Familieportret

Doodongelukkig werd ik ervan, toen ik me alleen opsloot met mijn liefdesverdriet en een zoetsappig zelfhulpboek over hoe ik onvoorwaardelijk van mezelf kon gaan houden. Toch is dat het gebruikelijke advies aan iemand die na een jarenlange relatie is gedumpt en ingeruild voor een jonger exemplaar.

Mijn onorthodoxe raad aan iedereen met liefdesverdriet: meld je direct aan op een willekeurige datingsite. Daarop word je doorgaans alleen aangesproken door heren die in jou een absolute droomman zien. Geloof me, dat geeft een enorme boost aan je zelfvertrouwen.

Eerlijk is eerlijk, mijn huidige levenspartner heb ik uiteindelijk offline leren kennen. Toch denk ik met plezier terug aan mijn wonderlijke avonturen met internetdating.

Zoals de date met een jongen die nog bij zijn moeder woonde. Op onze eerste afspraak kondigde hij aan dat samenwonen betekende dat ik bij hem en zijn moeder zou intrekken. Het was meteen onze laatste date.

Het meest denk ik terug aan Henk. Enkele maanden spraken we met elkaar af, de dates duurden tot diep in de nacht. Hij kon pas het huis uit sluipen als zijn ouders gingen slapen. Hij was opgegroeid in een klein dorp op het platteland, in een strenggelovig gezin. Met zijn vrienden schuimde hij alle zomerfeesten af, de band Normaal was er immer de hoofdattractie. Als militair werd hij regelmatig naar het buitenland uitgezonden op missie. Kortom, geen omgeving waarin hij zorgeloos zijn gevoelens kon delen.

Bij mij in bed gaf hij zich letterlijk en figuurlijk bloot. We hadden intense gesprekken over hoe hij het zijn ouders ging vertellen. Fantaseerden samen over hoe zijn vrienden of collega’s zouden reageren. Droomden van een toekomst samen.

Soms prikte hij een datum voor zijn coming-out. Ondanks mijn aanmoedigingen kwam hij die afspraak nooit na. Langzaamaan verwaterde ons contact. Vermoedelijk wilde hij mij verdere teleurstellingen besparen. Ergens vond ik dat lief van hem.

Kort daarna ontmoette ik mijn huidige vriend en verloor ik Henk uit het oog. Uit mijn hart is hij nooit verdwenen.

Altijd heb ik me afgevraagd hoe het hem is vergaan. Zoals dat met internetdating gaat, kende ik alleen zijn voornaam. Met de zoekterm ‘Henk’ vond ik vele mannen, maar nooit degene die ik zocht. Tot ik laatst op mijn tijdlijn ineens zijn gezicht herkende op een foto. Een familieportret, met zijn vriend en een iets te dikke golden retriever. Hij durfde eindelijk volkomen zichzelf te zijn.

Dit stukje schreef ik voor Gay.nl

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Verdraagzaamheid

Mijn vriend en ik liepen in het zonnetje langs de Amstel toen ineens de stoep versperd werd door een horde van minstens twintig travestieten, die buiten voor café Queers in vol ornaat stonden te wachten. Hun haar was tot grote hoogten getoupeerd. Een scala aan kitscherige jurken met een overdaad aan glitters. Met daaronder zulke hoge hakken dat je ballen moet hebben om erop te durven lopen. ‘Dit kan alleen in Amsterdam,’ zei ik tegen mijn vriend. Ik voelde me trots dat ik in een land woon waar dit gewoon mogelijk is. We staken ergens illegaal de straat over, om ons pad te vervolgen.

Ook verkeerstechnisch was het al een verdraagzame week geweest. Op de Coming-Outdag werden er op verschillende plekken ‘gaybrapaden’ feestelijk in gebruik genomen. In Arnhem gooiden ze er zelfs nog een stel homovriendelijke verkeerslichten tegenaan. Zelfs in het verre Twente kan ik oversteken over gezellig regenboogzebrapad in Almelo.

