Freakshow

Je telt tegenwoordig niet meer mee zonder uitgesproken mening over genderneutraliteit. Afgezien van wat nieuws over Noord-Koreaanse kruisraketten en tweets van Trump, lijkt de media nergens anders meer over te schrijven.

De eerste ophef ontstond toen de Nederlandse Spoorwegen besloot om voortaan genderneutraal de omroepberichten te openen met ‘beste reizigers’. Ik zag er persoonlijk geen kwaad in, maar ik was duidelijk in de minderheid. Onder 411 Telegraaflezers op Facebook is het gedeelde gevoel dat je er als ‘normale hetero’ niet meer bij hoort. Meestal gevolgd door een verontwaardigde uitroep in de trant van ‘we zijn geen kleine kinderen’.

Toch is ook voor kleine kinderen genderneutraliteit actueel, want de HEMA verwijdert binnenkort alle geslachtsaanduidingen van kinderkleding. Het warenhuis houdt overigens gewoon roze rokjes en blauwe broekjes in het assortiment. ‘Geweldig’, dacht ik, ‘mogen kinderen eindelijk dragen wat zij mooi vinden’. Toen ik de reacties van 700 AD-lezers doornam op Facebook, bleek het gros ronduit negatief te zijn over deze verandering. Zij denken aan complottheorieën van ‘spreadsheet-managers’ met een geheime missie om ‘alle jongens in mietjes te veranderen’. Of meisjes in tomboys. Big deal, denk ik dan. Regenkleding is al jarenlang ‘genderneutraal’. En ho maar dat daar iemand zich druk over maakt.

In al mijn naïviteit dacht ik dat genderneutraliteit draaide om het vieren van diversiteit. Hoera, een man met nagellak! Yes, een vrouw met legerkistjes aan! Een soort van ultieme emancipatiebeweging, voor iedereen die zichzelf wil zijn. Maar een sympathiek initiatief voor genderneutrale toiletten, dat leidt meteen tot een collectieve woede-uitbarsting. ‘Omdat er een paar mensen met zichzelf in de knoop zitten, en niet weten wat ze willen aantrekken als ze wakker worden, passen we daarop de hele maatschappij aan’, schrijft ene Richard. Daar heeft hij misschien deels een punt. Ongeveer 1 op de 250 mensen identificeert zich als transgender. En een deel van hen identificeert zich als volledig man, dan wel vrouw. Hoeveel mensen voelen zich dan zowel man als vrouw, of iets ertussenin?

Wat mij steekt aan deze discussie, is dat iedereen graag aapjes kijkt als er een hermafrodiet in het panel van Ranking The Stars zit. En ze vinden het razend interessant dat er een transgender met dwerggroei meedoet aan Arie & De Kleine Mensen. Iedereen houdt van een freakshow. Zolang zo’n ‘freak’ maar geen gelijke behandeling gaat eisen, want dan is de wereld ineens te klein.

Voorlopig kies ik ervoor om over het hele genderthema neutraal te blijven.

Dit stukje schreef ik voor Gay.nl

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

PrEP

Toen een kennis naar San Francisco verhuisde, regelde hij, nog voordat hij vaste woonruimte had, een recept voor de hiv-preventiepil PrEP. ‘No more condoms,’ schreef hij op Instagram opgetogen bij een foto van het doktersrecept.

‘Wat is er mis met een condoom?’ vroeg ik. In de reacties onder de foto ontstond vervolgens een vinnige discussie, met als voornaamste conclusie dat ik een domme vraag had gesteld. De kennis in kwestie ontvriendde me daarna op Instagram en ik was die onplezierige discussie rondom PrEP-gebruik snel weer vergeten.

Echter, zoals het met bijna alle ontwikkelingen in Amerika gaat – zie ook de Pumpkin Spice Latte of Ariana Grande – waait het uiteindelijk over naar Europa. En zo is de PrEP-discussie hier alsnog aangekomen. Het Aidsfonds roept op om PrEP gratis te verstrekken. Een Engels experiment met PrEP-gebruik rapporteert een flinke daling nieuwe hiv-geïnfecteerden. Dat klinkt veelbelovend. Toch zie ik een virusje onder het gras.

