Rustplaats

Soms schaam ik me er voor dat ik homo ben. Bijvoorbeeld op een maandagochtend waarop ik nietsvermoedend de Volkskrant opensloeg en geconfronteerd werd met een grote kop ‘cruiseplek gesloten’. De bewuste homo-ontmoetingsplaats – ’t Ginkelse Zand bij Ede langs de A12 – ligt dicht bij mijn werk. In de wijde omgeving is bekend wat daar ongeveer gebeurt. Als de enige homo op de afdeling, kon ik rekenen op wat suggestieve vragen van collega’s. Ter voorbereiding daarop las ik het artikel grondig door.

De journalist had er de Van Dale op nageslagen voor de definitie van cruisen (‘een gebied doorkruisen op zoek naar een partner’). Gevolgd door een vrij expliciete uitleg van de regels voor het cruisen, toegelicht door de 52-jarige Michael (niet zijn echte naam). Michael bezoekt de rustplaats vaker en maakt er een avondje uit van. ‘Hij ruikt naar aftershave en heeft zichzelf in een nette blauwe pantalon en wit overhemd gestoken,’ begint het nog beschaafd. Twee zinnen later rept Michael al over wat hij doet als hij iemand uit de bosjes ziet komen met een ander. ‘Dan hoef ik hem daarna niet meer,’ verklaart hij beslist in de krant. Ook handig om te weten: op maandagavond is het thema leer. En daarmee bedoelt men iets heel anders dan de autostoelbekleding.

Het viel de Rijksdienst Wegverkeer op dat het stukje asfalt, zonder toiletten of tankstation, opvallend veel bezoekers had. In piekperiodes registreerde de RDW vierhonderd ‘parkeerbewegingen’. En vermoedelijk ligt het aantal paringsbewegingen er niet veel lager.

Moedeloos word ik van zulke berichten. Vooral omdat ik het zat ben om vragen te krijgen over dit soort smoezelige kantjes van de homogemeenschap. Natuurlijk snap ik dat iedereen behoefte heeft aan intimiteit. Ik vind het alleen onbegrijpelijk dat het op een openbare parkeerplaats gebeurt. De redenatie dat de homo-ontmoetingsplek een sociale functie heeft voor mannen die niet uit de kast zijn, vind ik een daarvoor een slecht argument.

Volgens mij zijn er op internet of met apps à la Grindr voldoende mogelijkheden om anoniem af te spreken. In de privacy van je eigen woning val je niemand ongevraagd lastig met die vluchtige sekscontacten. Voor de mensen die thuis niemand kunnen ontvangen, is er zoiets als een seksclub. Iedereen die daar binnenloopt weet precies wat ‘m te wachten staat.

Zo hoef ik minder uit te leggen aan vrienden of collega’s. En blijft ’t Ginkelse Zand waarvoor het bedoeld is: een rustplaats.

Dit stukje schreef ik voor Gay.nl

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Souvenir

Vanaf welk moment regen voor mij synoniem is geworden met binnenblijven, dat weet ik niet exact meer. In mijn jonge jaren vond ik het heerlijk om in de regen buiten te spelen. Lekker met een lange stok in de verse blubber poeren. Of met mijn laarzen aan in elke plas springen die ik tegenkwam. Tegenwoordig heb ik zelfs geen flauw benul meer waar je een paar laarzen koopt. Niet dat ik laarzen nodig heb, als er nu ook maar 1 wolk aan de horizon drijft dan spring ik pas op de fiets nadat ik de buienradar grondig heb bestudeerd. Bij een twijfelachtige weersvoorspelling neem ik gewoon de auto. Zo’n hekel heb ik aan regen, of eigenlijk aan het doorweekte en onderkoelde gevoel dat je hebt, nadat je bent overvallen door een onverwachte regenbui.

