Thijmen

Al sinds vorig jaar probeer ik stug geen vlogs te kijken. Dat is best lastig want tout bekend Nederland is aan het vloggen geslagen. Arjen Lubach. Domien Verschuren. Gerard Joling vlogt over zijn taakstraf, die hem is opgelegd vanwege het veroorzaken van een verkeersongeval. Ja, zelfs Shane Kluivert (de jongste zoon van Patrick) heeft zijn eigen kookkanaal op YouTube. En al die vlogs, waar ik heel nieuwsgierig naar ben, heb ik dus nooit gevolgd.

Maar nu lag ik in Frankrijk naast het zwembad essays te lezen over feminisme, en zocht ik een goed excuus om het boek weg te leggen. Op mijn tijdlijn op Twitter werden de vakantievlogs van ene Thijmen aangeraden. Ik was op vakantie met vrienden. Hij was op vakantie met vrienden. Zoiets schept toch een band. Het was de lichtvoetige afleiding die ik zocht middenin een relaas over de ‘wereldwijde verkrachtingscultuur’.

De eerste vlog – met de titel ‘#1 Kloten in het vliegtuig’ – begint zoals elke vakantie van drie twintigers die naar Spanje vliegen. Het inchecken op Schiphol duurt lang en ze drukken in het vliegtuig wat knopjes in. In de tweede vlog weigert een discotheek hen binnen te laten, wat uitmondt in een gevecht met een beveiliger. Tussendoor gaan ze jetskiën, kussen ze nog wat meisjes en belanden met een opblaaspop in het zwembad. Allemaal normale vakantiebezigheden voor jongens van die leeftijd, maar daarna escaleert het vrij snel.

De titels van Thijmen’s vakantievlogs beschrijven zijn belevenissen als de hoofdstukken van een spannende pageturner:
#11 We hebben onze vlucht gemist… (GROOT PROBLEEM)
#12 We moeten langer blijven…
#17 PROJECT X FEEST IN VILLA
#19 Al onze spullen zijn gestolen… (op strand geslapen)
#20 INBREKEN IN VILLA
#21 RUZIE MET VILLA BAAS (+ OPROEP)
#23 Paspoorten terugstelen bij ORGANISATIE

Dit is precies het soort thriller dat ik graag lees tijdens een vakantie. Elke dag zat ik trouw om 16:00 klaar voor Thijmen’s nieuwe vlog. Dat het laden van de video via de krakkemikkige Franse internetverbinding uren duurde, had ik er graag voor over.

Ondertussen speculeerden verschillende twitteraars over de echtheid van Thijmen’s vlogs. Men vroeg zich af hoe iemand na een nacht slapen op het strand, een vlog monteert en zonder internetverbinding dat op YouTube publiceert. Niemand leverde doorslaggevend bewijs waaruit onomstotelijk bleek dat Thijmen z’n vlogs in scene had gezet.

Of die vlogs nou echt of nep waren, dat was mij om het even. Ik was benieuwd of Thijmen ooit nog thuis ging komen.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Jaloezie

Vandaag wil ik een ietwat heikele kwestie met jullie bespreken. Er zit een emotie namelijk al jarenlang onterecht in het verdomhoekje.

In de afgelopen weken sprak ik met vrienden, collega’s en familie regelmatig over mijn vriend. Hij regelde dat hij tussen zijn oude en nieuwe baan een maand vrij heeft. In die maand gaat hij alleen rondtrekken in Nieuw Zeeland. ‘Jij bent jaloers,’ verweet iemand mij toen ik vertelde over zijn reisplannen.

Ik geef het toe, ik ben lichtelijk jaloers op de wereldreis van mijn vriend. Of nee, dat is een understatement. Ik ben zwaar jaloers op hem. Maar ik ben niet van plan om me daarvoor te gaan verdedigen. Of me er schuldig over te voelen.