Dat virusje heet syfilis. Uit hetzelfde experiment blijkt dat onder de PrEP-gebruikers het aantal syfilis-besmettingen gelijk blijft, terwijl je syfilis grotendeels met een condoom kunt voorkomen. Dat vergt alleen een ongemakkelijk gesprekje met je bedpartner, want verder zijn condooms gemakkelijk verkrijgbaar in elke supermarkt. Ze zijn goedkoop, beschikbaar in allerlei formaten en indien gewenst zijn er zelfs condooms met aardbeiensmaak. Al smaken verse aardbeien beter, dat geef ik toe.

Helaas blijkt PrEP voor sommige gebruikers een excuuspil voor onbeschermde seks. Voordat je roept dat deze uitspraak stigmatiserend is, en uitgaat van stereotypen over homoseksuelen: ik baseer mijn oordeel op uitspraken van menig openhartig PrEP-gebruiker in de media. Zij vertellen over hun vele wisselende contacten en de behoefte om zonder angst onveilige seks te hebben.

Een schrijnend voorbeeld stond in de laatste L’HOMO onder de weinig subtiele titel ‘Mijn jaar als PrEP-slet’. Ter illustratie een paar quotes: ‘Beschermd door mijn dagelijkse pil voelde ik me één groot chemisch condoom’. En: ‘In mijn jaartje PrEP heb ik mijn hele bingokaart aan seksueel overdraagbare aandoeningen bij elkaar gespeeld’. Noem mij braaf, voor mijn part zelfs preuts, maar het gratis verstrekken van PrEP (kosten: 18 euro per dag) komt op mij over als een subsidie op sletterigheid.

Bovendien vergt het best wat lef om onbeschermde seks te hebben met deze PrEP-gebruikers. Als een sekspartner het namelijk onnodig vindt om zichzelf met een condoom te beschermen tegen allerlei soa’s, durf je er dan op te vertrouwen dat diezelfde persoon consequent z’n pilletje slikt?

Maar goed, dat is ongetwijfeld een domme vraag.

Dit stukje schreef ik voor Gay.nl

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Homojaren

Sinds kort ben ik pensioengerechtigd. Althans, in homojaren. Mijn werkgever verwacht me nog jarenlang op kantoor. Het omrekenen naar homojaren is binnen mijn vriendenkring een running gag.

Een hondenjaar staat gelijk aan zeven levensjaren. Voor de berekening van de homojaren bestaat geen exacte formule. Volgens mijn (onnauwkeurige) calculaties wegen de levensjaren tot 25 jaar mee met factor 1. De levensjaren tussen van 25 tot en met 30 met factor 2. Factor 3 telt voor alles daarboven.

Het begrip ‘homojaren’ is natuurlijk een symptoom voor de fixatie op uiterlijk in de gayscene. Die heb ik jarenlang, van voor én achter de bar, intensief geobserveerd. In alle eerlijkheid heb ik er een nare bijsmaak aan overgehouden. ‘Nieuw vlees!’ schreeuwde een stamgast toen er een zestienjarige jongen schuchter voor het eerst een homobar binnenstapte. Dat was ongetwijfeld grappig bedoeld, maar tussen de regels door werd er gezegd dat de rijpere figuren over hun uiterste houdbaarheidsdatum waren. De jongste bezoekers hanteerden een leeftijdsgrens voor hun liefdesleven. Boven de dertig? Dan was je afgeschreven. Natuurlijk probeerden de dertigers soms een jong blaadje te versieren. Dat leverde vooral sneue taferelen op: de jagers hadden niet meer de conditie om hun jonge prooi te kunnen vangen. Ik ben daarom met uitgaan vervroegd met pensioen gegaan.

Toch begeef ik me tegenwoordig weer in een andere gayscene: de sportschool. Als mijn gaydar nog goed functioneert, zijn daar opvallend veel soortgenoten van rond de veertig in de weer met ingewikkelde sporttoestellen. Niks mis mee, kun je denken. Alleen viel me op dat iedereen de toestellen waarmee je conditie opbouwt vermijdt, terwijl de gewichten favoriet zijn. Mijn conclusie: al dat gezwoeg in de sportschool draait meer om uiterlijk dan een gezonde levensstijl. En ik doe, tot mijn eigen schaamte, dus mee aan dat ijdele gedoe.