De feestvreugde werd een beetje gedrukt door enkele felle tegenstanders. Gelukkig had dat weinig te maken met intolerantie, en des te meer met de verkeersveiligheid. Een verkeerspsycholoog, ik verzin dit niet, zegt daarover: ‘als je met zebrapaden gaat klooien, krijg je problemen’. Hij is bang dat het voor automobilisten onduidelijk is of zij voorrang moeten verlenen. Maar, daarmee is het regenboogzebrapad even gevaarlijk voor homo’s als hetero’s, dat is het goede nieuws.

In de trein naar huis werd mijn goede humeur verpest door een nieuwsbericht over de verspreiding van een antihomoflyer. Terwijl ik aan het genieten was van een zonnig en verdraagzaam Amsterdam, werd verderop een pamflet verspreid dat christenen, joden en moslims oproept om in actie te komen tegen homoseksualiteit. Het voelde als een klap in mijn gezicht. Over wat er in de gemiddelde kerk of moskee wordt gepredikt, heb ik een stellige mening. Ik houd mezelf voor dat verdraagzaamheid van twee kanten moet komen. Dus respecteer ik iemands geloof, ook al ben ik het ermee oneens.

En hoewel de makers van de flyer tegenover de journalist benadrukten dat zij geweld tegen homoseksuelen niet aanmoedigen, geloof ik niet dat het zo werkt. Dat gevoel werd bevestigd door een tweede nieuwsbericht. Twee homomannen waren zwaar mishandeld op de pont achter het Centraal station. Nog een plek waar ik eerder onbezorgd rondliep. ‘De daders zijn vast getint,’ was mijn allereerste gedachte. De vrees voor mijn eigen veiligheid maakt mij ook onverdraagzaam en dat vind ik het allerengst.

Dit stukje schreef ik voor Gay.nl

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Nederlaag

Het leven is een aaneenschakeling van toevalligheden, vind ik, maar soms valt het allemaal zo mooi samen dat ik bijna in God ga geloven. Die overtuiging kreeg ik doordat ik eerst ongepland online een rondreis door Ierland boekte. Prompt stuitte ik op de Ierse band Villagers. Hun nieuwe album ‘Darling Arithmetics’ staat bol van de stemmige liefdesliedjes van een homoseksueel, opgegroeid in het conservatieve platteland. Het leek me een prima soundtrack voor autoritten door het desolate en ruige landschap van Ierland. En toen las ik in de krant dat 62% van de Ierse bevolking voor de invoering van het homohuwelijk had gestemd. Ineens vond ik het niet erg om naar dit regenachtige land op vakantie te gaan.

De Katholieke kerk reageerde op het Ierse referendum met de mededeling dat de kerk het klassieke huwelijk tussen man en vrouw als de ‘toekomst voor de mensheid’ blijft zien. Daar kon ik me volkomen in vinden. Mijn vriend en ik blijven het vol enthousiasme proberen, maar tot op heden is het ons niet gelukt om voor nageslacht te zorgen. Helaas viel ik alweer snel van mijn geloof, want de rest van de Vaticaanse reactie was iets ongezelliger. Bij monde van een kardinaal met de sprookjesachtige naam Pietro Parolin, noemde men de uitkomst ‘een nederlaag voor de mensheid’.

Die opmerking kwam hard bij me binnen, moet ik bekennen. Ondanks mijn bijdrage aan de samenleving in mijn werk, of het vrijwilligerswerk dat ik gedaan heb, ben ik dus niets meer dan een ‘nederlaag voor de mensheid’ volgens de kerk. Het is een hysterische verklaring, die ik eerder had verwacht van een dronken dragqueen met een verknipt gevoel voor humor. Nou draagt Pietro Parolin ook continu een jurk. Dus misschien zijn er meer overeenkomsten tussen kardinalen en dragqueens dan ik op het eerste gezicht had vermoed.

