Sportsokken

Aan ouder worden zitten, om een hangend buikje te compenseren, ook enkele voordelen. Bijvoorbeeld dat het ouder worden gepaard gaat met het vinden van rust. Veel gesprekken die ik voer met leeftijdsgenoten bevestigen dit cliché. Balans lijkt daarin het sleutelwoord. We praten daar geenszins op een ironische manier over, maar bloedserieus. Over de balans tussen werk en privé. Of over een gebalanceerd eetpatroon (vanwege dat groeiende buikje).

Nog fijner aan ouder worden is dat je dingen in een historisch perspectief kunt plaatsen. Deze levenservaring komt mij vooral van pas als het over mode gaat. Modeontwerpers gaan er prat op vernieuwend te zijn. Mij valt op dat ze vooral in herhaling vallen. Neem de kledij van de alom tegenwoordige hipster. De outfit van een verwassen t-shirt met een print van een bandlogo, gecombineerd met een loshangend houthakkershemd, die heeft Kurt Cobain in de jaren negentig uitgevonden. Met als enige verschil dat we het destijds ‘grunge’ noemden. Die arme hipsters hebben geen flauw benul dat een dode rocker hun ultieme stijlicoon is.

Dat het nog erger kan, bewijst de site van Urban Outfitters. Een winkel waar ik waarschijnlijk iets te oud voor ben, maar wiens comfortabele hoodies goed in balans zijn met mijn relaxte staat van zijn. Op het eerste gezicht zag de kleding van de Urban Outfitters er modern uit, maar iets stond me tegen. Ik bestudeerde de foto’s grondig totdat ik begreep wat er mis was. De bovenkant van de outfits oogden fris: kleurrijke sweatshirts met vrolijke prints. Het was aan de onderkant waar het probleem zat: de modellen waren in een broek op hoog water gestoken met een akelig witte sportsok eronder. En bootschoenen aan.

Deze ‘vernieuwende’ trend is natuurlijk een regelrechte kopie van Michael Jackson. Naast de King of Pop was Michael in de jaren tachtig namelijk ook de koning der sportsokken. In menig videoclip danste hij rond in een combinatie van een te korte zwarte broek met witte sokken. Daar deed niemand destijds moeilijk over omdat Michael verder zo’n enorm muzikaal genie was.

Blijkbaar denken de jongeren van nu dus dat een witte sok onder een donkere broek weer kan. Vanwege het contrast, of zo. Weten zij veel dat de sportsok de geschiedenis is ingegaan als de grootste modemisser van de jaren tachtig. Dat inzicht komt vast pas op latere leeftijd. Over zo’n twintig jaar, schat ik. Bij de volgende revival van de sportsok.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Dood

Eerst was ik verbaasd toen ik de glossy DOOD in de schappen zag liggen, maar toen ik er langer over nadacht, begreep ik dat ik toe was aan een sombere glossy. Gevestigde glossy’s – als de LINDA of de WENDY – coveren alleen de luchtige onderwerpen. Heel soms rept Linda of Wendy over de donkere kanten van het leven (een scheiding, een seksloos huwelijk of burenruzies) maar er gloort altijd hoop. Of ze noemen het optimistisch een ‘uitdaging’. De huilende Katja Schuurman op de cover vond ik verfrissend. Dat blad moest ik hebben.

Of Katja Schuurman de meest geschikte BN’er was om als hoofdredacteur voor DOOD te vragen, dat vraag ik me af. Meteen in haar editorial op de eerste bladzijde vertelt Katja over haar verwachting dat zij het eeuwige leven heeft. Het blad is voor haar een manier om ‘de confrontatie nou eens echt aan te gaan’. Een confrontatie is het geworden, want hoe vul je in vredesnaam een glossy over zo’n zwartgallig onderwerp? Standaard glossy’s bestaan voor minimaal de helft uit stijlvolle reclames van grote modemerken en aparte fotoreportages. Dat is in DOOD mislukt. Er staat één malle foto in van een doodskist die uit een Renault Twingo steek. Dat bedoelen de makers vast heel kunstzinnig, maar het werkte bij vooral op de lachspieren. En maar weinig modemerken wilde zich afficheren met de dood. Nou ja, slechts eentje: Floris van Bommel. Voor de gelegenheid adverteert het merk met een foto van een doodskist waar twee Van Bommel schoenen uitsteken. De deksel van de kist kan daardoor niet meer dicht.