Gelukkig biedt Google altijd uitkomst zodra je je afvraagt of je abnormaal bent. Ik kwam terecht op Homidlife, een blog voor midlifehomo’s, met schrijnende artikelen over veertigers die alle dancefeesten aflopen. Op het blog staan enge woorden als ‘haartransplantatie’ en ‘liposuctie’. Het beschrijft mannen van middelbare leeftijd – en dit gaat dus over mij – die hun lichaam oppompen in de sportschool. ‘Wees de eerste van je vrienden die dit leuk vindt’, stond er bij de advertentie voor de Facebook-pagina van Homidlife. Ouder worden, zelfs in homojaren, daar leg ik me bij neer. Alleen dat ik als eerste van mijn vrienden een midlifecrisis heb, daar moet ik van bijkomen.

Dit stukje schreef ik voor Gay.nl

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Dood

Eerst was ik verbaasd toen ik de glossy DOOD in de schappen zag liggen, maar toen ik er langer over nadacht, begreep ik dat ik toe was aan een sombere glossy. Gevestigde glossy’s – als de LINDA of de WENDY – coveren alleen de luchtige onderwerpen. Heel soms rept Linda of Wendy over de donkere kanten van het leven (een scheiding, een seksloos huwelijk of burenruzies) maar er gloort altijd hoop. Of ze noemen het optimistisch een ‘uitdaging’. De huilende Katja Schuurman op de cover vond ik verfrissend. Dat blad moest ik hebben.

Of Katja Schuurman de meest geschikte BN’er was om als hoofdredacteur voor DOOD te vragen, dat vraag ik me af. Meteen in haar editorial op de eerste bladzijde vertelt Katja over haar verwachting dat zij het eeuwige leven heeft. Het blad is voor haar een manier om ‘de confrontatie nou eens echt aan te gaan’. Een confrontatie is het geworden, want hoe vul je in vredesnaam een glossy over zo’n zwartgallig onderwerp? Standaard glossy’s bestaan voor minimaal de helft uit stijlvolle reclames van grote modemerken en aparte fotoreportages. Dat is in DOOD mislukt. Er staat één malle foto in van een doodskist die uit een Renault Twingo steek. Dat bedoelen de makers vast heel kunstzinnig, maar het werkte bij vooral op de lachspieren. En maar weinig modemerken wilde zich afficheren met de dood. Nou ja, slechts eentje: Floris van Bommel. Voor de gelegenheid adverteert het merk met een foto van een doodskist waar twee Van Bommel schoenen uitsteken. De deksel van de kist kan daardoor niet meer dicht.

Qua onderwerpen is DOOD precies wat ik ervan had verwacht. Topkoks verklappen wat zij het liefst als galgenmaal willen eten. Jonny de Boer van sterrenrestaurant De Librije kiest voor een simpel kippetje, met witlof en friet. Handig voor de nabestaanden die een perfecte uitvaart willen: op www.caketest.nl vind je welke uitvaartonderneming de beste cake serveert. Verderop staat op twee pagina’s een overzichtelijke tijdlijn van het ontbindingsproces van het menselijk lichaam. Als laatste vergaan onze tanden. Al had ik dat liever niet geweten. De foto’s van de Toraja-stam uit Indonesië had ik ook liever gemist. Zij halen elk jaar in augustus hun overleden familieleden te voorschijn, om ze te wassen en aan te kleden.

DOOD is fascinerend en luguber tegelijk. ‘De laatste glossy’ staat er op de cover. Ik hoop inderdaad dat het bij een eenmalige uitgave blijft.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Iris

Het is een gekke tegenstelling: iedereen wil oud worden maar er jong bij blijven. ‘Age ain’t nothing but a number,’ luidt een mooi Amerikaans gezegde. Ik vind het een leugen. Een oplopende leeftijd gaat gepaard met toenemende lichamelijke gebreken. Ik kan daar over meepraten. Laatst voelde ik na een dag met verhuisdozen slepen plots mijn rug. Dat was een nieuwe levenservaring. Het baart me zorgen want als dat nu al begint, hoe ben ik er dan over 31 jaar (op een pensioengerechtigde leeftijd) aan toe?