Dat ik me echt kwaad maakte om het standpunt van de Katholieke kerk, merkte ik aan de tegenargumenten die ik verzon. Volgens mij zijn op deze aardbol de meeste nederlagen geleden in bloedige oorlogen uit naam van God. Al eeuwenlang wordt de aarde bevolkt door een minderheid homoseksuelen. Me dunkt dat homoseksualiteit evolutionair ergens goed voor is. Maar ja, die malle Katholieken geloven natuurlijk niets van de evolutie, en baseren zich op het meest fantasierijke boek ter wereld. Al die religieuze uitspraken zijn dus slechts sprookjes. Niets om me druk over te maken. Dat hebben ze in Ierland goed begrepen.

Weigerambtenaar

In tegenstelling tot andere verloofde stelletjes krijgen mijn vriend en ik nooit gezellige vragen over het huwelijksaanzoek of de locatie van de huwelijksceremonie. Wij krijgen enkel vragen over het fenomeen ‘weigerambtenaren’. Dat vind ik onromantisch, en eerlijk gezegd brengt het me ook niet in de stemming voor onze aankomende trouwdag. Al zet ik liever uitgebreid mijn mening over de weigerambtenaar uiteen dan weer aan een ongeïnspireerde lolbroek te vertellen wie van ons tweeën de jurk draagt.

Ik ben oprecht blij dat weigerambtenaren bestaan. Elk aankomend echtpaar gun ik een perfecte trouwdag. En een ongeïnteresseerde ambtenaar die gedwongen een plichtmatig praatje opleest, dat lijkt mij een forse smet op een huwelijksdag. Daarbij is een huwelijksdag al stressvol genoeg zonder zorgen over of de bijzonder ambtenaar van de burgerlijke stand zich misschien bezwaard voelt om het huwelijk te voltrekken en er middenin de ceremonie ineens de brui aan zal geven.

Sterker nog, ik pleit er dat elke ambtenaar ieder huwelijk mag weigeren te voltrekken. Als een ambtenaar na het kennismakingsgesprek de bruid een zelfingenomen kutwijf vindt, is dat wat mij betreft reden genoeg. Ergens tussen alle tenenkrommende clichés over eeuwigdurende liefde waarmee zo’n ambtenaar de toespraak opvult, klinkt gegarandeerd ook zijn weerzin door. Dat is storend voor het bruidspaar, maar ook voor alle gasten die worden opgescheept met een knagend gevoel van plaatsvervangende schaamte. Geloof me, alle betrokken partijen worden er gelukkiger van als zo’n ambtenaar vooraf mag weigeren dat huwelijk te voltrekken. En misschien zendt sbs6 dan ook minder vaak programma’s als ‘Helse Bruiloften’ uit.

Dit soort rampzalige scenario’s hadden mijn vriend en ik in ons achterhoofd bij het kiezen van een geschikte ambtenaar. Ik had me voorbereid hoe we weigerambtenaren gingen herkennen: aan conservatieve kapsels met ’n stijve scheiding in het midden. Problematisch was dat geen van de ambtenaren op de site zo’n scheiding in z’n haar had. Ook zag ik nergens dreadlocks, neuspiercings of zichtbare tatoeages op de foto’s. Dat leken mij de uiterlijke kenmerken van ruimdenkendheid. Op de bonnefooi hebben we maar een vrouwelijke ambtenaar uitgezocht, die er aardig uit zag. In de hoop dat zij ons wilde trouwen.

Sinds het kennismakingsgesprek zijn weten we met dat zij met volle overtuiging ons huwelijk wil voltrekken. En zij er alle moeite voor doet om van onze trouwdag iets speciaals te maken. De enigen die tijdens de ceremonie nog kunnen weigeren, dat zijn mijn vriend of ik.

Verlangen

Zelfs mij, een over het algemeen goeiig linksige kiezer, had Mark Rutte helemaal ingepakt met zijn verschijning. Een slanke man altijd in een goed zittend pak en dito kapsel. Zijn handen moeten de mooiste uit de hele parlementaire geschiedenis zijn. Mark beschikt over prachtige pianohanden met van die lange, haast sensuele vingers. Een premier met een jongensachtige bravoure. Die plezier met werk combineert, door een van Nederlands grootste exportproducten (dancemuziek) te promoten door al dansend op schimmige YouTube-filmpjes te verschijnen. En zijn guitige lach was precies wat Nederland nodig had in deze barre tijden van crisis. Een hele verademing na acht jaar met Balkenende, bij wie het altijd afstandelijk en stijfjes bleef.