De personen die mij verwijten dat ik jaloers ben die hebben teveel het Psychologie Magazine gelezen. Dat blad staat namelijk bol van veroordelende artikelen over jaloezie. Eén persoon, die ik nooit meer wil zien, verwees me bovendien naar de site van Psychologie Magazine. ‘Daar vind je handige tips om van jaloezie af te komen,’ zei ze venijnig.

Inderdaad dat blad zegt dat jaloezie leidt tot ‘onderling wantrouwen’ en beweerde dat ik daardoor ‘een geestelijk wrak dreig te worden’. Toch voelde ik me geen onmens na het lezen van dat artikel. Iedereen die denkt dat mijn jaloezie ongepast is, maakt een denkfout. Daar moeten zij Psychologie Magazine nog maar eens op na slaan. Elk artikel rept namelijk over ‘jaloezie, terwijl daar weinig reden voor is’. Geloof me, ik heb alle reden om jaloers te zijn.

Misschien is het handig als ik schets hoe de komende maand er voor mij uitziet. Dagelijks sta ik ’s ochtends om half zes op. Ik sta naar mijn werk meestal in de file op de snelweg. Op mijn werk zijn de laatste maanden van het jaar het drukst. Vanwege de files ben ik ’s avonds rond zeven uur thuis. Mijn avond bestaat uit het koken van een eenpersoons maaltijd, wat huishoudelijke taken en vroeg naar bed gaan.

Nogal wiedes, dat ik jaloers ben op het vooruitzicht van mijn vriend. Hij reist af naar een land waar de lente begint, om op zonovergoten stranden te gaan surfen. En bergwandelingen te maken door de decors van de films van Lord of The Rings. Dat gun ik hem van harte, maar ik had mijzelf dat ook gegund. Het zou onmenselijk zijn als ik geen jaloezie had gevoeld.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Kratfiets

Met een twee-onder-een-kapwoning, een echtgenoot & een beleggingshypotheek kwam ik een aardig eind, maar sinds gisteren ben ik een volmaakte burgertrut, want ik heb een kratfiets gekocht.

Sinds kort kan ik, vanwege een langere reisafstand, geen dagelijks fietstochtje meer maken naar mijn werk (tenzij ik bereid ben om rond middernacht al te vertrekken om rond half negen op kantoor te zijn). Daarom vatte ik het idee op om voortaan op de fiets naar de supermarkt te gaan. Het fietsen en sjouwen met zware boodschappentassen is bedoeld als alternatieve vorm van lichaamsbeweging. Mijn plan om de boodschappen fietsend te vervoeren had alleen ’n kleine complicatie. Ik slinger zonder boodschappen al breeduit over de weg en vlieg moeiteloos uit een flauwe bocht, laat staan dat ik mijn fiets kan besturen met twee volle boodschappentassen aan het stuur. Voor mijn eigen veiligheid, en die van de medeweggebruikers, zocht ik naar een betere oplossing.

Dus ging ik naar de dichtstbijzijnde vestiging van de Halfords voor een kekke gadget om mijn boodschappen te vervoeren. De Halfords kwam niet verder dan een ouderwetse fietstas. Voorzien van een dito motiefje met bloemetjes of ’n Burberry-achtig ruitje. De fietstas associeer ik met oude dametjes. Of met pokdalige pubers met een krantenwijk. Omdat ik tot geen van deze categorieën behoor, verliet ik onverrichter zake de Halfords.

Op naar de fietsenwinkel voor een grondige oplossing: een andere fiets. Al sinds ik me had voorgenomen om de boodschappen met de fiets te gaan doen, probeerde mijn vriend mij een bakfiets aan te praten. Met als voornaamste argument dat ik in zo’n bakfiets meerdere bierkratten tegelijk kan vervoeren. Gelukkig begreep hij dat dergelijke argumenten de bakfiets voor mij niets aantrekkelijker maakte. Dus wees hij mij terloops op alle hippe bebaarde volgetatoeëerde vaders die, steeds met een complete kinderschare, op een bakfiets de stad doorkruisen. Punt is dat ik geen kinderen heb. Noch een baard. Of tatoeages. En al helemaal geen trek in meerdere kratten bier. Zonder kinderen of alcoholverslaving misstaat zo’n bakfiets mij dus enkel.

