Alfamannetjes

Met het Europees Kampioenschap voetbal in het vooruitzicht, ga ik een zware maand tegemoet. Wat een heteroseksuele man heeft met het Eurovisie Songfestival dat heb ik met voetbal. Ik snap niet wat er boeiend aan is. En ik begrijp de spelregels niet. Na tientallen keren uitleg over wanneer een speler buitenspel staat, is het mij nog steeds niet duidelijk. Het is verwarrend omdat zo’n speler zich gewoon binnen de lijnen van het speelveld bevindt en dan toch buitenspel kan zijn. Taalkundig gezien is ‘buitenspel’ een krankzinnige term voor een spelregel, vind ik.

Ben ik de enige die het een tikkeltje stompzinnig vindt dat twintig spelers gedurende negentig minuten alleen maar achter een bal aan hollen? Voordat de voetballiefhebbende lezers beginnen te grinniken, ik heb het bewust niet over eenentwintig spelers. Een goede keeper staat rustig in het doel te wachten totdat er voetbal in zijn buurt komt. Zoveel kennis van de voetbalsport heb ik nog net. Het meest rare aan het spel vind ik dat als zo’n voetballer dan – na eindeloos rondrennen op dat voetbalveld – eindelijk in balbezit is, dat hij de bal zo snel mogelijk weer kwijt probeert te raken. Enfin, ik heb dus weinig op met de voetbalsport.

Wat mij mateloos irriteert aan de voetbalsupporters is dat er na een wedstrijd wordt gezegd dat ‘wij’ hebben gewonnen. ‘Wat hebben al die onderuitgezakte, corpulente televisiekijkers dan precies aan de wedstrijd bijgedragen?’ vraag ik me dan af.  Natuurlijk steunen sommige supporters hun voetbalclub hebben al jaren. Voor de spelers zal het toejuichen vast en zeker goed zijn om in een winning mood te komen. Maar zelfs dan is er geen reden om de overwinning op het conto van de supporters te schrijven. Vreemd genoeg wordt er na het verliezen van de wedstrijd meteen weer in de zij-vorm gesproken over het voetbalteam. Door dit soort ‘wij/zij-denken’ begrijp ik fenomenen als de Tweede Wereldoorlog opeens een stuk beter.

Als ik zelf al een wedstrijd ga kijken dan kijk ik het voor de spelers: van die heerlijke, bronstige alfamannetjes met afgetrainde kuiten en dijen. Fijn kijkvoer, als je het mij vraagt. Zulke afgetrainde lichamen kan ik ook zien in een leuke actiefilm. Waarschijnlijk breng ik dus veel avonden door in de bioscoop. Dat is namelijk een ander voordeel van het EK: alle hooligans en hangjongeren zitten thuis voor de televisie. Heb ik zo’n bioscoopzaal  – misschien op een enkele zonderling na – helemaal voor mijzelf.

Geef een reactie

You have to agree to the comment policy.