Maar na het veel besproken debat van gisteren begint bij mij een Rutte-moeheid te ontstaan. Want ik zou toch verwachten dat een land besturen en bezuinigingen doorvoeren een serieuze bedoening is. Met ‘Doet u zelf eens normaal’ reageren, dat deed je misschien tijdens een ruzie op het schoolplein. Voor in de Tweede kamer is het nogal kinderachtig gedrag.

Opeens verlangde ik heel erg terug naar Jan Peter Balkenende. Ja, daar schrok ik zelf ook een beetje van, maar ik wilde gewoon weer zo’n oerdegelijke premier op wiens plichtsbesef je blindelings kunt vertrouwen. Met begrijpelijke oneliners voor de crisis zoals ‘eerst het zuur en dan het zoet’. Eentje die predikt over normen en waarden en zich oprecht zorgen maakt over de seksualisering van de samenleving. Nou ja, dat laatste vond ik allemaal een beetje een enge gereformeerde gedachtekronkel van Jan Peter. In ieder geval verlangde ik heel erg naar een premier die niet alles afdoet met een lach.

Omdat ik eigenlijk sinds zijn aftreden niets meer van Balkenende had vernomen, googelde ik snel om te kijken of Jan Peter wellicht nog werkzoekend was. De foto’s in de zoekresultaten vond ik alarmerend. Daarop was Balkenende opeens veel ouder geworden. Van zijn voorheen zo kreukloze imago was niets meer over. In zijn gezicht waren de rimpels zichtbaar. En zijn volle haardos bevat de nodige grijze lokken. Hij leek me een man die gehavend uit die laatste verkiezingen was gekomen.

Gelukkig was het Jan Peter gelukt om een andere baan te vinden. Hij werkt als hoogleraar aan een universiteit en is partner bij een internationaal adviesbureau. Ik durf te wedden dat zijn inkomen ruim boven de naar hemzelf vernoemde Balkenendenorm uitkomt. Op de een of andere manier gun ik hem dat van harte.

Schaamhaardracht

‘In welk blad heeft Arie Boomsma ooit met kleren op de foto gestaan?’ vroeg ik me deze week af. Er zijn weinig bekende Nederlanders van wie ik op de hoogte ben van diens schaamhaardracht. Maar van Arie weet ik dat. Ik heb (te) grote delen van zijn afgetrainde schaamstreek – met gemillimeterd schaamhaar – gezien. Om nog maar te zwijgen van zijn imposante borstkas. Of zijn gespierde rug met een grote tatoeage van een draak er op. Die lichaamsdelen heb ik onbedekt in diverse damesbladen zien staan.

Alle commotie over de zoveelste fotoreportage van Arie met te weinig kleren aan, snap ik niet. Dat de Evangelische Omroep er niet blij mee is dat het voor L’Homo (het eenmalige homoblad van de makers van Linda) is, daar kan ik inkomen. Maar door hem direct voor negentig dagen te schorsen wordt Arie flink aan het kruis genageld. Terwijl hij dat lichaamsdeel waarschijnlijk bedekt heeft gelaten.

Het lijkt mij waarschijnlijk dat Arie door de EO bewust is aangenomen vanwege zijn status als sekssymbool. Zijn alcoholvrije sixpack doet het ongetwijfeld goed bij de meisjes van de zondagschool. Arie’s imago is vakkundig gekuist door hem op een tranceconcert een donderpreek te laten houden.

In het televisieprogramma ‘Veertig Dagen Zonder Sex’ weet Arie zelfs aan dat soort vleselijke genoegens  een religieuze draai te geven. Het ontneemt mij ieder gevoel van lust, ondanks zijn donkere manen en volle lippen die regelmatig beeldvullend voorbij komen. Me daaraan zorgeloos verlekkeren, zonder dat ik me schuldig voel over zulke onzedige gedachten, is er niet meer bij.