Qua onderwerpen is DOOD precies wat ik ervan had verwacht. Topkoks verklappen wat zij het liefst als galgenmaal willen eten. Jonny de Boer van sterrenrestaurant De Librije kiest voor een simpel kippetje, met witlof en friet. Handig voor de nabestaanden die een perfecte uitvaart willen: op www.caketest.nl vind je welke uitvaartonderneming de beste cake serveert. Verderop staat op twee pagina’s een overzichtelijke tijdlijn van het ontbindingsproces van het menselijk lichaam. Als laatste vergaan onze tanden. Al had ik dat liever niet geweten. De foto’s van de Toraja-stam uit Indonesië had ik ook liever gemist. Zij halen elk jaar in augustus hun overleden familieleden te voorschijn, om ze te wassen en aan te kleden.

DOOD is fascinerend en luguber tegelijk. ‘De laatste glossy’ staat er op de cover. Ik hoop inderdaad dat het bij een eenmalige uitgave blijft.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Iris

Het is een gekke tegenstelling: iedereen wil oud worden maar er jong bij blijven. ‘Age ain’t nothing but a number,’ luidt een mooi Amerikaans gezegde. Ik vind het een leugen. Een oplopende leeftijd gaat gepaard met toenemende lichamelijke gebreken. Ik kan daar over meepraten. Laatst voelde ik na een dag met verhuisdozen slepen plots mijn rug. Dat was een nieuwe levenservaring. Het baart me zorgen want als dat nu al begint, hoe ben ik er dan over 31 jaar (op een pensioengerechtigde leeftijd) aan toe?

Mijn verwachting is eigenlijk dat we ouder worden schromelijk overschatten. Kijk maar naar de dagbesteding van de meeste gepensioneerden. Misschien hebben mijn opa en oma gewoon een belabberd voorbeeld gegeven, dat kan ook. De een kreeg een hersenbloeding, de ander dementeerde. Hun laatste levensjaren kwijnden ze weg een verpleeghuis. Anderen besteden tijd aan het opvangen van kleinkinderen. Maar zonder kinderen wordt dat voor mij lastig. De wereld gaan rondreizen als gepensioneerde lijkt mij ronduit een slecht idee. Na gemiddeld drie weken neem ik geen nieuwe indrukken meer op, of ik krijg heimwee. Zonder enig idee hoe je – met de nodige lichamelijke gebreken – invulling geeft aan zo’n zee aan vrije tijd, zie ik er tegenop om ouder te worden.

Ik kreeg een ander perspectief door een documentaire op Netflix, over de 93-jarige Iris Apfel. Zij staat met een wandelstok nog volop in het leven. Haar lichaam laat het een beetje afweten maar haar persoonlijkheid is intact. Geen geranium in zicht! Iris tart alle verwachtingen die ik had van een bejaarde. Haar kledingstijl is kleurrijk, en dat combineert ze met een enorm zwart brilmontuur met joekels van jampotglazen. Ik weet dat dit vreselijk onmodieus klinkt maar gek genoeg staat het haar. Door haar extravagante kledingstijl is Iris uitgegroeid tot stijlicoon. Op hoge leeftijd staat zij in allerlei modebladen en geeft gastlessen over styling. De grootste grap vind ik dat Iris graag plastic armbanden en bizarre kettingen combineert met designerkleding. Van haar passie, het verzamelen van bijzondere kleren en accessoires, heeft zij haar levenswerk gemaakt. Je ziet haar opleven zodra ze een nieuw begeerlijk object heeft gespot.