Het moet dus een vlaag van verstandsverbijstering zijn geweest dat ik een zomervakantie boekte naar het natte Ierland. Meteen bij aankomst realiseerde ik mijn vergissing en controleerde de eerste uren ziekelijk vaak de buienradar. Daarop was Ierland onvindbaar omdat het eiland volledig werd bedekt door een grijze brei van regenbuien. Als ik tijdens mijn vakantie meer wilde zien dan truttig ingerichte slaapkamers en de binnenkant van een Nissan Micra, dan zat er niets anders op dan de regen te trotseren.

Of het kwam doordat ik alsmaar het mantra ‘de huid van een mens is waterdicht’ opdreunde, durf ik niet met zekerheid te zeggen, maar mijn voornaamste ontdekking in Ierland is dat regen best meevalt. Ik werd namelijk altijd minder nat van de regen dan ik vooraf had verwacht. Het hielp natuurlijk dat ik een regenjas met capuchon had aangetrokken. Dat regenkind van vroeger kwam weer een beetje in mij naar boven. Zo stond ik ineens uitzinnig schreeuwend op een winderig strand in de regen. En begon ik kinderlijk blij over regenplassen heen te springen. Nee, ik sprong er niet in. Als volwassene denk je onherroepelijk na over dat modder alleen op 60°C uit je broek valt te wassen.

Ik was helemaal vergeten hoe lekker de natuur ruikt na een regenbui. Alsof de wereld na een verkwikkende douche helemaal schoongewassen is. Alsof de aarde een welriekende boer laat nadat zij haar dorst gelest had met het weldadige hemelwater. (Zoals je merkt deed alle buitenlucht me goed, ik werd er poëtisch van.) Deze onvergetelijke vakantieherinnering breng ik als souvenir mee naar huis, naar het regenachtige Nederland.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Uurtje

Vandaag bleek dat ik omringd ben door de nodige hypochondrische mensen, afgaande op het aantal ingebeelde jetlags die zogenaamd door de invoering van de zomertijd komen. Voor een milde jetlag vlieg ik minimaal naar een ander continent met een tijdsverschil van ten minste acht uur. Dan loopt mijn slaapritme niet synchroon met de plaatselijke tijd en heb ik vreetbuien op de vreemdste tijden. Op alle bestemmingen met minder dan 8 uur tijdsverschil, ben ik door tijdsverschil hooguit een beetje groggy. Zoals je je voelt bij een kater na een avond doorzakken. Dat zijn geen verschijnselen waardoor je niet normaal kan functioneren. Ik vond het dus knap dat zoveel mensen van dat ene uurtje tijdsverschil heftige jetlag-verschijnselen hadden. Het leek me nogal overdreven.

Ik geef niet graag mijn ongelijk toe, maar ik kon niet anders na het lezen van de uitkomsten van een wetenschappelijk onderzoek, waar ik door een collega op gewezen werd. De belangrijkste conclusie van het onderzoek was dat de invoering van de zomertijd een groot effect heeft op het slaappatroon van mensen. De zomertijd zorgt zelfs voor meer gezondheidsklachten dan de gemiddelde jetlag. Het enige dat ik daartegen kon inbrengen was dat de wetenschapster niet kon bestaan. Ik bedoel, een naam als Martha Merrow klinkt als een fictief personage uit een fantasyboek. Maar Martha Merrow is echt, want ze onderzocht het effect van de zomertijd in opdracht van de Universiteit van Groningen.

Uit haar onderzoek blijkt dat onze biologische klok van slag raakt doordat het ineens ’s morgens langer donker is en ’s avonds langer licht. Het effect is dat veel mensen daardoor wekenlang korter slapen en te weinig zonlicht zien. Het lukt me trouwens niet om de logica van die conclusie helemaal te begrijpen. Dat is waarschijnlijk de reden waarom ik – ondanks mijn serieuze naam – geen wetenschapper ben. Wat ik wel begreep is dat een mens door te weinig slaap er over het algemeen niet gezelliger op wordt.