Dan is het nog de vraag: waarom Arie en niet Andries? Niet met betrekking tot de fotoshoot voor L’Homo natuurlijk. Stel je voor: Andries liggend in zijn lange onderbroek met hemd in de branding van de zee op een zonnig strand. Bepaald niet zinderend homo-erotisch. De rillingen lopen mij over de rug bij de gedachte alleen al. Wat ik mij afvraag is waarom Arie wordt geschorst en Andries Knevel niet. Andries heeft God’s complete scheppingswerk in twijfel getrokken.

Arie heeft eigenlijk niets gedaan wat de EO-achterban niet van hem gewend is. Sterker nog, de vrouwen verafgoden Arie. Ik voorspel dat L’Homo het eerste homoblad wordt dat op de biblebelt gretig aftrek vindt. Arie heeft slechts een aantal homo’s, die gedoemd zijn om in de hel te boeten voor hun zonden, een plezier gedaan. Die goede daad valt vast te scharen onder een van de tien geboden.

Arie

Een van de truttigste beroepen voor de vrouw was de functie van omroepster. Ik vond het prettig om met een nieuwsgierig makende inleiding verleid te worden om een programma te gaan kijken dat ik nooit zelf zou hebben uitgezocht. De publieke omroepen hebben massaal afscheid genomen van deze functie.

Het waren bijna altijd vrouwen waren die de televisieprogramma’s, zittend naast een weelderig bloemstuk, aan- en afkondigden. Toegegeven, vroeger was er Hans van de Togt die als man jarenlang bij de Avro omroeper is geweest. Voor de mannenliefhebbers was hij met zijn vrouwelijke maniertjes geen reden om al watertandend voor de beeldbuis te gaan zitten.

Logischerwijs trok het mijn aandacht toen nota bene de commerciële omroep Veronica een mannelijke omroeper had aangenomen. Dat moet de doelgroep van de zender, niet-metroseksuele mannen met een afzichtelijke haardracht (lees: matjes) en dito bierbuik, vreemd hebben doen opkijken. Wellicht was het een wanhopige poging om meer vrouwen te laten mee kijken naar “De Grote Beurt” en andere vulgaire erotiek.

De omroeper was een ex-model die carrière wilde maken. Een baan als omroeper leek vast meer uitdagend omdat hij dan zelf zijn teksten mocht schrijven, in plaats van voorgekauwde teksten in een commercial opdreunen. Mij had een avondje Veronica nog nooit zo leuk geleken.  Een mannelijke schoonheid een zin van meer dan tien woorden geheel live fatsoenlijk laten uitspreken, dat moest geheid een afgang worden. Dus verschanste ik mij op de bank in mijn huiskamer met een glaasje fris en een zak chips voor een vermakelijke avond.

Bij zijn eerste aankondiging kwam zijn naam in beeld: Arie Boomsma. ‘Zijn suffige voornaam heeft hij niet mee,’ dacht ik. Gelukkig maakte zijn uiterlijk, zoals een model betaamt, dat minpuntje meer dan goed. Een gespierde torso, lange donkere manen, een verwaarloosd baardje en een paar mooie, volle lippen. Een vleesgeworden Jezus eigenlijk (al bleven de bijbehorende sandalen uit beeld). Tot mijn spijt was Arie’s carrière als omroeper geen lang leven beschoren.

Arie bleek stiekem in de here (helaas enkelvoud) te zijn en dook op bij de Evangelische Omroep. Daar presenteerde hij opeens de EO-jongerendag en programma’s als ’40 dagen zonder sex’. Een beetje opportunistisch als je het mij vraagt, als je daarvoor zonder enige vorm van schaamrood op de kaken, softporno hebt aangekondigd. Hij zal wel met terugwerkende kracht van gewetenswroeging last hebben gehad. Met zijn goddelijke uitstraling en die voornaam is hij, met collega’s als Henk Binnendijk en Andries Knevel, helemaal op zijn plek.