik gaan meekijken. Opeens vond ik die voetbalwedstrijden best spannend. En omdat ik er nu helemaal in zit, wil ik de afloop ook weten.

Voetballers zijn watjes. Dat is mijn voornaamste conclusie na het volgen van het WK voetbal tot nu toe. Ik had verwacht dat een beetje voetballer, na ettelijke uren krachttraining en voor een miljoenensalaris, wel tegen een stootje zou kunnen. Maar bij het kleinste duwtje van een tegenspeler vallen ze plots om. Bij vrijwel iedere aanraking krimpt de voetballer ineen, grijpt het geraakte lichaamsdeel vast en rolt kermend van de pijn over het veld. Zelfs een mietje als ik heeft een hogere pijngrens. Gelukkig hervatten zij, heel wonderlijk, altijd na vijf minuten volledig hersteld weer de wedstrijd.

Ooit, toen ik nog aanzienlijk strakker in mijn vel zat, heb ik een vluchtige zomerromance gehad met een Amerikaanse ijshockeyspeler. Hij was lang, breed, gespierd en dus voorzien van een blokjesbuik. Ons voorspel bestond er uit dat hij zijn shirt uittrok, zijn buikspieren aanspande en ik daar tegenaan mocht boksen. Ik kan verklappen dat mijn vuisten meer gepijnigd werden dan de sixpack van mijn vakantieliefde.  Nu noem ik één gespierde bedpartner nog geen diepgravend onderzoek op basis waarvan je verregaande conclusies kunt trekken (gespierde mannen die mee willen werken aan het vervolgonderzoek mogen zich melden), het verschil in reactie op zo’n opstootje vind ik best significant.

Over wie het WK gaat winnen durf ik geen uitspraak te doen. Wel voorspel ik dat wanneer het Nederlands elftal het WK verliest, er gemord gaat worden over de riante salariëring van de spelers. Voor het bespelen van de media heb ik voor de sterspelers het volgende advies: verwijs naar de realistische valpartijen en de grimassen die je hebt getrokken van de pijn. Voor dat soort oscarwaardige acteerprestaties en stuntwerk betalen ze in Hollywood immers miljoenen aan de supersterren.