Ik was opgelucht omdat Martha Merrow een simpele oplossing heeft voor deze jetlagepidemie: de politiek kan namelijk de zomertijd afschaffen. En omdat het oplossen van de economische crisis of de Griekse tragedie niet erg wil vlotten, lijkt me dat een uitgelezen kans voor een slimme politicus om snel een succesje te boeken. Daarmee bespaar je een boel mensen een jetlag, en alle anderen een hoop gezeur. En kan iedereen weer ongehinderd blij worden van de lente.

IJsblokjes

Af en toe lees je een nieuwsartikel dat zo verbijsterend is, dat je er even van moet bijkomen. Onthutst was ik toen ik in de Volkskrant een artikel had gelezen met ‘IJsblokjes van de Noordpool voor de skybars van Dubai’ als schokkende titel. ‘Dit kan niet waar zijn,’ dacht ik nog maar het stond echt zwart op wit in de krant.

‘Versleep ijs van de Noord- of Zuidpool naar plekken op de aarde waar behoefde bestaat aan drinkwater,’ luidt de eerste zin van het artikel. Ergens klinkt dat als een charmant idee, als je je bedenkt dat er ijs wordt gebracht naar mensen met hongerbuikjes, levend middenin een droge woestijn in Ethiopië of omstreken, waar nauwelijks drinkwater te vinden is. Alleen daarna rept het artikel alleen nog over het verslepen van ijs naar luxueuze cocktaildrinkers in Dubai. Het is blijkbaar een enorme sensatie als het ‘knettert’ wanneer je een drankje uitschenkt over het blokjes van kristalhelder gletsjerijs.

Na die woorden klinkt het opeens als een oplossing voor een luxeprobleem, want in die gebieden waar water werkelijk schaars is, staan geen wolkenkrabbers met een bar op de bovenste verdieping. De redenatie achter de export van het gletserijs is sowieso discutabel. Volgens lokale bestuurders in Noorwegen smelten de gletsers door de opwarming van de aarde toch, dus dan kun je het ijs net zo goed verkopen. Het klinkt nog verwerpelijker als je je bedenkt dat de ene oliestaat (Noorwegen) de ijsblokjes exporteert naar een andere oliestaat (Dubai). Zij hebben als olie-exporteurs al genoeg klimaatverandering op hun geweten, lijkt me. ‘Hoeveel drank – met knetterende ijsblokjes natuurlijk – deze wanbestuurders op hadden toen zij aan de borreltafel dit wanstaltige exportproduct bedachten,’ vroeg ik me af.

Voordat ik doorsla in het overdenken van allerlei doemscenario’s over de toekomst van de mensheid op deez’ aard, treedt er meestal een calimerocomplex bij me op. ‘Zij zijn groot en ik is klein, en da’s niet eerlijk,’ zegt het kleine, zwarte kuikentje beteuterd in die tekenfilm. Ik troost me met de gedachte dat ik als individu een steenrijke oliesjeik, die graag een knetterend ijsblokje in zijn whiskey wil, nooit kan tegenhouden. En sus mijn geweten met argumenten als dat ik aan afvalscheiding doe, een hybride auto rijdt en vegetariër ben. Met mijn minieme bijdrage red ik ook amper een ijsblokje. Na zoveel slecht nieuws was ik toch toe aan een borrel. Zonder ijs.

Vinkjes

Ik ben bepaald geen orakel op het vlak van sociale media. ‘Dat gaat niemand gebruiken,’ dacht ik toen Twitter in 2006 werd uitgevonden. Ik begreep niet waarom je je in een schamele 140 tekens wilde uitdrukken. Destijds had je per sms of e-mail immers een onbeperkt aantal tekens tot je beschikking. Om toch bij de tijd te blijven, heb ik een ietwat verwaarloosd Twitteraccount.