Daarom heb ik gekozen voor een fiets met een zwart plastic kratje voorop. Ik zie mezelf er al boodschappen mee doen op de markt. Om daar een kratje vol biologische groente en fruit in te slaan. Zaterdag mag ik mijn kratfiets ophalen. Mocht je dan toevallig iemand tegenkomen die gelukzalig uitkijkt over een krat gevuld met stronken prei en modderige winterpenen, dat ben ik.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Poppedeintje

Mijn omstreden mening over de Nederlandse Spoorwegen deel ik met bijna niemand, want ik vind als een van de weinigen in Nederland reizen per trein prettig. De enige kritiek die ik kan verzinnen is dat de NS nogal paniekerig wordt van elk vlokje sneeuw. Al hebben ze in het KNMI altijd een trouwe medestander, omdat zij met hun dwaze weeralarmen nog hysterischer reageren op sneeuw. Verder heb ik goede ervaringen met de NS: treinen rijden op tijd, de conducteurs zijn aardig en in de treincoupé tref je vaak interessante mensen. Precies de reden waarom ik nooit in de stiltecoupé ga zitten, want zonder te praten leer je je medepassagiers een stuk lastiger kennen.

Ik heb de theorie ontwikkeld dat mensen zich zo thuis voelen in de trein, door die knusse zitjes tegenover elkaar. Met als welkom bijkomend effect dat er altijd ergens een persoonlijk gesprek wordt gevoerd tussen vriendinnen of collega’s. Dat gesprek begint vaak vrij oppervlakkig. Maar naarmate de trein langer onderweg is, vergeten ze dat er vijftig wildvreemden bij hen in de coupé zitten, en wordt het gesprek gestaag persoonlijker. Ondertussen luister ik stilletjes naar gesprekken over relaties en het aanverwante seksleven. Of laatst in de trein naar Utrecht, hoorde ik de ins en outs van de belastingaangifte over 2014, van een beursgenoteerd bedrijf. Dat vind ik gezellig.

Toen ik afgelopen zaterdag met een vriend naar Amsterdam reisde, om een tentoonstelling te bezoeken, had ik verwacht de rollen eens om te draaien. Het doel was om tijdens de reis uitgebreid met hem bij te praten, en anderen eens ongegeneerd te laten meeluisteren. Daar kwam helemaal niets van terecht. Vanaf het vertrekpunt Enschede zat de trein al bomvol, als je dat tegenwoordig nog van het openbaar vervoer mag zeggen.

Wij kregen in zo’n zitje voor vier personen gezelschap van een oudere dame. Zij zat duidelijk om een praatje verlegen en vol van verhalen. En dat kregen wij dus tijdens de verdere treinreis over ons uitgestort. Nabij station Enschede-West wisten we al dat zij de weduwe was van een plaatselijk erg gerenommeerde notaris, al leek ze om zijn dood niet rouwig te zijn. Sinds zijn overlijden schreef ze haar autobiografie. De uitgever van wijlen Jan Wolkers wilde het graag uitgeven, vertelde ze herhaaldelijk. Onbegrijpelijk, want ik vond haar langdradige jeugdverhalen – vol ouderwetse termen als ‘begeerlijk poppedeintje’ – slaapverwekkend. Bij elk station hoopte ik heimelijk dat ze zou uitstappen. Het verklaart de populariteit van de stiltecoupé.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Reisgids

De schrijvers van brochures en sites van touroperators zijn volgens mij de meest positief ingestelde mensen ter wereld. Dat zou ik waarschijnlijk ook worden als ik tegen royale beloning naar alle uithoeken van de wereld mocht reizen om ter plekke de toeristische attracties te beschrijven. Maar daardoor prijzen touroperators de meest onwaarschijnlijke bestemmingen louter lovend aan. En zo kon het gebeuren dat ik, een fervent zonaanbidder, na een urenlange internetsessie ervan overtuigd raakte dat de regenachtige no-go-area Ierland de perfecte vakantiebestemming was.