Iets zegt me dus dat gepassioneerd verzamelen het geheim is van gelukkig oud worden. Een verzameling is nooit af dus je er eeuwig mee bezig blijven. Alleen vind ik niets de moeite van het verzamelen waard. En heb ik al helemaal geen flauw benul wat mijn passie is.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Worst

De HEMA verandert volgens mij steeds meer in een kopie van de Action en de Big Bazar, en dat vind ik geen verbetering. Het assortiment van deze succesformules is zo spotgoedkoop dat het onmogelijk van goede kwaliteit kan zijn. Ik verdenk deze winkelbedrijven er van dat ze alle aanbiedingen onder malafide omstandigheden laten produceren. Een fleecevest voor de bodemprijs € 6,95 is enkel mogelijk als deze door kinderhandjes in elkaar is genaaid. Gelukkig maken de ketens dat goed door goedkope knutselspulletjes aan bevoorrechte westerse kinderen te verkopen. Als kinderloze man heb ik dus niets bij de Action of de Big Bazar te zoeken. En doordat de HEMA wanhopig probeert te concurreren met deze wanstaltige prijsvechters, merk ik dat ik er steeds minder vaak kom.

Voor de wekelijkse boodschappen sloeg ik de HEMA altijd over, omdat de vernieuwingsdrang van de HEMA de versafdeling heeft overgeslagen. Tenminste, op wat hippe flesjes wortelmangosap en een biologisch roseetje na. Verder verkoopt de HEMA vooral verse vleeswaren, en de onvermijdelijke rookworst. Oninteressant voor een vegetariër als ik. Niettemin kwam ik vroeger meerdere keren per jaar bij de HEMA. Meestal kwam ik er om groots in te slaan. Dekbedovertrekken, tafelkleden theedoeken, handdoeken en vaatdoekjes kocht ik allemaal daar. Ook voor boxershorts, sokken en basic t-shirts was de HEMA mijn favoriete adres. Ik heb stellig de indruk dat HEMA mij graag vaker in de winkel zag dan voor dergelijke onregelmatige inkopen. Daarvoor hanteerden ze alleen een vreemde vorm van klantenbinding.

Ongeveer 3 maanden nadat ik voor de laatste keer voor ruim honderd euro aan onderkleding had gekocht bij de HEMA, vielen de eerste gaten in de t-shirts. Voor de boxershorts gold hetzelfde: bij de naden vielen er gaten in, plus het elastiek aan de bovenkant begon te rafelen. Dat was ik niet gewend als trouwe HEMA-klant, dus stuurde ik een bericht naar de klantenservice. ‘Wij vinden het zeer spijtig om te horen dat de onderbroeken sneller slijten dan gebruikelijk is,’ schreef de HEMA. Men beloofde plechtig het door te geven aan de ‘verantwoordelijke afdeling’. Ze boden geen enkele vorm van compensatie aan. Ik verwachtte geen geld terug, maar een beetje korting op een volgende aankoop had ik aardig gevonden.

De HEMA is mij als vaste klant kwijt. Voortaan koop ik nieuw keukentextiel bij dat andere noodlijdende Nederlandse winkelbedrijf: de Blokker. Voor mijn ondergoed zoek ik nog een geschikte winkel. Eentje waar het ondergoed niet naar rookworst ruikt.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Schuldgevoel

Als het om artistieke werken gaat dan volg ik braaf de wet. Dat maakt me een uitzondering, geloof ik. ‘Ik mail je het e-book,’ bood een vriendin me aan, omdat ik enthousiast was over een boek dat zij had gelezen. Ik wil geen gratis boek. Ergens op en donker zolderkamertje, dat stel ik me er althans bij voor, heeft een eenzame schrijver gepuzzeld om woorden in zo’n volgorde te zetten, dat ze perfecte zinnen vormen. Een boekwerk waaraan iemand hard heeft gewerkt, dat is een paar tientjes waard.