Mijn verwachting is eigenlijk dat we ouder worden schromelijk overschatten. Kijk maar naar de dagbesteding van de meeste gepensioneerden. Misschien hebben mijn opa en oma gewoon een belabberd voorbeeld gegeven, dat kan ook. De een kreeg een hersenbloeding, de ander dementeerde. Hun laatste levensjaren kwijnden ze weg een verpleeghuis. Anderen besteden tijd aan het opvangen van kleinkinderen. Maar zonder kinderen wordt dat voor mij lastig. De wereld gaan rondreizen als gepensioneerde lijkt mij ronduit een slecht idee. Na gemiddeld drie weken neem ik geen nieuwe indrukken meer op, of ik krijg heimwee. Zonder enig idee hoe je – met de nodige lichamelijke gebreken – invulling geeft aan zo’n zee aan vrije tijd, zie ik er tegenop om ouder te worden.

Ik kreeg een ander perspectief door een documentaire op Netflix, over de 93-jarige Iris Apfel. Zij staat met een wandelstok nog volop in het leven. Haar lichaam laat het een beetje afweten maar haar persoonlijkheid is intact. Geen geranium in zicht! Iris tart alle verwachtingen die ik had van een bejaarde. Haar kledingstijl is kleurrijk, en dat combineert ze met een enorm zwart brilmontuur met joekels van jampotglazen. Ik weet dat dit vreselijk onmodieus klinkt maar gek genoeg staat het haar. Door haar extravagante kledingstijl is Iris uitgegroeid tot stijlicoon. Op hoge leeftijd staat zij in allerlei modebladen en geeft gastlessen over styling. De grootste grap vind ik dat Iris graag plastic armbanden en bizarre kettingen combineert met designerkleding. Van haar passie, het verzamelen van bijzondere kleren en accessoires, heeft zij haar levenswerk gemaakt. Je ziet haar opleven zodra ze een nieuw begeerlijk object heeft gespot.

Iets zegt me dus dat gepassioneerd verzamelen het geheim is van gelukkig oud worden. Een verzameling is nooit af dus je er eeuwig mee bezig blijven. Alleen vind ik niets de moeite van het verzamelen waard. En heb ik al helemaal geen flauw benul wat mijn passie is.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Poepen

De buurt spreekt er collectief schande van, maar ik ben vol bewondering voor de pakketbezorger die bij ons in de straat op klaarlichte dag in de zandbak heeft gepoept. Dat wil ik ook durven: schaamteloos een drol draaien. Zonder nadenken over wat anderen daarvan vinden. Natuurlijk ken ik het aloude argument dat elk levend wezen poept. Ondanks dit besef blijft het drukken voor mij minstens zo beschamend, vooral wanneer ik in het gezelschap van anderen ben. 

Het gedeelde toiletgebouw is de voornaamste reden dat ik weiger te kamperen. Of met een toiletrol onder de arm de halve camping over te flaneren. In een restaurant stel ik het toiletbezoek altijd uit totdat ik thuis ben. Als je samenwoont heb je beperkte privacy. Gelukkig werd het bouten – na een gênante eerste keer – steeds makkelijker. Mijn vriend en ik hebben wèl strikte ongeschreven regels voor het toiletbezoek. De verdeling is dat hij boven naar de wc gaat. Ik gebruik het toilet beneden. Verder vermijden we stoelgang als gespreksonderwerp. In een relatie is openheid een groot goed, maar sommige dingen moet je gewoon voor jezelf houden.

Met een fulltime baan is er geen ophouden aan als je continu op kantoor bent. Daarom heb ik vaste rituelen ontwikkeld om me zo onopvallend mogelijk te ontlasten. Ik camoufleer het doen van een grote boodschap met het ophalen van een kop koffie. 