Enkele jaren geleden was zoiets me ook overkomen. Ergens half februari dacht ik dat alle begerenswaardige bestemmingen snel volgeboekt zouden zijn. Volkomen ontoerekeningsvatbaar door een soort van manische boekingsdrift boekte ik een veertiendaagse rondreis door Toscane. Online was het me niet opgevallen dat de reis bedoeld was voor streng-gelovige globetrotters. Tot dat inzicht kwam ik pas toen, een paar dagen voor vertrek, de gedetailleerde reisbeschrijving werd bezorgd. Twee weken lang trok ik langs alle kerken in elk Godvergeten gat in Toscane, omdat de reisgids de aldaar alom aanwezige fresco’s in alsmaar overtreffende bewoordingen bleef aanbevelen. Voor mij – als leek – leken al die fresco’s op elkaar, en had ik met het eerste fresco ze allemaal gezien. Na deze vakantie was ik voorgoed mijn vertrouwen kwijt in de reistips van touroperators. En sindsdien durf ik alleen nog op reis te gaan gewapend met een onafhankelijke reisgids over de bestemming.

Ook voor de rondreis door Ierland bewees de Lonely Planet geen overtollige bagage te zijn. Tussen de rooskleurige reistips van de touroperator en de opvattingen in de Lonely Planet zat een wereld van verschil. De touroperator raadde expliciet aan om naar Shannon te rijden. ‘Deze bijzonder jonge stad is pas in 1960 gesticht om de werknemers van het nabijgelegen vliegveld te huisvesten, en wijkt daardoor af van oudere Ierse steden,’ schreef de touroperator wervend over Shannon. De omschrijving maakte me nieuwsgierig naar deze nieuwe hotspot, maar voor de zekerheid sloeg ik de Lonely Planet er op na. Die omschreef Shannon als een stad met de deprimerende sfeer van planmatig aangelegde industriesteden in de voormalige Sovjet Unie. ‘Blijf er niet hangen,’ stond er als waarschuwing bij.

Mijn vriend en ik zijn dus met een grote boog om deze toeristenval heen gereden. En onderweg spotten we nog meer denkbeeldige Sovjet-invloeden in het Ierse landschap, waarover we samen smakelijk gelachen hebben. Ja, met een goede reisgids staat niets vakantiepret in de weg.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Souvenir

Vanaf welk moment regen voor mij synoniem is geworden met binnenblijven, dat weet ik niet exact meer. In mijn jonge jaren vond ik het heerlijk om in de regen buiten te spelen. Lekker met een lange stok in de verse blubber poeren. Of met mijn laarzen aan in elke plas springen die ik tegenkwam. Tegenwoordig heb ik zelfs geen flauw benul meer waar je een paar laarzen koopt. Niet dat ik laarzen nodig heb, als er nu ook maar 1 wolk aan de horizon drijft dan spring ik pas op de fiets nadat ik de buienradar grondig heb bestudeerd. Bij een twijfelachtige weersvoorspelling neem ik gewoon de auto. Zo’n hekel heb ik aan regen, of eigenlijk aan het doorweekte en onderkoelde gevoel dat je hebt, nadat je bent overvallen door een onverwachte regenbui.

Het moet dus een vlaag van verstandsverbijstering zijn geweest dat ik een zomervakantie boekte naar het natte Ierland. Meteen bij aankomst realiseerde ik mijn vergissing en controleerde de eerste uren ziekelijk vaak de buienradar. Daarop was Ierland onvindbaar omdat het eiland volledig werd bedekt door een grijze brei van regenbuien. Als ik tijdens mijn vakantie meer wilde zien dan truttig ingerichte slaapkamers en de binnenkant van een Nissan Micra, dan zat er niets anders op dan de regen te trotseren.