Terwijl ik Twitter een onhandig medium vindt om berichten mee te versturen, gaat het getwitter niet geheel aan mij voorbij. Want ik ben altijd nieuwsgierig naar waar men zich in Nederland druk over maakt. Daarvan krijg ik op Twitter een heel aardig beeld, door het volgen van de trending topics. Zo ontdekte ik dat niemand zich grote zorgen maakt over wereldproblemen als ebola of IS. De introductie van twee onschuldige blauwe vinkjes in Whatsapp daarentegen, leidt in luttele minuten tot grote consternatie.

Ergens begrijp ik dat, want de grijze vinkjes in Whatsapp waren hedendaagse hiërogliefen waarvan de betekenis geruime tijd onduidelijk was. Pas na jaren begreep ik waarom de vinkjes de ene keer tegelijk verschenen, en een volgende keer het tweede vinkje pas uren later oplichtte. Het eerste vinkje betekent dat het bericht is verstuurd, de tweede dat het bericht is ontvangen. Sinds gisteren worden de vinkjes zodra het bericht is gelezen ineens blauw. Door naar links te swipen, zie je het exacte tijdstip waarop het bericht is gelezen. Dat wordt door veel twitteraars gezien als een grove schending van de privacy.

De hysterische tweets over deze nieuwe Whatsapp-functionaliteit vond ik hilarisch. Blijkbaar heeft iedereen klakkeloos ingestemd met de gebruikersvoorwaarden bij het downloaden van Whatsapp. Daarmee gaf men Whatsapp toegang tot alle contactgegevens, foto’s en berichten op de telefoon. Dat is de prijs die je betaalt voor het ‘gratis’ gebruik van Whatsapp. Daar heeft niemand zich ooit aan gestoord. Nee, dat je nooit meer de smoes kunt gebruiken dat je een bericht nog niet had gelezen, dat vindt men pas erg. Allemaal doodsbang voor de onherstelbare schade die een vriendschap oploopt, nu de verzender ziet hoe snel ze reageren na het lezen van zijn bericht.

Misschien ben ik hopeloos ouderwets, maar als je je persé druk wil maken om wat vinkjes, leg dan die telefoon eens aan de kant. De winter komt er aan. Voer eens een paar vinkjes in de tuin. Je verricht een goede daad, en wordt er als bonus weer heerlijk rustig van.

Cocoonen

Hordes mensen gaan er vrijwillige naar toe, en beschouwen het als vrijetijdsbesteding op paas- of pinksterdagen, sommigen gaan zelfs zover het een ‘dagje uit’ te noemen, maar ik krijg een instant-depressie van woonboulevards en tuincentra. Daarom probeer ik dat soort complexen zoveel mogelijk te mijden.

Toch kon ik niet langer ontkomen aan een bezoek aan zo’n deprimerend tuincentrum. Mijn vriend heeft namelijk, na jarenlang zeuren van mijn kant, er eindelijk mee ingestemd om onze tuin een extreme make-over te geven. Hij gaf zelfs akkoord om de boel vol te storten met beton. Sierbeton noemde de tuinarchitect het goedmoedig. Als tegenprestatie wilde mijn vriend dat de tuin gezelliger gemaakt werd met een tuinset, als dat nog lukte met die overdaad donkergrijs beton.

Vroeger had ik dergelijke verzoeken kunnen afdoen met het excuus dat ik niet kon uitrusten in de tuin. De tuin bestond uit een dichtbegroeid stukje land van zes bij twaalf meter. Er was door de dichte begroeiing helemaal geen plek voor een tuinset. En al was er plaats geweest, ik was er nooit gaan zitten. Staren naar het achterstallig tuinonderhoud is niet mijn idee van relaxen. Doordat onze tuin nu geheel onderhoudsvrij is, stond mijn vriend er op om samen een tuinset te gaan uitzoeken.

Dus stonden we op een zonnige zaterdag in een dichtbevolkt tuincentrum op de tuinmeubelafdeling. Ik had een uitgebreide selectieprocedure uitgedacht om het meest geschikte tuinmeubel te vinden. Eerst begon ik met een inspectie van het uiterlijk van de tuinmeubels. Ik wilde per definitie geen tuinset van wit plastic. Dat vond ik te doorsnee voor onze uitzonderlijke tuin.

