Nepnieuws

Soms lig ik wakker omdat ik pieker over wereldproblemen. De opwarming van de aarde, hongersnood, dat werk. Telkens als deze ingewikkelde problemen me boven het hoofd dreigen te groeien, dan pas ik een fijne, moralistische campagneslogan uit de jaren negentig toe van Postbus 51: ‘een beter milieu begint bij jezelf’.

Laatst heb ik deze methodiek nog toegepast op het fenomeen nepnieuws. Ik ben schuldig aan het verspreiden van nepnieuws, want ik vertel soms leugentjes om bestwil. Eerlijk gezegd ben ik er van overtuigd dat iedereen dat doet. Ter waterdichte bewijsvoering haal ik graag een gespreksvoorbeeld aan:
Iemand: ‘Hoe gaat het?’
Jij: ‘Goed!’
Nooit hoor je iets over huwelijksproblemen, of over dat iemands bestaan als ZZP’er minder rooskleurig is dan verwacht. Zoiets verzwijgen we, denk ik, allemaal in een terloops gesprek. Ergens verspreiden we dus allemaal een soort van nepnieuws. Niemand die dat controleert, tenzij je toevallig de president van Amerika bent die liegt over contacten met de Russen. Het enige dat ik kan doen tegen de verspreiding van nepnieuws, is breken met mijn gewoonte en eerlijker te zijn. Daarom biecht ik mijn grootste leugen op.

Ik ben geen vegetariër.

Mijn vriend is vegetariër. Uit luiheid eet ik vegetarisch omdat ik het zat ben om gescheiden te koken. Ondertussen fulmineer ik tegen vleeseters over de schadelijke effecten van de intensieve veehouderij. En ik lees hen de les over dat herkauwende koeien 18% van de schadelijke broeikasgassen de atmosfeer in ruften. En dat minder vlees eten dus dé oplossing is voor de opwarming van de aarde. Als ik op dreef ben dan krijgen ze er een preek over dierenleed bij. En dat terwijl ik tot een paar jaar geleden in restaurants nog doodleuk vlees en vis bestelde.

Of mijn lijf zich tegen mijn inconsequente gedrag keerde, of het was gewoon karma, geen idee, maar inmiddels verdraagt mijn maag geen vlees of vis meer. En daarbij, omdat ik gewend raakte aan de zachte structuur van tofu, ging het kauwen op een taai biefstuk me tegenstaan. Ik eet vegetarisch tegen wil en dank.

Bij hoge uitzondering eet ik soms het allerlekkerste stukje vlees ter wereld: een frikandel. Daarover voel ik me, geïndoctrineerd door het gedachtegoed van mijn vriend, behoorlijk schuldig. Ik praat het goed met het argument dat een frikandel bestaat uit restvlees, dat anders toch wordt weggegooid. Niet opeten vind ik nog zieliger voor die geslachte dieren.

Ik ben hypocriet, dat is het echte nieuws.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Messias

Toen ik voor het eerst op de deurbel van een wildvreemde drukte, was ik nerveus. Ik weet hoe geïrriteerd ik reageer als er een geloofsovertuiger of collectant voor de deur staat. Vooral collectanten hebben een wonderlijk gevoel van timing. Telkens weten zij me te storen middenin een spannende aflevering van The Blacklist, of iets dergelijks. Ongeacht de timing, heb ik er sowieso een hekel aan als me ongevraagd een levensovertuiging of goed doel wordt opgedrongen. De God waarin de Jehova’s geloven, geeft geen flikker om mensen met mijn seksuele geaardheid. Het aanbieden van een Wachttoren maakt mij daarom des duivels. Hoewel ik graag onderzoek naar levensbedreigende ziektes sponsor, poeier ik goede doelen waarvan de directeur grootverdiener is genadeloos af.