Of het kwam doordat ik alsmaar het mantra ‘de huid van een mens is waterdicht’ opdreunde, durf ik niet met zekerheid te zeggen, maar mijn voornaamste ontdekking in Ierland is dat regen best meevalt. Ik werd namelijk altijd minder nat van de regen dan ik vooraf had verwacht. Het hielp natuurlijk dat ik een regenjas met capuchon had aangetrokken. Dat regenkind van vroeger kwam weer een beetje in mij naar boven. Zo stond ik ineens uitzinnig schreeuwend op een winderig strand in de regen. En begon ik kinderlijk blij over regenplassen heen te springen. Nee, ik sprong er niet in. Als volwassene denk je onherroepelijk na over dat modder alleen op 60°C uit je broek valt te wassen.

Ik was helemaal vergeten hoe lekker de natuur ruikt na een regenbui. Alsof de wereld na een verkwikkende douche helemaal schoongewassen is. Alsof de aarde een welriekende boer laat nadat zij haar dorst gelest had met het weldadige hemelwater. (Zoals je merkt deed alle buitenlucht me goed, ik werd er poëtisch van.) Deze onvergetelijke vakantieherinnering breng ik als souvenir mee naar huis, naar het regenachtige Nederland.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Joggingsbroek

Elk geschiedenisboek beschrijft dat in Griekenland de wieg stond voor de westerse beschaving, ik voorspel alvast dat het einde van die beschaving begint in Ierland. Deze stelling durf ik te poneren sinds ik enkele weken in Ierland vertoeft heb. In elke uithoek van het eiland vind je voldoende stijlvolle kledingwinkels waar je, in theorie, een fatsoenlijke outfit kunt kopen. In theorie want, vanwege voor mij onbegrijpelijke redenen, kiezen de Ieren er massaal voor om in een slobberige joggingsbroek de deur uit te gaan.

Ik hoor je denken: ‘Paul, jij hebt zelf ook weleens zo’n uitgelubberde joggingsbroek aan?’ Ja, daar heb je gelijk in. Thuis draag ik regelmatig een joggingsbroek. Bij voorkeur als ik alleen ben. Vrijwel nooit als mijn vriend, of andere mensen in de buurt zijn. Een uitgelubberde joggingsbroek verandert ieder mens in een onaantrekkelijk, seksloos wezen. Daarom snap ik er niets van dat de Ieren ongegeneerd in zo’n outfit de straat op gaan.

Denk niet dat ik dit aftandse modefenomeen alleen gezien heb in een afgelegen achterstandswijk. De uitgelubberde joggingsbroek draagt een Ier overal en bij elke gelegenheid. In Dublin’s Temple Bar hadden diverse mannen een joggingsbroek aan tijdens een avond stappen. In Cork durfden vrouwen in zo’n armoedige joggingsbroek de meest luxueuze winkels binnen te stappen. In Kilgarvan, en ik verzin dit niet, stuitte ik op een begrafenisstoet waar meerdere mensen in joggingsbroek achter een doodskist liepen. Het absolute toppunt was in Derry waar ik in een restaurant bediend werd door een jongen in een zwarte joggingsbroek. Het was geen Michelin-materiaal, maar zelfs in een middelmatig restaurant verwacht ik chiquer geklede bediening.

Voor iemand met een forser postuur die overstapt op een gezondere levensstijl, is het handig dat er sportkleding in XXL-formaat verkrijgbaar is. Maar iemand moet de Ieren uitleggen dat de joggingbroek of trainingsbroek met een reden zijn vernoemd naar sportieve activiteiten. Sportkleding voelt ontzettend comfortabel als compensatie voor de afschuwelijke lijdensweg die sporten nu eenmaal is. Het is nooit de bedoeling geweest dat sportkleding ook als comfortabele vrijetijdskleding fungeert. Een ontwerper streeft voor vrijetijdskleding meestal een betere uitstraling na, dan die van een verslonsde joggingsbroek.

Hopelijk komen de Ieren snel tot het inzicht dat hun nationale klederdracht – de joggingsbroek – voor de meeste gelegenheden volstrekt ongepast is. Anders raad ik sportfabrikanten aan om de verkoop in Ierland acuut stil te leggen. Een begrafenisstoet is ’n verkeerd uithangbord voor welk sportief merk dan ook.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.