Idem dito voor muziek of films. Ik betaal grif geld voor iets dat me raakt, want ik geloof heilig in de ingewikkelde economische wetten van vraag en aanbod. Als er geen geld aan valt te verdienen, is er geen mens meer dat nog een emotionele ballade componeert. Of een spannende film produceert. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben.

Soms word ik gedwongen tot illegale downloadpraktijken. Nergens op de Nederlandse televisie wordt mijn favoriete reality programma Project Runway uitgezonden. Op Netflix staan er ook geen afleveringen. Omdat mijn leven incompleet is zonder Project Runway, kijk ik het programma illegaal op internet.

Voor degenen die onbekend zijn met Project Runway: het is een reality programma voor mode-ontwerpers. Elke aflevering krijgen de ontwerpers de opdracht om in een paar uur een originele outfit te ontwerpen en in elkaar te naaien. Is de jury ontevreden over het eindresultaat, dan mogen ze direct naar huis. Het hoogtepunt van de show is Tim Gunn, de mentor van de kandidaten. Hij komt altijd precies wanneer de deelnemers bijna klaar zijn, en voorziet hen van goudeerlijk advies. ‘Het begint op een hoer te lijken,’ zegt hij doodgemoedereerd. Of: ‘die stof is oerlelijk’. Als duidelijk wordt dat de kandidaat slechts dat ene lelijke lapje stof heeft gekocht, dan laat hij de verbijsterde kandidaat achter met zijn standaard groet: ‘make it work!’ En dan kan de kandidaat helemaal overnieuw beginnen. Ik houd van die man.

Ondanks dat ik reality series haat, volg ik trouw al vijftien jaar Project Runway trouw. Vanwege de gevatte kritieken van Tim Gunn. Al voel ik me na elke illegaal gekeken aflevering schuldig. Die beste man verdient niets aan mij, zijn allergrootste fan. Tot ik op een boek van Tim Gunn stuitte, over de regels voor mentorschap. Ik kocht het meteen. Ik lees het waarschijnlijk nooit, maar ik heb dat knagende schuldgevoel ermee afgekocht.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Joggingsbroek

Elk geschiedenisboek beschrijft dat in Griekenland de wieg stond voor de westerse beschaving, ik voorspel alvast dat het einde van die beschaving begint in Ierland. Deze stelling durf ik te poneren sinds ik enkele weken in Ierland vertoeft heb. In elke uithoek van het eiland vind je voldoende stijlvolle kledingwinkels waar je, in theorie, een fatsoenlijke outfit kunt kopen. In theorie want, vanwege voor mij onbegrijpelijke redenen, kiezen de Ieren er massaal voor om in een slobberige joggingsbroek de deur uit te gaan.

Ik hoor je denken: ‘Paul, jij hebt zelf ook weleens zo’n uitgelubberde joggingsbroek aan?’ Ja, daar heb je gelijk in. Thuis draag ik regelmatig een joggingsbroek. Bij voorkeur als ik alleen ben. Vrijwel nooit als mijn vriend, of andere mensen in de buurt zijn. Een uitgelubberde joggingsbroek verandert ieder mens in een onaantrekkelijk, seksloos wezen. Daarom snap ik er niets van dat de Ieren ongegeneerd in zo’n outfit de straat op gaan.

Denk niet dat ik dit aftandse modefenomeen alleen gezien heb in een afgelegen achterstandswijk. De uitgelubberde joggingsbroek draagt een Ier overal en bij elke gelegenheid. In Dublin’s Temple Bar hadden diverse mannen een joggingsbroek aan tijdens een avond stappen. In Cork durfden vrouwen in zo’n armoedige joggingsbroek de meest luxueuze winkels binnen te stappen. In Kilgarvan, en ik verzin dit niet, stuitte ik op een begrafenisstoet waar meerdere mensen in joggingsbroek achter een doodskist liepen. Het absolute toppunt was in Derry waar ik in een restaurant bediend werd door een jongen in een zwarte joggingsbroek. Het was geen Michelin-materiaal, maar zelfs in een middelmatig restaurant verwacht ik chiquer geklede bediening.