Met dit schrikbeeld in mijn achterhoofd ging ik afgelopen zaterdagochtend flyers bezorgen voor GroenLinks. Natuurlijk zijn politieke standpunten iets anders dan het woord van God. De politiek richt zich toch meer op de korte termijn dan op de eeuwigheid. Toch zijn de beloften van politici ongeveer even discutabel als die van Jezus. Ik hoopte maar dat er veel mensen deze zaterdagochtend hun boodschappen aan het doen waren. Kon ik mooi in gedachten oefenen op het gesprek. ‘Weet u al op welke partij u gaat stemmen op 15 maart?’ luidde de openingsvraag van het script.

Als ik dan het geluk had om een zwevende kiezer te treffen dan was het de bedoeling dat ik doorvroeg over welke thema’s hij belangrijk vond. Vooraf was ik doodsbenauwd dat ik dan niets wist over zo’n specifiek thema. Ter voorbereiding had ik daarom het partijprogramma uit mijn hoofd geleerd. Droge kost, maar als iemand naar het standpunt over de circulaire economie vroeg dan dreunde ik op dat GroenLinks normen voor grondstoffenhergebruik en biobased bouwen wil vastleggen. En voor het geval dat een schaars geklede bewoner de voordeur opende, had ik punt 12 uit het hoofdstuk ‘moderne solidariteit’ paraat, over het bevorderen van veiligheid en autonomie van sekswerkers.

Tot mijn opluchting leverde het aanbellen vooral leuke gesprekken op. De politici hoeven zich geen zorgen te maken de gepolariseerde samenleving, volgens mij. Ik sprak gemoedelijk over de houdbaarheid van de hypotheekrenteaftrek met een potentiële VVD-stemmer. Een PVV-aanhangster heb ik aangeraden om ook bij slecht weer te gaan stemmen. Ook de mensen die in Jesse Klaver totaal geen messias zagen, reageerden uiterst vriendelijk ondanks dat ik ongevraagd had aangebeld. Daar kan ik een voorbeeld aan nemen.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Jesse

Als Nederlander vind ik het opwindend dat Donald Trump verkozen is tot president van de Verenigde Staten. Als ik het allemaal goed beschouw, en niet teveel nadenk over de kans op een derde wereldoorlog, dan is zijn uitverkiezing een prima uitkomst volgens mij. Ik vind Obama een sympathieke gast hoor, daar niet van, maar hij is saai. Met zijn politiek correcte ideeën over ziektekostenverzekeringen, klimaatveranderingen en grenscontroles. Hij speechte er bevlogen over maar het bleef altijd zo braaf.

Dat vind ik dus het prettige aan Trump: je weet nooit wat je kunt verwachten. Hij is een man die zichzelf tegen spreekt binnen 5 minuten: eerst verklaarde hij dat er de meeste bezoekers ooit waren voor zijn inauguratie als president, een paar zinnen later nuanceert hij zijn eigen woorden. Deze man, die vaker van mening wisselt dan van onderbroek, heeft de toegang tot ’s werelds grootste kernwapenarsenaal. Ik stel me soms voor wat hij binnen vijf minuten kan aanrichten met zijn opvliegende karakter. Was ik vorig jaar gestopt met het volgen van het wereldnieuws, nu lees ik elke dag de krant. Eindelijk gebeurt er weer eens wat waarvan ik de afloop onzeker vind.

Gelukkig is al die politieke opwinding overgewaaid Nederland. Al heeft die opwinding anderen redenen. Of eigenlijk maar één reden: Jesse Klaver.

Via Facebook keek ik live mee naar een verkiezingsbijeenkomst van GroenLinks. De partij spreekt liever in goed Nederlands van een ‘MeetUp’. Dat klinkt heel verfrissend maar in praktijk staat er een politicus heel lang op een podium te oreren. Jesse had goed geluisterd naar good old Obama en illustreert al zijn grote politieke ambities met persoonlijke anekdotes. Tot zover niets om opgewonden van te raken.