Een minimalistische houten tuinbank past prachtig in onze strakke tuin. Na slechts tien minuten proef-zitten voelde ik al een lichte hernia opzetten, en moest ik toegeven dat het onmogelijk was om te loungen op een dergelijk spartaans meubel. Toen ik na het uitproberen van tientallen stoelen tussen de jengelende kinderen bijna aan mijn tuincentrumtax zat, spotte ik het perfecte tuinmeubel.

Het was een appelvormige cocon van gevlochten stengels, met een opening aan de voorkant. Met z’n tweeën konden we er languit in liggen. Zoals het werkt met een extreme make-over, was het tuinmeubel was extreem prijzig. Met deze aankoop kon ik voorkomen dat nog vele zaterdagen doorgebracht werden in die naargeestige tuincentra. In plaats daarvan kon ik voortaan in onze eigen tuin urenlang loungen, of cocoonen, zoals ik het liever noem. Dat comfort is ook veel waard.

Asfaltvibe

‘Als het mogelijk was dan liet ik mijn tuin asfalteren,’ riep ik regelmatig over onze tuin.

Om voor mij ondoorgrondelijke redenen, wilde mijn vriend een groene tuin, met allerlei planten waarvan hij de benaming helemaal niet kent. Want op het vlak flora en fauna is hij net zo onderontwikkeld als ik. Niet gehinderd door enige kennis van zaken, probeerde hij de beplanting terug te snoeien tot de bedoelde proporties. Totdat hij vorig jaar, eindelijk, de ondraaglijke herhaling van het tuinieren zat raakte. Hij besloot om een heuse tuinman in te huren.

Ik had de hoop op een onderhoudsvrije tuin al bijna opgegeven (soms moet je in een relatie de ander ook eens zijn zin geven), toch leek dit me een geschikt moment om het gevoelige onderwerp nogmaals aan te snijden. Eerst probeerde ik hem voor te rekenen dat we de kosten van het aanleggen van een onderhoudsvrije tuin heel snel terugverdienden door de besparing op onderhoudskosten. Helaas raakte mijn vriend daardoor alleen verder overtuigd van het feit dat ik niet kan rekenen.

Ik had echter nog een troef in handen om hem te overtuigen om de tuin minder groen te maken. Tijdens een van de vele sessies van manisch googelen op onderhoudsvrije tuinen (vooral op momenten dat het onkruid me boven het hoofd groeide) was ik op het concept ‘sierbeton’ gestuit.

Sierbeton, het klinkt nogal tegenstrijdig. Ook ik was niet direct overtuigd. Na het zien van enkele foto’s van strakke, minimalistische tuinen was ik om. Omdat mijn vriend en ik – zoals elk mens dat in een koophuis naar tevredenheid woont – vaak gezamenlijk rondkijken op Funda, weet ik van welke bouwstijl hij houdt. Grote lofts met strakke, haast industriële vloeren van beton. Met dat in mijn achterhoofd, liet ik hem een site zien met foto’s van tuinen met sierbeton. De garantie dat onkruid geen wortel kan schieten op sierbeton, gaf uiteindelijk de doorslag.

Dus stond er vorige week een cementwagen voor ons huis. Onze tuin is volgestort met beton, op enkele toekomstige grasperkjes na. Ik schrok alleen toen het beton was opgedroogd. In plaats van het beloofde donkergrijs, is het beton in onze tuin gitzwart van kleur. De aannemer zegt dat de kleur door het zonlicht nog lichter wordt. Daarover heb ik zo mijn twijfels. Ergens denk ik dat ik door de goden gestraft wordt voor het vernietigen van zoveel natuurschoon, met een toepasselijke asfaltvibe in mijn achtertuin.