Voor iemand met een forser postuur die overstapt op een gezondere levensstijl, is het handig dat er sportkleding in XXL-formaat verkrijgbaar is. Maar iemand moet de Ieren uitleggen dat de joggingbroek of trainingsbroek met een reden zijn vernoemd naar sportieve activiteiten. Sportkleding voelt ontzettend comfortabel als compensatie voor de afschuwelijke lijdensweg die sporten nu eenmaal is. Het is nooit de bedoeling geweest dat sportkleding ook als comfortabele vrijetijdskleding fungeert. Een ontwerper streeft voor vrijetijdskleding meestal een betere uitstraling na, dan die van een verslonsde joggingsbroek.

Hopelijk komen de Ieren snel tot het inzicht dat hun nationale klederdracht – de joggingsbroek – voor de meeste gelegenheden volstrekt ongepast is. Anders raad ik sportfabrikanten aan om de verkoop in Ierland acuut stil te leggen. Een begrafenisstoet is ’n verkeerd uithangbord voor welk sportief merk dan ook.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Dadbod

Houd ik me eindelijk gedisciplineerd aan een strak sportregime en eetpatroon om mijn zwembandje te laten slinken, kom ik zojuist tot het inzicht dat ik door te sporten nooit het ideale figuur krijg. Sterker nog, daarvoor moet ik op dagelijkse basis bier gaan drinken en barbecueën. De ‘dadbod’ is namelijk weer sexy.

Voor degenen die nooit een krant openslaan of de trending topics op Twitter volgen, en dus dit nieuwe, revolutionaire schoonheidsideaal hebben gemist: de ‘dadbod’ is een mannenlichaam dat het midden houdt tussen een sixpack en een bierbuik. Een man mag schaamteloos met zijn ontblote bovenlichaam pronken, mits er voldoende vlees losjes om zijn botten hangt.

Ik kon me voorstellen dat deze zogenaamde hype gewoon bedacht was door een snuggere man, wiens lijf de strijd met de zwaartekracht had verloren. En die uit pure wanhoop zijn vollere figuur tot ideale lichaamsbouw probeert te verheffen. Maar nee, deze hype is ontstaan door de noodkreet van een 19-jarige vrouw, Mackenzie Pearson, die in een artikel voor een onbeduidend universiteitsblaadje uitlegde waarom meiden van de dadbod houden. Zij omschrijft de dadbod-man als iemand die regelmatig naar de sportschool gaat en dat combineert met een dieet van veel bier en fastfood.

Vervolgens werd dat bewuste artikel een half miljoen keer online gedeeld. Ik vermoed vooral door mannen die graag verlost zijn van slopende series sit-ups, en hun eigen sixpack graag inruilen voor een gekoeld sixpack bier. Al begrijp ik best waarom vrouwen snakken naar een zacht buikje om op te liggen na een lange werkdag. Uit persoonlijke ervaring weet ik dat zo’n sixpack er verdomd leuk uitziet maar bij het knuffelen oncomfortabel hard en bonkig aanvoelt.

Toch lijkt het me voorbarig als mannen nu hoopvol hun sportschoolabonnement opzeggen om vetkwabben te kweken. Zo’n buikje is misschien goed voor je liefdesleven, maar ook slecht voor je hart. Bovendien waaien hypes meestal hard over. Voor je het weet koop je volgend jaar gewoon weer een Mens Health om binnen vier weken in een zwembroek te passen. Als het werkelijk je droomfiguur is dan kun je erop wachten tot jouw lijf vanzelf vervalt in een dadbod. Want op enkele Hollywoodsterren na, ken ik namelijk geen vijftigplussers met een blokjesbuik.

Ik ben nog altijd smoorverliefd op een slanke man met kleine zijkwabjes, waar ik graag tegenaan kruip of zachtjes in knijp. Zijn doorsnee mannenlijf is volgens mij de gezonde middenweg tussen hartenzeer en hartklachten.