Maar dan Jesse. Een camera bracht hem van achteren in beeld, en zijn pantalon omspande strak zijn stevige billen. Ik verdronk bijna in zijn reebruine ogen die hoopvol de camera in keken. Door zijn zoetgevooisde stem klonk zijn plan voor een belastingstelselherziening mij als een sprookje in de oren. En op zijn hoofd stond een wilde dos haar dat even vrijzinnig leek te zijn als Jesse’s politieke ideeën. Zijn hemdsmouwen had hij alvast had opgerold, klaar om mij, ehm Nederland, aan te pakken. Het klapvee in de zaal was ook helemaal wild van hem.

Ik snelde naar de site van GroenLinks en zocht er opgewonden rond. Nergens was er een shop te bekennen met Jesse-Klaverparafernalia. Een gemiste kans.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Hygge

Als een boekhandel drie hoge stapels boeken over het Deense fenomeen hygge uitstalt, dan is er een nieuwe hype geboren. Voor de verandering liep ik eens voorop bij het spotten van deze trend. Mijn vriend heeft familie in Kopenhagen, en ik ben al jaren verrukt door hun knusse huizen, gevuld met strategisch geplaatste kaarsen, planten en designmeubels. Elke terugreis naar Nederland vulde ik met het plannen van onze emigratie naar Denemarken.

Hygge heet dus dat gelukzalige gevoel dat ik ervaar bij onze Deense familie. Geen idee hoe je het uitspreekt maar het boek geeft de volgende definitie van hygge: ‘een omhelzing zonder elkaar aan te raken’. In de praktijk komt het neer dat je je richt op het creëren van sfeer en het maken van mooie herinneringen. De benodigdheden zijn kaarsen, kussens, wollen truien met Scandinavische motiefjes en veel vrienden. En daar word je aantoonbaar gelukkiger van. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek van The Happiness Research Institute (een soort gezellige Deense evenknie van het Centraal Bureau voor de Statistiek). Deze authentieke Deense kunst van leven heeft een optimistische kijk op dingen. Zien we in Nederland de belastingen als iets dat je het liefst ontduikt, beschouwen de Denen het als het aanschaffen van levenskwaliteit. Een investering waar je wegen, riolering en een verzorgingsstaat voor terug krijgt.

Het boek bevat een handig hygge-manifest. Zo gaat regel 4 over gelijkheid in de huishouding. ‘Doe karweitjes samen,’ adviseert de schrijfster. Ik denk dat mijn levensgeluk er op vooruit gaat als mijn vriend voortaan helpt om zijn borstharen uit het douche-putje te pulken. Essentieel in tijden van verkiezingen is de regel over wapenstilstand: ‘Geen gedoe. We hebben het een andere keer wel over politiek.’

Verder schrijft het boek voor dat je veel geurende taarten bakt, liefst in grote gezelschappen. In het weekend kook ik vaak met vrienden. Mijn voorliefde voor hartige taarten lijkt me helemaal in de hygge-trend passen. Al jaren zoek ik een geschikt argument om de ongezellige halogeenverlichting uit onze woonkamer te verjagen. Laat dit handboek nu net kaarslicht aanbevelen voor een warm en huiselijk gevoel. De door mijn vriend zo geliefde, en de door mij gehate, open haard mag dan blijven. Een open haard staat namelijk hoog op het lijstje van hyggeligheid.

Ik zie potentie om ons Nederlandse huis hyggelig te maken. Het is een kwestie van wat extra kussens en kaarsen kopen, en het bellen van de schoorsteenveger.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Playboy

Ik voelde me beschaamd om in de boekwinkel een ‘vies boekje’ te kopen, en dus durfde ik voor de laatste Playboy niet naar mijn vaste boekwinkel te gaan. Ik reed daarvoor speciaal naar de andere kant van Enschede. Maar ook bij een wildvreemde boekhandelaar bleef het ongemakkelijk om de Playboy – met een rondborstige vrouw op de cover – op de toonbank neer te leggen. Toch moest ik het blad hebben, vanwege het interview met Geert Wilders, waar ik nieuwsgierig naar was.