Alleen de timing blijft lastig. Ik kan onmogelijk ongegeneerd plonsen als een deur verderop er iemand meeluistert. Want daarna sta je met diezelfde collega in een ongemakkelijke stilte je handen te wassen. Misschien moet ik eens proberen om die gespannen sfeer te doorbreken met een luchtig praatje (‘Zo, dat luchtte op!’). Voorlopig is mijn tactiek om net zolang te blijven zitten totdat de ander heeft doorgetrokken.

En wanneer ik – na een Mexicaanse bonenschotel – verwacht dat er een doordringend luchtje aan zit, of buikkrampen heb die altijd resulteren in knetterende spetterpoep, dan ga ik naar een wc op een andere verdieping. Bij voorkeur op een afdeling waar ik niemand ken. Om na afloop ongezien weg te sluipen naar mijn eigen werkplek. 

De pakketbezorger werd na aandacht van de lokale pers ontmaskerd. Al vind ik dat hij ten onrechte zoveel shit over zich heen krijgt. Zonder ’n toilet in de bestelbus, snap ik best dat hij de zandbak als menselijke kattenbak gebruikte. Tijdens werktijd ontlasten we allemaal weleens, nietwaar? Geen enkele reden om daarover bekakt te doen.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.

Windei

Morgen moet ik Ingrid, mijn secretaresse, vragen om te bellen met die lui van Foodwatch. Ik ben benieuwd of we nog een trofee krijgen voor het winnen van het Gouden Windei? Volgens mij stikt die organisatie van de dikbetalende donateurs? Dan kan er best een leuk beeldje vanaf, toch? Albert Heijn heeft meer prestigieuze prijzen gewonnen, dat geef ik toe. Maar ergens achteraan op een plankje in het hoofdkantoor in Zaandam, is er vast plaats om zo’n verguld eitje uit te stallen.

Ik vind het maar onterecht hoor, dat we de prijs gewonnen hebben. Hoe durft Foodwatch onze gedroogde cranberry’s tot ‘suikerbom’ te bestempelen? Inderdaad, de cranberry’s bestaan voor slechts 30% uit veenbessen. Maar de rest is pure ananassiroop. Dat bestaat voor 100% uit zeer geconcentreerd fruit. Zelfs het voedingscentrum verkondigt dat fruit onderdeel is van een gezond dieet. Het lijkt mij volkomen legitiem dat we dit als ‘superfood’ in de schappen leggen. Ingrid moet dat eens navragen bij juridische zaken. Dan beginnen we de volgende keer gewoon een rechtszaak tegen die betweters bij Foodwatch.

Ze begrijpen volkomen niet hoe duur de productie van die rottige cranberry’s is. Aan zo’n struikje groeien er verdomd weinig besjes hoor. Als je ze dan af en toe in de bonusaanbieding wil doen, kan het alleen door de boel aan te dikken met wat ananassiroop. Dat is de harde werkelijkheid, mensen. Wij van Albert Heijn moeten ook winst maken! Anders gaan de aandeelhouders klagen. En geloof me, daar lig ik als bestuursvoorzitter eerder wakker dan van een paar idealistische foodwatchers.

Toch riekt die hele verkiezing naar fraude. Het is toch vreemd dat die stakkers van de Aldi hun nominatie voor dat verrekte windei niet hebben verzilverd? Hun zogenaamd rijkgevulde truffelpasta bevatte maar 0,0006% truffel. Onze cranberry’s bestaan voor ruim 30% uit cranberry’s. Waarom verliest de Aldi dan de verkiezing voor het meest misleidende product? Al moet ik eerlijk bekennen dat deze prijs ons geen windeieren heeft gelegd. Alle aandacht is toch gratis reclame, hè? Overal in de media schrijven ze dat Albert Heijn voortaan het percentage cranberry’s verdubbelt. En zonder dat het product is aangepast, is de verkoop van de cranberry’s al met ruim drieëntwintig procent gestegen. Zelfs met een dure reclamecampagne op televisie boeken we nooit zoveel succes.

Als alle persaandacht geluwd is moeten we Foodwatch maar een flesje wijn toesturen. Een biologische, natuurlijk. Als bedankje. Dat vraag ik morgen meteen even aan Ingrid.

Blijf op de hoogte van nieuwe stukjes via Facebook of Twitter.