Het is een bekend cliché dat iedereen het blad koopt voor de goede interviews. Eerlijk gezegd kocht ik het vooral voor de begeleidende foto’s. Al jaren vraag ik me af wat de kleur van Geert’s okselhaar is. En of hij andere lichaamsbeharing blondeert. Tot mijn teleurstelling, of opluchting, daar ben ik onzeker over, was er geen uitklapbare fotospread van een ontklede Wilders, met een nietje door zijn navel. Zelfs op zijn hoofdhaar was er geen uitgroei te bekennen. Geert had voor de foto’s overduidelijk zijn haren geverfd.

Tot zover dus Wilders als playboy.

Terug naar Geert Wilders, de politicus. Hij staat statig op de foto’s in een blauw pak met de onvermijdelijke rode stropdas. Onder politici is de rode stropdas in de mode omdat volgens onderzoek het optimisme uitstraalt. Wat ik me dan afvraag is of zo’n rode stropdas nog steeds een positief effect heeft op het aantal stemmers, nu het stemvee massaal dit trucje kent. Enfin, ik las het begeleidende interview. Meteen begreep ik waarom Geert zo weinig wordt geïnterviewd. Hij drukte zich uit in Wilderiaanse woorden als ‘testosteronbommen’, ‘nepparlement’, ‘islamisering’, ‘asielzoekers’, ‘gulden’ en ‘rambam’. Oftewel, de strekking van zijn verhaal kan iedereen invullen. De tekst was zo gortdroog als een PVV-pamflet.

Uit arren moede bladerde ik de rest van de Playboy door. Er stond schokkend weinig bloot in. Slechts 21 van de 128 pagina’s waren gevuld met naakt. En die foto’s waren dusdanig smaakvol dat het gewoon saai werd. Volgens mij heb je als blootblad in het tijdperk van de gratis internetporno dan een imagoprobleem. Voor pagina’s vol gadgets, reportages en allerhande sport- en dieettips koopt de moderne man gewoon de Esquire. En die veelgeroemde interviews zijn dus ook niet meer wat het ooit geweest is. Geen wonder dat de Playboy nauwelijks nog abonnees overhoudt.

Mijn aankoop kon ik zomaar uitleggen als een goede daad: ik had een noodlijdend blad gesponsord. Niets om me voor te schamen.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Angst

Normaal gesproken interesseer ik me nietvoor uitgerangeerde VVD-coryfeeën, maar ik had deze week een verrassend zelfinzicht door een uitspraak van Annemarie Jorritsma. Ze vertelde in het radio-1-programma Kamerbreed dat ‘de media en de politiek de angstgevoelens in de samenleving teveel voeden’. Ik begreep ineens waarom ik de laatste maanden nauwelijks nog het nieuws volg.

‘Is het allemaal zo groot? En is het zo anders dan het was?,’ vroeg Annemarie zich tijdens de radio-uitzending openlijk af over de aanrandingen in Keulen. Anders is het niet. Het komt steeds dichterbij. In de journalistiek hanteert men voor het brengen van nieuws een vaste formule: betrokkenheid = aantal slachtoffers gedeeld door de afstand. Duizenden oorlogsslachtoffers in Syrië interesseert ons nauwelijks. Honderden aangerande vrouwen in Keulen, dat komt veel harder binnen. Zeker wanneer er ook angstaanjagende quotejes bij staan over ‘de islamitische invasie van testosteronbommen’ van die zotte Geert Wilders.

Noem het goeiig, of voor mijn part naïef, maar ik vertrouw er op dat mensen op de vlucht voor oorlog geen slechte bedoelingen hebben. Ik geloof best dat er tussen die tienduizenden asielzoekers, die naar Nederland zijn getrokken, een of twee rotzakken zitten. Maar ik weiger me vluchtelingenvrees te laten aanpraten door politici die waarschuwen voor de gevaren van onschuldige moslimmannen. Zolang het journaal met dat soort ophitsende roeptoeters opent, is mijn conclusie dat er nergens nieuwswaardig geweld is gepleegd.

Over ophitsen gesproken, daar had Jorritsma zelf ook een handje van. Terwijl ze de gevaren van de vluchtelingen probeerde te sussen, begon ze pardoes over het gedrag van mannen in het algemeen. ‘Het is niet zo dat alleen mannen uit andere culturen zich zo gedragen tegenover vrouwen, dat doen Nederlandse mannen ook,’ zei Annemarie quasi-geruststellend. Het enige dat er aan ontbrak was een advies om bronstige mannen op een armlengte afstand te houden.

Ze besloot haar alarmerende betoog met een tip voor meisjes die zich onveilig voelen als ze alleen uitgaan: ‘als ik vroeger naar een café ging, ging ik naar een homokroeg, omdat ik daar geen last van die mannen had.’ Prompt doemden er bij mij ongewenste beelden op van Annemarie die met hitsige heupbewegingen tegen nietsvermoedende nichten aanschurkt op de dansvloer. Ik had nooit verwacht dat er in deze politica ook een opdringerige flikkerfeeks kon schuilen. Dit schokkende nieuws kwam voor mij, als regelmatig bezoeker van zo’n homokroeg, veel te dichtbij. En nou ben ik dus bang voor Annemarie Jorritsma.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Uurtje

Vandaag bleek dat ik omringd ben door de nodige hypochondrische mensen, afgaande op het aantal ingebeelde jetlags die zogenaamd door de invoering van de zomertijd komen. Voor een milde jetlag vlieg ik minimaal naar een ander continent met een tijdsverschil van ten minste acht uur. Dan loopt mijn slaapritme niet synchroon met de plaatselijke tijd en heb ik vreetbuien op de vreemdste tijden. Op alle bestemmingen met minder dan 8 uur tijdsverschil, ben ik door tijdsverschil hooguit een beetje groggy. Zoals je je voelt bij een kater na een avond doorzakken. Dat zijn geen verschijnselen waardoor je niet normaal kan functioneren. Ik vond het dus knap dat zoveel mensen van dat ene uurtje tijdsverschil heftige jetlag-verschijnselen hadden. Het leek me nogal overdreven.

Ik geef niet graag mijn ongelijk toe, maar ik kon niet anders na het lezen van de uitkomsten van een wetenschappelijk onderzoek, waar ik door een collega op gewezen werd. De belangrijkste conclusie van het onderzoek was dat de invoering van de zomertijd een groot effect heeft op het slaappatroon van mensen. De zomertijd zorgt zelfs voor meer gezondheidsklachten dan de gemiddelde jetlag. Het enige dat ik daartegen kon inbrengen was dat de wetenschapster niet kon bestaan. Ik bedoel, een naam als Martha Merrow klinkt als een fictief personage uit een fantasyboek. Maar Martha Merrow is echt, want ze onderzocht het effect van de zomertijd in opdracht van de Universiteit van Groningen.

Uit haar onderzoek blijkt dat onze biologische klok van slag raakt doordat het ineens ’s morgens langer donker is en ’s avonds langer licht. Het effect is dat veel mensen daardoor wekenlang korter slapen en te weinig zonlicht zien. Het lukt me trouwens niet om de logica van die conclusie helemaal te begrijpen. Dat is waarschijnlijk de reden waarom ik – ondanks mijn serieuze naam – geen wetenschapper ben. Wat ik wel begreep is dat een mens door te weinig slaap er over het algemeen niet gezelliger op wordt.

Ik was opgelucht omdat Martha Merrow een simpele oplossing heeft voor deze jetlagepidemie: de politiek kan namelijk de zomertijd afschaffen. En omdat het oplossen van de economische crisis of de Griekse tragedie niet erg wil vlotten, lijkt me dat een uitgelezen kans voor een slimme politicus om snel een succesje te boeken. Daarmee bespaar je een boel mensen een jetlag, en alle anderen een hoop gezeur. En kan iedereen weer ongehinderd blij worden van de lente.